vrijdag 14 mei 2021

Tussenbeschouwing Giro 2021 (deel 1)

De eerste zeven dagen Italiaanse koers liggen alweer achter de wielen. Voorlopig hoogtepunt was toch wel de etappe-overwinning grand cru van Taco van der Hoorn. Je vluchtmakkers één voor één verschalken en een hongerig peloton voor blijven, is altijd een sterk staaltje. Maar om het reeds in de derde etappe van een Grote Ronde te presteren, wanneer de sprintersploegen normaal gesproken geen genade kennen, is haast ongezien. Dat Taco een sympathieke en ietwat eigenzinnige jongeman is, met tot nog toe een carrière getekend door tegenslagen, maakt het allemaal nog mooier. 
 
 
De daarop volgende etappes door de Apennijnen werden getekend door regen. Op papier niet al te lastige ritten zorgden zo voor een eerste schifting in het klassement en voor een ernstige aanslag op de kostbare energiereserves. Dinsdag hielden de tenoren hun kruit nog droog tot de laatste korte, steile klim. Maar donderdag schudde Ineos al flink aan de boom op 70 kilometer van het einde, op de befaamde Piano Grande. Het beulswerk van Ganna en de zijwind op de weidse hoogvlakte zorgden er voor dat het peloton in waaiers uiteen werd getrokken. Een uniek spektakel in een bergetappe. In de afzink kwam het wel weer tot een gedeeltelijke hergroepering, eigenlijk alleen roze trui De Marchi was definitief gelost. 

De werken van Pippo Ganna

Ondertussen was ons aller Bauke mee in de vroege vlucht van de dag. In de openingsfase had Mollema flink moeten malen om de aansluiting met de ontsnapping te maken. De vluchters onder aanvoering van Mohorič reden flink door en het leek even een jammerlijke chasse patate te worden voor de Groninger. Uiteindelijk kwam hij dus wel aansluiten, maar op de slotklim moest hij de inspanning bekopen. Daar rondde Gino Mäder het voorbereidende werk van ploegmaat Mohorič voorbeeldig af. Mäder kenden we nog uit Paris-Nice, waar hij in de zwaarste bergrit op de streep voorbij werd gestoken door een ogenschijnlijk ongenaakbare Roglič. De Zwitser kon de aanstormende klassementsmannen dit keer net wel afhouden. Bernal en Martin pakten de overgebleven bonificatieseconden, met Evenepoel in hun zog.

Bauke stuitte op Gino, maar er komen nog meer kansen

In Vlaanderen zag men Remco al even het Roze pakken, maar het was dan toch Atilla Valter die aan de kop van het klassement kwam te staan. Bij afwezigheid van Pinot leken de manschappen van Madiot deze Giro voorbestemd tot een anonieme bijrol. Maar daar dacht Atilla de Hongaar dus anders over. In bepaalde kringen wordt er al tijdje reikhalzend uitgekeken naar de definitieve doorbraak van de talentrijke Valter. Vorig najaar maakte hij al een verdienstelijk, zij het grotendeels anoniem, debuut in de Giro. En met wat geluk kan hij dit jaar een gooi doen naar een top-10 klassering in het eindklassement. 

Uiteraard waren het de afgelopen dagen niet enkel goednieuwsverhalen. Met Landa verloor het peloton een echte cult-favoriet. De guitige Bask maakte in de vierde etappe nog goede sier, door op de Colle Passerino vanuit de groep der favorieten te weg te snellen, waarop enkel Bernal, Carthy en Vlasov hem konden volgen. Een dag later werd een slecht aangegeven vluchtheuvel in de hectische aankomstfase hem spreekwoordelijk fataal. Eindwinst was lastig geweest, met het oog op zijn belabberde tijdrit, maar een podiumplek leek er toch echt wel in te zitten. En ook Sivakov moest de strijd vervroegd staken, na een ongelukkige aanvaring met de berm-begroeiing. Een gevoelige slag voor Bernal, die zo zijn naaste adjudant in het hooggebergt verliest. De Franse Rus begint zo onderhand wel een zekere naam op te bouwen als brokkenpiloot. Hopelijk kan hij zich beteren en eindigt hij niet als een Zakarin 2.0.
 
Het optreden van Landa was helaas van te korte duur
Als we het overgebleven klassementsveld kort overschouwen, dan maken Evenepoel en Bernal de beste indruk. Maar voor beiden geldt ook, dat hun potentieel over de volle drie weken een groot vraagteken is. Egan kon afgelopen Tour de eerste twee weken goed mee, om vervolgens in de Alpen in te storten en op te geven. Remco heeft überhaupt nog nooit langer dan 10 achtereenvolgende dagen gekoerst en het echte hooggebergte is voor hem onbekend terrein. Evenepoel maakt wel een hele rustige en zelfverzekerde indruk, hij heeft toch geen aanval geplaatst, maar reageert gedwee op de speldenprikken van de concurrentie. Bernal koerst iets actiever, hopelijk belooft dat veel goeds voor de aankomende dagen.

Dit weekeinde twee geaccidenteerde ritten door het hart van de Laars. Zaterdag etappe 8 van Noord-Apulië naar Noord-Campanië, de zuidelijkste rit van deze ronde. Normaalgesproken een dag voor de vluchters. Maar we weten inmiddels dat het in de Apennijnen behoorlijk kan spoken en wellicht heeft Ineos weer een strijdplan om de tegenstand geen dag rust te gunnen. De langste klim van de dag is maar liefst 19 kilometer, maar is niet al te steil en ligt op 50 kilometer van de streep. De afzink is evenwel zeer verraderlijk, over smalle kronkelweggetjes met een wegdek dat in kennelijke staat verkeert. De aankomst ligt na een klimmetje van 3 kilometer à 7%. Geen slotklim die afschrikt en derhalve misschien wel uitnodigt tot een aanval van ver. 

Etappe 8, zaterdag 15 mei
Zondag etappe 9; il Tappone Abruzzese, de gevreesde bergrit door de Abruzzen. Maar valt er eigenlijk veel te vrezen? Op het eerste oog ziet het profiel er vervaarlijk uit, met nauwelijks een kilometer vlak. Maar de beklimminngen die onderweg verteerd moeten worden, zijn niet al te angstaanjagend, met vooral veel gematigde percentages. Alleen de slotklim naar Campo Felice is andere koek. Daar wacht de renners een onregelmatig grindpad over de skipistes, met een paar flink steile stroken. Het zal uiteindelijk toch wel een uitputtingsslag worden, na een zware week koers, maar de verschillen zouden nog wel eens relatief beperkt kunnen blijven. De vluchters zullen vermoedelijk wel weer voor de dagzege strijden, want Ineos zal wel uit een speciaal vaatje moeten tappen om deze rit helemaal te kunnen controleren.
Etappe 9, zondag 16 mei
 
Maandag een dag voor de sprinters, waar je vermoedelijk niet voor thuis hoeft te blijven. Maar dat dachten we afgelopen maandag ook en toen ging Taco met de bloemen zwaaien. De Giro verrast gelukkig elk jaar weer opnieuw en alle voorspellingen die ik op deze plek doe, dienen derhalve met een gepaste korrel roze zout te worden genomen. Arrivederci!

donderdag 6 mei 2021

Voorbeschouwing Giro 2021

De meimaand is weer aangebroken en dan leggen niet alleen alle vogels een ei, maar komen ook de koersliefhebbers volop aan hun trekken. Want de heren coureurs gaan weer drie weken door Italië fietsen. En zeg nou zelf, dat zijn toch zonder twijfel de fraaiste wielerweken van jaar. Zaterdag 8 mei gaat de Giro los in Turijn.  Waar de afgelopen editie in het najaar zat samengedrukt met de Vuelta en de verlate voorjaarsklassiekers, is dit jaar de vertrouwde hiërarchie hersteld. We krijgen weer heel wat moois voor de wielen en het deelnemersveld is ook goed op niveau. De dominantie der Slovenen in de Tour heeft vele Grote Namen doen besluiten om het voor het gedistingeerde Roze te gaan in plaats van het vloekend lelijke Geel. 
 
Het parcours is weer een mooie mix. Een inzichtelijk overzicht van de routeprofielen is hier te vinden en een meer gedetailleerde analyse van de etappes is hier voorhanden. We beginnen in Piëmonte en sluiten af in Lombardije, van Turijn naar Milaan. Hemelsbreed nog geen 150 kilometer, maar de 3500 kilometer lange Corsa Rosa brengt ons uiteraard veel verder dan alleen de Povlakte. Opvallend is dat het zuiden van Italië dit jaar niet wordt aangedaan. De afgelopen edities was het vaak vaste prik om vanuit Sicilië de noordwaarts de Laars te bestijgen. Dat was oorspronkelijk ook dit jaar het plan, maar uiteindelijk trok het kapitaalkrachtige noorden de knip en werd de route in deze financieel precaire tijden hertekend ten koste van de zuidelijke regio’s. De Mezzogiornio laten we echter niet helemaal links liggen, maar zuidelijker dan het noorden van Apulië en Campanië komen we niet. 
 
Ook opmerkelijk is het relatief beperkte aantal tijdritkilometers, nog geen 40 in totaal. Wellicht een bewuste keuze van de organisatie om de klimmerstypes te lokken, die zich dit jaar minder kansrijk achten in juli. Er wordt afgetrapt met een korte rit tegen de klok en op de slotdag is de middenlange tijdrit naar de Piazza del Duomo voorzien. Er zal zoals gezegd flink geklommen moeten worden. Met opvallend veel aankomsten bergop, een stuk of negen maar liefst. Ook opmerkelijk is het grote aantal nieuwe beklimmingen in de slotweek. De organisatie heeft een flink aantal uitdagende bergwegen gevonden waar de Giro nog nooit op betwist is en dat valt alleen maar te prijzen. Verandering van spijs doet immers eten. Ook een belangrijk gegeven voor de volgers is, dat de rustdagen deze Giro op dinsdag vallen. Dit betekent dat de openingsweek maar liefst 10 opeenvolgende etappes bevat en dat slotweek tot 5 koersdagen is teruggebracht.

Op de grijs getinte onverharde stroken is het te doen in rit 11

Vanuit Piëmonte gaat het via de Emiliaanse Apennijnen naar de Adriatische kust. Al na vier dagen wacht de eerste korte test voor de klimmersbenen en etappe 6 kent zelfs al een redelijk serieuze slotklim waar eventueel wat verschillen gemaakt zouden kunnen worden. We zakken vervolgens verder af naar Apulië om via de hooglanden van de Abruzzen langzaam richting Toscane te trekken. Dit heuvelachtige middenrif van de Giro is niet te onderschatten. Bij menig koerskenner is met name etappe 11 op woensdag 19 mei al maandenlang dik rood omcirkeld. Want dat is de op voorhand legendarische rit over de Witte Wegen richting Montalcino. De rit die dit bevat maar liefst 35 kilometer sterrato, waarvan het grootste deel ook nog eens flink bergop gaat. Van een paar kanshebbers weten we dat ze op de Toscaanse grindwegen uit de voeten kunnen, maar voor anderen zou het wel eens een helletocht kunnen worden. We herinneren ons allemaal nog de etappe uit 2010 waar Evans in zijn met modder besmeurde regenboogtrui victorie kraaide en Nibali zijn eerste Roze Trui pakte. De liefhebber kan het uiteraard herbeleven op de digitale kijkbuis.

Evans en Vino op weg naar Montalcino in 2010

Vervolgens wordt de noordwaartse route gestaag voortgezet tot aan etappe 14, met aankomst op de vermaarde Monte Zoncolan. Hoewel de steilste pentes vermeden worden, doordat de klim niet vanuit Ovaro maar vanuit Sutrio bestegen wordt. De verschillen zouden wel eens relatief beperkt kunnen blijven, aangezien alleen de laatste drie kilometer echt extreem zwaar zijn. De volgende rit voert van Grado naar Gorizia, in het uiterste noordoosten van Italië. Voor mij persoonlijk bekend terrein, al te meer omdat in de finale het fraaie Sloveense heuvelland van de Goriška Brda meermalen wordt aangedaan. Ook een niet te onderschatten wijnstreek overigens en voor het gemak schrijf ik Jan Tratnik al met potlood op als dagwinnaar vanuit de vlucht van de dag.

De Toscaans aandoende wijgaarden van de Goriška Brda
Net voor de laatste rustdag gaat het maandag 24 mei los in de Dolomieten met etappe 16. Een landschappelijk adembenemende rit, die ook als de renners hun kruit droog zouden houden het bekijken meer dan waard is. 212 kilometer afzien met nauwelijks een meter vlak.  Met na jarenlange afwezigheid dan eindelijk weer eens de gevreesde Passo Fedaia, gevolgd door de Passo Pordoi, met 2239 meter boven zeeniveau het dak van de Giro en derhalve de Cima Coppi. De koninginnenrit wordt bekroond met de Passo Giau, misschien wel de zwaarste Dolomieten-col met bijna 10 kilometer klimmen aan zo’n 10% gemiddeld. De aankomst ligt na een stevige afdaling in Cortina d’Ampezzo. In betere tijden een finale op het lijf van Nibali geschreven, dit jaar zou ik iemand als Bilbao tippen. 

Il Tappone Dolomitico

De slotweek biedt qua beklimmingen zoals gezegd minder klinkende namen. Wat niet wil zeggen dat er ons geen profielen om van te watertanden voorgeschoteld worden. Etappe 17 heeft op papier zelfs de lastigste slotklim van de hele Giro, met de onuitgegeven, loeizware Sega di Ala. Etappe 20 is een aantrekkelijk uitstapje naar Zwitserland en is de laatste kans voor de klimmers. De route loopt via de Passo San Bernardino en de Splügenpas en is samen met etappe 16 de enige rit die de renners boven de 2000 meter brengt. En aangezien koersen in Zwitseland vaak met slecht weer gepaard gaat, zou de status quo op de voorlaatste dag nog wel eens stevig op proef kunnen worden gesteld. De definitieve uitslag zal worden opgemaakt na een vlakke tijdrit van 30 kilometer, die ons net als vorig jaar brengt naar het hart van Milaan.

Bernal wist in maart de Witte Wegen te bedwingen

Als we naar de kanshebbers kijken, is op papier Egan Bernal voor mij de grote favoriet. Het beperkte aantal tijdritkilometers en het stevige klimwerk is in zijn voordeel en hij heeft met zijn recente derde plaats in de Strade Bianche aangetoond dat hij op de Toscaanse onverharde wegen meer dan uitstekend uit de voeten kan. Alleen is er dan nog die slepende rugblessure die een zware hypotheek legt op de kansen van de enige Colombiaanse Tourwinnaar. Aan de ondersteuning van de manschappen van Ineos zal het niet liggen, die met schaduw-kopmannen Sivakov en Martinez meer dan beslagen ten ijs komen.
 
Als we naar de harde werkelijkheid kijken, is Simon Yates de man in vorm. Overtuigend winnaar van de Ronde van de Alpen (voorheen bekend als de Giro di Trentino) en iemand die in Italië nog een stevige rekening open heeft staan na zijn smadelijke deconfiture in 2018. Sinds zijn zege in de Vuelta dat zelfde jaar heeft onze Simon trouwens weinig meer klaargespeeld op klassementsvlak in een Grote Ronde, dus het wordt wel weer eens tijd om zijn adelbrieven op tafel te leggen. Maar de ploeg van Bike Exchange lijkt goed op orde, dus ik heb er in principe wel vertrouwen in. De enige kanttekening is dat Yates wellicht wat te vroeg in vorm is gekomen en weer het risico loopt om uit te branden in de derde week.

Zien we Yates weer zo vlammen als drie jaar terug?

Na Bernal en Yates komen we bij de kanshebbers van de tweede lijn, wat mij betreft. Als we naar de bookmakers kijken, is die dekselse Evenepoel de volgende gegadigde voor de Trofeo senza fine. Dat zou wat zijn. Niks is onmogelijk en als iemand een grote ronde kan winnen zonder een dag koers is het waarschijnlijk Remco. Maar het lijkt me toch een brug te ver. De Nieuwe Merckx zal zijn pijlen toch eerder op de Olympische Spelen richten en het zal me hogelijk verbazen als hij nu al top-10 rijdt in het eindklassement. Bij Quickstep komen ze in elk geval met een ijzersterke ploeg aan het vertrek, met de onwillige meesterknecht Masnada vers van het podium in Romandië en de Portugese wolf Almeida. João was een van de smaakmakers van het afgelopen najaar, met zijn vijftien dagen in het Roze wist hij menig wielerhart voor zich te winnen. Het gebrek aan tijdritkilometers komt hem deze editie echter niet ten goede en er staan dit jaar toch veel renners aan de start die in principe een stuk beter zijn bergop. Ik verwacht dan ook niet dat hij zijn vierde plek van vorig jaar kan verbeteren.

Wie kan er verder meedingen naar het Roze? Eerlijk gezegd te veel renners om op te noemen. Dat is wat deze Giro zo interessant maakt. Kan Buchmann uit de anonimiteit treden? Komt Landa van zijn tak? Of steekt Bilbao hem dan toch naar de kroon? Kan George Bennett het kopmanschap aan? Grijpt voor Formolo zijn kans? Gooit Soler weer eens zijn eigen glazen in? En dan is er natuurlijk nog de enige oud-winnaar die aan de start staat. De Haai van Messina, met gebroken pols en al. Wordt het knechten voor de etappezeges van Bauke of gaan we dan toch nog een laatste kunstje zien. Ik heb er weinig vertrouwen in. Vincenzo zal vermoedelijk eerder richting Tokio kijken, dan richting Milaan.

 
Hindley kon vorig jaar als enige mee in het geweld van Ineos op de Stelvio
We hebben het ondertussen nog niet eens gehad over de enige vertegenwoordiger van het podium van vorig jaar, die in Turijn aan het vertrek staat. Jai Hindley moet ogenschijnlijk het kopmanschap delen met Bardet bij DSM. En de jonge Australiër lijkt de volgende in een lange rij coureurs te zijn, die niet zo goed overeen schijnt te komen met de licht dictatoriale ploegleiding aldaar. Opvallend, aangezien hij afgelopen oktober vanuit de volgwagen nog alle steun kreeg in zijn onderlinge strijd met Kelderman. Mijn sympathie heeft Jai dus in elk geval niet en ik hoop dat Bardet zich bergop weer eens van zijn beste kant kan laten zien. De straffe etappe naar Montalcino moet hem in elk geval goed liggen, indachtig zijn tweede plek in de bemodderde editie van de Strade Bianche in 2018.
 
De afgelopen Vuelta maakte Hugh Carthy een forse indruk en was zelfs de beste achter de onklopbare Roglič en Carapaz. De goedgebekte Lancashire lad heeft een betere tijdrit in de benen dan veel van zijn naaste belagers. En de veelvuldig steile aankomsten deze Giro zulle ook ook spek voor zijn, gezien zijn glorierijke uitspattingen op Angliru. Het podium lijkt me dus zeker mogelijk. Een andere kandidaat die genoemd moet worden is Alexander Vlasov. Vorig jaar was hij voor velen de geheimtip voor het Roze, na een indrukwekkende rij zeges en dichte ereplaatsen in de voorbereidingskoersen. Het grote ronde-debuut eindigde voor de jonge Rus in een sof, kotsend langs de weg in de tweede etappe. Hij reed vervolgens nog wel een degelijke Vuelta en is ook dit jaar weer redelijk op dreef. Maar de hype van vorig jaar is toch wel aardig weggezakt en dat is voor de gemoedsrust en de kansen van Alexander misschien maar goed ook.
 
Van de vooraf verwachte namen, moet eigenlijk alleen Pinot verstek laten gaan. De aimable Fransoos heeft nog altijd veel last van zijn rugblessure en betaalt zodoende een zware prijs voor het geforceerd uitrijden van de afgelopen Tour. Hij had toen beter voor rust kunnen kiezen, want nu dreigt weeral een seizoen in het water te vallen. Hopelijk komt Thibaut er toch weer bovenop en kunnen we hem wellicht in de Vuelta weer zien schitteren.
 
Peter de Grote zal zeker weer wat willen laten zien
 Al bij al een zeer fraai deelnemersveld en dan heb ik alleen nog maar de voornaamste protagonisten genoemd. Er zitten ook heel wat mooie namen op tweede rij. En zoals we vorig jaar gezien hebben, gebeuren er in de Giro vaak gekke dingen en zijn verrassingen eerder regel dan uitzondering. Aan de aanwezige sprinters zal ik weinig woorden vuilmaken. Caleb Ewan lijkt me de snelste man, met Merlier als opvallende nieuwkomer. Sagan zal zijn zinnen wel gezet hebben op het Cyclaam en ik zie eerlijk gezegd weinig serieuze concurrentie. Ewan gaat dit seizoen ook voor de Tour én de Vuelta en zal dus met zekerheid Milaan niet halen.
 
De bergtrui is over het algemeen volstrekt onvoorspelbaar, maar ik hoop dat iemand als de jonge Ecuadoriaan Jefferson Cepeda van de altijd kleurrijke ploeg Androni-Giocattoli met het Blauw aan de haal gaat. Dat de manschappen van Gianni Savio überhaupt aan het vertrek staan, is trouwens een klein wonder. In eerste instantie waren ze gepasseerd, omdat de ploegleiding te kritisch op de Giro-organisatie was geweest. Maar bij Vini Zabú liepen ze net wat te vaak tegen de doping-lamp, waardoor er ter elfder ure toch toch een plekje voor de geliefde vrijbuitersploeg vrijkwam. Goed nieuws, want ook deze kleinere ploegen weten de Giro vaak extra reliëf te geven. We kunnen dus uitkijken naar drie heerlijke, verrassende weken. Tot binnenkort!

donderdag 29 november 2018

Fietsen over de Brug der Bruggen

Tijdens mijn bezoek aan San Francisco kon ik de Golden Gate Bridge natuurlijk niet links laten liggen. Al sinds 1937 is deze indrukwekkende hangbrug het symbool van de stad. Een huisgenoot van mijn gastheer gaf mij de tip om de brug over te fietsen en de veerboot terug te nemen. Zoals ik eerder al vermeldde, verbleef ik niet in de stad zelf maar in de omgeving van Palo Alto. Ik kon van mijn gastheer een fiets lenen en deze gratis meenemen in de Caltrain richting de grootstad. Dat is de ietwat langzame forenzenverbinding tussen San José en San Francisco, die Silicon Valley ontsluit.

Vanaf het treinstation op 4th and King fietste ik richting de Embarcadero. Deze brede boulevard loopt langs de baai aan de noordoostkant van het centrum. Links torenen de wolkenkrabbers en aan de rechterkant kom je de oude havengebouwen voorbij. Dit was in de eerste helft van de twintigste eeuw een van de grootste havens van de Verenigde Staten. Na de Tweede Wereldoorlog raakte het waterfront van San Francisco langzaam maar zeker in verval. Er was geen plek om uit te breiden en de haven van Oakland zorgde voor toenemende concurrentie. Aan de andere kant van de baai was namelijk wel ruimte om grote containerterminals aan te leggen. En de in 1939 voltooide Bay Bridge, die dwars over de Embarcadero gebouwd is, zorgde voor een goede verbinding tussen beide steden.

De bouw van de grote bruggen en de opkomst van de auto zorgde ook voor het verdwijnen van de passagiersveerdiensten die de verscheidene plaatsen rond de Baai met de stad verbonden. In de jaren zestig werd op  de Embarcadero een elevated highway gebouwd, waardoor een harde scheiding tussen stad en water tot stand kwam.  Op foto's uit de jaren zeventig is goed te zien hoe doods het gebied er toen bij lag.  Nadat de snelweg in 1989 tijdens een aardbeving zwaar beschadigd raakte, werd uiteindelijk besloten om het, bij veel inwoners gehate, betonnen monster af te breken. Zo kwam ook de weg vrij om de Embarcadero te herontwikkelen en fiets- en voetgangervriendelijk te maken. Dat is aardig gelukt, het was er aangenaam fietsen en verscheidene oude havengebouwen zijn mooi opgeknapt.

 
 
Deze foto's zijn overigens een paar dagen later gemaakt,
toen het een tikje helderder weer was

Na een paar kilometer fietsen kwam ik langs Fisherman's Wharf. Een pier met allerlei souvenirwinkels en toeristenrestaurants, waar je het best zo min mogelijk aandacht aan kunt besteden. Maar je scheen er in de haven zeeleeuwen te kunnen zien, dus ik ging er toch even kijken. De beloofde zeeleeuwen waren echter afwezig, aangezien die de zomer in broedkolonies aan de kust doorbrengen. Dus ik vervolgde mijn weg. De eerste goede blik op de Golden Gate Bridge kreeg ik vanaf het strand bij Chrissy Field, een voormalig militair vliegveld. De ochtendmist die vaak rond de brug hangt, was ondertussen grotendeels weg getrokken.

Lang werd het technisch onmogelijk geacht de Golden Gate te overspannen. De toegang tot de Baai van San Francisco is een twee kilometer brede zeestraat die blootstaat aan de grillen van de Grote Oceaan. Begin jaren twintig kwam de ambitieuze ingenieur Joseph Strauss met een plan op de proppen om de langste overspanning ter wereld te bouwen. Hoewel het oorspronkelijke plan van Strauss niet haalbaar bleek, bleef hij de drijvende kracht achter het project en ging hij later met de eer strijken. Achter de schermen ontwierpen de ingenieurs Leon Moisseiff en Charles Alton Ellis de toen langste hangbrug ter wereld en architect Irving Morrow tekende voor het uiterlijk van de torens en de art-deco aankleding van het project. De bouw van de brug was op zijn minst een uitdaging te noemen, die nog eens bemoeilijkt werd door de economische problemen die de Verenigde Staten in de jaren dertig troffen. Dat het project uiteindelijk toch succesvol afgerond werd, is een klein wonder te noemen.


De fietsroute loopt langs het strand tot aan de Warming Hut, een café en winkel van de National Parks Service gevestigd in een relatief oud houten huis. Vanaf daar loopt een klein weggetje via een paar haarspeldbochten omhoog naar het brugdek. Het hoogteverschil van 67 meter zorgt voor een behoorlijke klim op een fiets met slechts één, zwaar verzet. Maar wie worstelt, komt boven. En ziet het autoverkeer langs zich razen. De brug biedt niet alleen plaats aan een zesbaans snelweg, maar ook aan een gedeeld fiets-/voetpad aan beide zijden. Het is uiteraard een populaire bestemming voor toeristen, velen lopen de brug op om wat foto's te maken en ik was ook bepaald niet de enige die per fiets de oversteek maakte. Het was nog niet helemaal helder, maar wel zo goed als windstil. Hoewel de ervaring om dit icoon over te mogen fietsen natuurlijk onvergetelijk is ongeacht de omstandigheden .

De brug vanaf de zuidoever met op de voorgrond Fort Point
De brug vanaf de Marin Headlands, aan de noordzijde van de zeestraat

Aan de overkant volgde na een uitzichtpunt een snelle afdaling richting Sausalito. Vanuit dit welgestelde plaatsje in Marin County is een veerdienst naar San Francisco beschikbaar. Zoals gezegd verdwenen na de opening van de brug de veerboten in hoog tempo uit de Baai en de verbinding naar Sausolito werd in 1941 geschrapt. Een paar decennia later kwam men hier op terug, om een alternatief te bieden voor het almaar problematischer autoverkeer. Tegenwoordig is de Golden Gate Ferry naadloos onderdeel van het openbaar vervoer systeem van de regio en je kunt de overtocht dan ook met de lokale chipkaart, de Clipper Card, betalen (wat een stuk goedkoper is dan los een kaartje  kopen). De boot biedt plek aan fietsen en voetgangers. Hier viel mij past echt op hoeveel fietsers er onderweg waren. Het benedendek deed deels dienst als fietsenstalling en de rijwielen werden daar door het personeel vakkundig zo dicht mogelijk op elkaar gepakt.

De terugweg over de Baai duurde bijna een half uur. Vanuit Sausolito gezien is de brug verscholen achter de hoogtes van de Main Headlands, maar eenmaal in open water liet hij zich in fraai tegenlicht nog eenmaal aanschouwen. Ongeveer halverwege kwam de veerboot vlak langs Alcatraz, eens een beruchte gevangenis, thans een populaire toeristenbestemming. Langzamerhand kwamen de wolkenkrabbers van de stad prominenter in beeld. We meerden uiteindelijk aan bij het San Francisco Ferry Building, een groots laat-negentiende eeuws ensemble, dat qua grandeur niet onderdoet voor menig Europese spoorwegkathedraal. Het complex heeft aardbevingen en modernistische slopershamers weten te overleven en doet tegenwoordig deels dienst als hippe markthal. Vanaf hier was het nauwelijks een kwartiertje fietsen terug naar de trein en zat mijn niet al te inspannende, maar des te indrukwekkendere fietstocht er op.

De gefietste route:

https://www.maps.ie/map-my-route/viewMap.php?route=66987

donderdag 8 november 2018

Diego Rivera's radicale muurschilderingen in San Francisco

Wandelend door San Francisco kwam ik min of meer toevallig de befaamde Mexicaanse schilder Diego Rivera op het spoor. Rivera is bekend van zijn monumentale wandschilderingen in Mexico-Stad en Detroit. Hij was vanwege zijn communistische sympathieën niet altijd even populair in de Verenigde Staten. Zijn fresco Man at the Crossroads in New York werd kort na voltooiing zelfs verwoest door zijn kapitalistische opdrachtgevers, omdat het een portret van Lenin bevatte. Zijn werk in Detroit bleef ternauwernood een zelfde lot bespaard gedurende het McCarthy-tijdperk. Dat er ook werk van Rivera in San Francisco te zien was, was mij van tevoren onbekend.

Diego Rivera en zijn echtgenote Frida Kahlo
in San Francisco, 1930


Vanuit het Caltrain-station op 4th and King liep ik via het zakencentrum en Chinatown naar het noorden. San Francisco is een fascinerende stad van grote contrasten. Aan de ene kant is het de blinkende hoofdstad van het grootkapitaal van Silicon Valley, met hoofdkantoren van Facebook en Twitter. Aan de andere kant is het een stad met een ongekend groot aantal daklozen, een hardnekkig probleem dat wordt versterkt door de almaar stijgende huizenprijzen. Deze verschillen tussen arm en rijk zijn natuurlijk niet nieuw. Denk maar aan de Californische goldrush van 1848, toen mensen van over de hele wereld naar San Francisco trokken in de hoop een fortuin te vergaren. Waaronder veel Chinezen, die zich in Chinatown vestigden. Het is nog altijd een levendige buurt met een heel eigen karakter. Opvallend was de subtiele vlaggenstrijd die gaande leek tussen verschillende gebouwen. Sommige hadden trots de vlag van de Volksrepubliek China in top, anderen hadden de banier van Taiwan op het dak wapperen.

Chinatown
 
Uitzicht vanaf Telegraph Hill richting de
San Francisco-Oakland Bay Bridge

Ik liep verder naar het noorden en kwam uiteindelijk bij Coit Tower uit, waarover ik had gelezen dat er interessante muurschilderingen te bekijken waren. De toren is een betonnen art-deco monument (opgericht als eerbetoon aan de brandweer van San Francisco) op de top van Telegraph Hill, uitkijkend over de Baai van San Francisco. De toegang tot de toren bestaat uit een lobby die rondom de toren loopt en waarvan de wanden voorzien zijn van een omvangrijke cyclus schilderingen. De cyclus toont verschillende aspecten van het leven in Californië en is in 1934 gemaakt door een groep van 26 verschillende kunstenaars.

De schilderingen waren een initiatief van de beeldhouwer Ralph Stackpole en de schilder Bernard Zakheim, beidenbevriend met Diego Rivera en geïnspireerd door zijn grootse wandschilderingen in openbare gebouwen. Het werd mogelijk gemaakt door het Public Art Works Porject, een werkgelegenheidsproject voor kunstenaars dat onderdeel was van de New Deal van president Franklin Roosevelt. Sommigen van de kunstenaars hadden Rivera bij eerdere projecten geassisteerd, en het werk ademt dan ook de stijl en thematiek van de Mexicaanse meester. De politieke ondertoon van sommige panelen, zoals een exemplaar van das Kapital in een boekenkast, zorgden ook hier destijds voor de nodige opschudding. In dit geval uiteindelijk zonder destructieve gevolgen. Nadat ik me enigszins in de materie verdiept had, kwam ik er achter dat er ook werk van Rivera zelf in San Francisco te zien was. Op loopafstand zelfs. Ik daalde deze heuvel af en liep naar de voet van de volgende heuvel, Russian Hill.

Coit Tower van een afstand
In het San Francisco Intsitute of Art, de kunstacademie van de stad, is de schildering The Making of a Fresco Showing the Building of a City te zien. De titel spreekt voor zich, we zien schilders op een steiger die bezig zijn met een fresco over de bouw van een stad. Het werk is tegelijkertijd realistisch en onwerkelijk. Voor- en achtergrond lopen in elkaar over en de schildering lijkt zelfs een soort verlengstuk van de ruimte waar je zelf in staat. De man die in het midden op een balk zit, met de billen richting publiek, is Rivera zelf.  Dit werk kwam in 1931 tot stand en was de tweede muurschildering die Rivera in San Francisco voltooide. Kort daarvoor had hij een Allegorie van Californië geschilderd in het trappenhuis van de toenmalige San Francisco Stock Exchange. Tegenwoordig huist daar de besloten City Club of San Francisco, waardoor het kunstwerk helaas alleen op afspraak te bezichtigen is.

Gelukkig is The Making of a Fresco... beter toegankelijk. Je kunt de kunstacademie gewoon binnenlopen en van negen tot vijf is de zaal met de wandschildering gratis te bezichtigen. Dit past ook binnen de filosofie van Rivera, die het liefst zijn werk uitvoerde in openbare ruimtes, zodat het het grote publiek er van kon genieten. Inmiddels was ik er achter gekomen dat er een nog grotere schildering van Rivera in San Francisco te zien was. Alleen bevond die zich aan de andere kant van de stad, op de campus van het City College of San Francisco.

Het weer was ondertussen echter zodanig betrokken dat het niet meer zo aangenaam was om rond te wandelen. San Francisco is regelmatig in mist gehuld en deze middag was het ook weer zo ver. Ik was er niet helemaal opgekleed, aangezien het een dag eerder nog stralend warm weer was in de stad. Overigens verbleef ik nabij Palo Alto (zo'n 50 km naar het zuidoosten), waar het de gehele dag warm en zonnig was. De mist beperkt zich namelijk tot de kust en komt zelden de Santa Cruz Mountains over. Ik besloot mijn stadswandeling kort te sluiten en het grootste aaneengesloten fresco van Rivera te bezoeken. Vanaf het BART-station Montgomery nam ik de metro naar Balbao Park en vanaf daar was het nog slechts een korte winderige wandeling naar de sombere, betonnen campus.

The Making of a Fresco Showing the Building of a City
(mijn matige foto's doen het werk overigens geen recht)

In 1940 keerde Rivera nog eenmaal terug naar San Francisco. Op Treasure Island, midden in de baai, was sinds 1939 de  Golden Gate International Expo aan de gang. Rivera was uitgenodigd om tijdens het tweede seizoen van de expositie een grote schildering op tien panelen te maken, die later in een nog te bouwen bibliotheek zou komen te hangen. Te midden van het publiek werkte hij samen met een flink aantal assistenten aan het fresco getiteld Pan American Unity, dat maar liefst 22,6 bij 6,7 meter zou beslaan. Om verschillende redenen kwam de geplande bibliotheek er nooit en zo bleven de voltooide panelen na expositie tientallen jaren buiten het zicht van het publiek.

Uiteindelijk kwam het werk dus terecht op de grauwe jaren-zestig-campus van het City College of San Francisco. In de smalle lobby van het Diego Rivera Theater is net voldoende plek om de volledige wandschildering op te stellen. Maar de ruimte is eigenlijk te klein om het werk tot zijn recht te laten komen. Er is wel een verstopt, klein balkon waarvandaan je een redelijk overzicht kunt krijgen. Onderwerp zijn verschillende aspecten van de Amerikaanse cultuur, van de Azteken via de Founding Fathers naar de moderne kunst en de industriële revolutie. Dit alles tegen de achtergrond van een panorama van de Baai van San Francisco, met prominent het expositieterrein op Treasure Island in beeld rechts van het midden.

Het voert te ver om de complexe iconografie in detail te gaan behandelen. Daarvoor heeft het City College een hele handige website gemaakt, waar het een en ander wordt uitgelegd. Rivera schilderde dit werk in een roerige tijd en dat komt ook in verschillende scenes naar voren. Onderaan paneel 4 zijn Stalin, Hitler en Mussolini als tiranniek driemanschap afgebeeld. Rivera mag dan van huis uit communist zijn geweest, hij had het al geruime tijd niet zo op de Sovjet-Unie. En door de moord op Trotsky, het Molotov-Ribbentroppact, de invasie van Polen, Finland en de Baltische Staten was Stalin voor hem op hetzelfde demonische niveau als Hitler gekomen. Op de schildering komt Amerika van linkerzijde ten hulp. Een beeld dat op dat moment eerder op hoop dan werkelijkheid berustte en waarmee Rivera het publiek van de tentoonstelling wilde aansporen het dan nog heersende isolationisme te doorbreken.

Een groots en indrukwekkend epos, dat desalniettemin door veel kenners niet als zijn beste werk wordt gezien. Wellicht speelt de ietwat obscure en vrij ontoegankelijke locatie van het fresco mee. Onbekend maakt immers onbemind.  En de te smalle lobby van een grijs jaren-zestig-gebouw biedt ook niet de monumentale architectonische omlijsting die zijn werken in Detroit en Mexico-Stad wel hebben. In vergelijking met Pan American Unity vond ik The Making of a Fresco... wel iets meer eenheid en harmonie uitstralen, hoewel dat ook op een kleinere schaal was. Dit was echter de eerste keer dat ik in levende lijve het werk van Rivera mocht aanschouwen, dus ik kan de relatieve kwaliteit niet helemaal beoordelen. Ik vond het in elk geval de omwegen meer dan waard en kan de wandschilderingen aan iedereen die ooit eens in de buurt komt aanraden.

dinsdag 6 november 2018

Wandelen door een verstild Los Angeles


Afgelopen zomer kwam een bezoek aan Los Angeles op mijn pad. Ik ben een zelfverklaard liefhebber van grote steden, maar LA stond mij van tevoren niet echt aan. Te veel auto's en te weinig openbaar vervoer, zo dacht ik. En te weinig interessante bezienswaardigheden. Uiteindelijk bleek het een zeer geschikte stad om wat rond te wandelen en er was genoeg te zien om mezelf in elk geval een paar dagen zoet te houden. Wat me opviel, was dat het op veel plekken zo rustig was. Het had vaak meer weg van een uitgestrekte woonwijk dan van een grote stad.

Nadat ik 's middags vanaf het vliegveld bij mijn hostel in Koreatown was aangekomen en mijn maag gevuld had met de nodige lokale specialiteiten, besloot ik dat het tijd was voor een wandeling naar de La Brea Tar Pits. Deze teerputten zijn vooral bekend vanwege de fossielen van kleine en grote zoogdieren die hier zo'n 20.000 jaar geleden in opborrelende dikke aardolie vast kwamen te zitten. In het begin van de twintigste eeuw werden de olievelden van het Los Angeles-bekken op grote schaal ontgonnen en kwamen hier botten van onder meer mammoeten, sabeltandtijgers en grondluiaards aan het licht. Het was ongeveer een uur lopen over 6th street langs art-deco appartementencomplexen en vooroorlogse LA mansions. Een aantrekkelijk en afwisselend straatbeeld, dat mij zeker positief verraste.

De teerputten zijn tegenwoordig onderdeel van Hancock Park, een openbaar park met een educatieve inslag. De olie komt er nog altijd uit de bodem pruttelen en er hangt duidelijk zwavelachtige lucht. Ik zou haast durven te spreken van een authentieke ervaring. Er is ook een museum, maar dat was al dicht tegen de tijd dat ik aankwam. Het museum is een interessante modernistische constructie, bekroond met een betonnen fries waarop een artistieke impressie van het leven rond teerputten is afgebeeld. In de grote vijver staat het beroemde beeld van de verzuipende mammoet, met vrouw en kind hulpeloos toekijkend op de oever. Een bordje geeft uitleg dat het geheel niet helemaal wetenschappelijk verantwoord is, aangezien de de mammoeten die vast kwamen te zitten in overgrote meerderheid solitair levende mannetjes waren.


 


Ik liep terug over Wiltshire Boulevard en onderweg kwam ik een een vreemd groot wit gebouw met vrijmetselaarssymbolen tegen. En in de omgeving zag ik borden die gewag maakten van een installatie van Olafur Eliasson, de bekende Deens-IJslandse kunstenaar. Ik besloot de zaak uit te zoeken en kwam er achter dat het grote witte gebouw dienst deed als een galerie waar de installatie Reality Projector van Eliasson te zien was. En dat het zelfs gratis was, op voorwaarde dat je van tevoren online een kaartje wist te bemachtigen. Dit alles dankzij de vrijgevigheid van de gebroeders Marciano, rijk geworden van het kledingmerg Guess. Ik slaagde er in een kaartje voor de volgende dag te reserveren en kon mij zodoende verheugen op een onvervalste Amerikaanse trickle-down kunstbeleving.

Nadat ik mezelf op een onvervalst Amerikaans ontbijt getrakteerd had, met pannenkoeken en al, ging ik op pad richting de kunsthal. Het was net als gisteren bepaald niet te warm (zo'n 18 graden), grotendeel bewolkt en dus een goede dag voor een wandeling. De Marciano Art Foundation bleek inderdaad in een voormalige vrijmetselaarsloge gehuisd te zijn. Het gebouw had een tijd leeg gestaan en was net gerenoveerd voor de nieuwe bestemming. De installatie van Eliasson was in een grote lege donkere ruimte, die eerder dienst had gedaan als het theater van de loge. Het kunstwerk bestond uit een projectie van verschuivende kleurvlakken op een groot filmdoek, dat de gehele achterwand besloeg. De beelden werden begeleid door een abstract-industriële soundtrack. In de opengewerkte dakconstructie van de hal waren in de openingen verschillende kleurenfilters bevestigd waarachter twee projectors heen en weer bewogen. Het was wel weer een mooie belevenis en ik denk dat de kunstenaar zelf het best kan vertellen wat zijn bedoelingen met het werk waren.


Ik vervolgde mijn weg door een van de meer welgestelde delen van Central LA. Omgeven door mooie klassieke Amerikaanse villa's, dreven mijn gedachten weg naar films als Sunset Boulevard en ik vroeg me af of hier zich ook vergeten filmsterren achter de gordijnen schuilhouden. Ze liepen in elk geval niet over straat, want ik was zo ongeveer de enige voetganger in de buurt. Het werd iets levendiger toen ik Larchmont Village binnenliep, wat een soort hipster-enclave scheen te zijn. Met een ware farmers market, en de gebruikelijke koffietentjes. Dit soort buurtjes zijn toch inmiddels wel vrij inwisselbaar. Het hoge prijspijl van de koopwaar op de markt was hier nog wel het meest opmerkelijke. Maar later kwam ik er achter dat supermarkten in Californië ook een stuk duurder zijn dan in Europa en dat het dus wellicht relatief allemaal nog wel meeviel. Ik was overigens nog niet aan eten toe, dus ik vervolgde mijn weg richting Hollywood.

Ik kwam langs de Paramount Studios, de enige van de grote filmstudio's die nog in Hollywood gevestigd is. De andere grote spelers zijn al geruime tijd in andere delen van Los Angeles gevestigd, waar meer plek was om uit te breiden. Ik liep verder richting Santa Monica Boulevard, waar ik omgeven werd door half-louche autodealers en lichtelijk vervallen strip malls. Hollywood mag dan synoniem zijn voor glitter en glamour, in werkelijkheid is het bepaald niet de rijkste wijk van Los Angeles. Ik sloeg rechtsaf om een bezoek te brengen aan een van de meer obscure bezienswaardigheden van de filmstad: Hollywood Forever Cemetary. Deze begraafplaats, geopend in 1899, is een uitgestrekt, parkachtig veld met palmbomen. Waarop her en der pronkgraven van meer en minder bekende grootheden uit het verleden prijken, te midden van vele 'gewone' voormalige buurtbewoners, waarvan een opvallend groot deel een Armeense achtergrond bleek te hebben. Het verbaasde me weinig dat juist de Flaming Lips op deze vervreemdend, melancholieke locatie eens een optreden gaven, met een toegift de volgende ochtend.

 
 

Na de necropolis te hebben verkend, was ik wel redelijk hongerig geworden. De wat goedkopere buurt bood ook betaalbare etablissementen. En met behulp van mijn trouwe vriend Google wist ik een degelijke Mexicaanse tent op te sporen. Het eten viel bepaald niet tegen. Uitgerust en voldaan kon ik mij derhalve opmaken voor de toeristenmassa's van Hollywood Boulevard. Het was niet ver naar de straat met de sterren in de stoep. De illusie dat dit de plek is waar het allemaal gebeurt trekt blijkbaar nogal wat mensen aan, want ik was er bepaald niet de enige. Het was voorlopig gedaan met de rust.

Gelukkig was er wel wat interessante architectuur te bekijken, want anders is het toch wel een onvervalste tourist trap. Voor mij sprong het Capitol Records Building in het oog, waar onder meer de Beach Boys een deel van hun oeuvre opnamen en waar de bobo's huisden die het grootste deel van de verdiensten opstreken. Verder zijn de monumentale bioscopen uit de jaren '20 een lust voor het oog. Helaas was ik niet in de gelegenheid in een van deze filmhuizen een voorstelling bij te wonen, want dat schijnt ook nog wel de moeite waard te zijn. Voor de rest wordt het straatbeeld bepaald door allerhande Amerikaanse toeristenonzin, waar ik verder geen woorden aan vuil wens te maken.

In plaats van mij nog langer in de hersenloze massa's te verliezen, besloot ik een tip van een vriendin ter harte te nemen. Zij had me gewezen op het nabijgelegen park Runyon Canyon. Het park bestaat uit een droog rivierdal en wat heuvels, die een weids uitzicht bieden over Hollywood en de rest de stad. Het was een mooie plek om even tot rust te komen en terug te kunnen kijken op de gelopen route. Het panorama van de eindeloze stad was indrukwekkend. Hoewel ik nog niet volledig overtuigd was van de zegeningen van LA, was het me ook niet tegen gevallen.

Route dag 1
Route dag 2