Posts tonen met het label Italië. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Italië. Alle posts tonen

donderdag 6 mei 2021

Voorbeschouwing Giro 2021

De meimaand is weer aangebroken en dan leggen niet alleen alle vogels een ei, maar komen ook de koersliefhebbers volop aan hun trekken. Want de heren coureurs gaan weer drie weken door Italië fietsen. En zeg nou zelf, dat zijn toch zonder twijfel de fraaiste wielerweken van jaar. Zaterdag 8 mei gaat de Giro los in Turijn.  Waar de afgelopen editie in het najaar zat samengedrukt met de Vuelta en de verlate voorjaarsklassiekers, is dit jaar de vertrouwde hiërarchie hersteld. We krijgen weer heel wat moois voor de wielen en het deelnemersveld is ook goed op niveau. De dominantie der Slovenen in de Tour heeft vele Grote Namen doen besluiten om het voor het gedistingeerde Roze te gaan in plaats van het vloekend lelijke Geel. 
 
Het parcours is weer een mooie mix. Een inzichtelijk overzicht van de routeprofielen is hier te vinden en een meer gedetailleerde analyse van de etappes is hier voorhanden. We beginnen in Piëmonte en sluiten af in Lombardije, van Turijn naar Milaan. Hemelsbreed nog geen 150 kilometer, maar de 3500 kilometer lange Corsa Rosa brengt ons uiteraard veel verder dan alleen de Povlakte. Opvallend is dat het zuiden van Italië dit jaar niet wordt aangedaan. De afgelopen edities was het vaak vaste prik om vanuit Sicilië de noordwaarts de Laars te bestijgen. Dat was oorspronkelijk ook dit jaar het plan, maar uiteindelijk trok het kapitaalkrachtige noorden de knip en werd de route in deze financieel precaire tijden hertekend ten koste van de zuidelijke regio’s. De Mezzogiornio laten we echter niet helemaal links liggen, maar zuidelijker dan het noorden van Apulië en Campanië komen we niet. 
 
Ook opmerkelijk is het relatief beperkte aantal tijdritkilometers, nog geen 40 in totaal. Wellicht een bewuste keuze van de organisatie om de klimmerstypes te lokken, die zich dit jaar minder kansrijk achten in juli. Er wordt afgetrapt met een korte rit tegen de klok en op de slotdag is de middenlange tijdrit naar de Piazza del Duomo voorzien. Er zal zoals gezegd flink geklommen moeten worden. Met opvallend veel aankomsten bergop, een stuk of negen maar liefst. Ook opmerkelijk is het grote aantal nieuwe beklimmingen in de slotweek. De organisatie heeft een flink aantal uitdagende bergwegen gevonden waar de Giro nog nooit op betwist is en dat valt alleen maar te prijzen. Verandering van spijs doet immers eten. Ook een belangrijk gegeven voor de volgers is, dat de rustdagen deze Giro op dinsdag vallen. Dit betekent dat de openingsweek maar liefst 10 opeenvolgende etappes bevat en dat slotweek tot 5 koersdagen is teruggebracht.

Op de grijs getinte onverharde stroken is het te doen in rit 11

Vanuit Piëmonte gaat het via de Emiliaanse Apennijnen naar de Adriatische kust. Al na vier dagen wacht de eerste korte test voor de klimmersbenen en etappe 6 kent zelfs al een redelijk serieuze slotklim waar eventueel wat verschillen gemaakt zouden kunnen worden. We zakken vervolgens verder af naar Apulië om via de hooglanden van de Abruzzen langzaam richting Toscane te trekken. Dit heuvelachtige middenrif van de Giro is niet te onderschatten. Bij menig koerskenner is met name etappe 11 op woensdag 19 mei al maandenlang dik rood omcirkeld. Want dat is de op voorhand legendarische rit over de Witte Wegen richting Montalcino. De rit die dit bevat maar liefst 35 kilometer sterrato, waarvan het grootste deel ook nog eens flink bergop gaat. Van een paar kanshebbers weten we dat ze op de Toscaanse grindwegen uit de voeten kunnen, maar voor anderen zou het wel eens een helletocht kunnen worden. We herinneren ons allemaal nog de etappe uit 2010 waar Evans in zijn met modder besmeurde regenboogtrui victorie kraaide en Nibali zijn eerste Roze Trui pakte. De liefhebber kan het uiteraard herbeleven op de digitale kijkbuis.

Evans en Vino op weg naar Montalcino in 2010

Vervolgens wordt de noordwaartse route gestaag voortgezet tot aan etappe 14, met aankomst op de vermaarde Monte Zoncolan. Hoewel de steilste pentes vermeden worden, doordat de klim niet vanuit Ovaro maar vanuit Sutrio bestegen wordt. De verschillen zouden wel eens relatief beperkt kunnen blijven, aangezien alleen de laatste drie kilometer echt extreem zwaar zijn. De volgende rit voert van Grado naar Gorizia, in het uiterste noordoosten van Italië. Voor mij persoonlijk bekend terrein, al te meer omdat in de finale het fraaie Sloveense heuvelland van de Goriška Brda meermalen wordt aangedaan. Ook een niet te onderschatten wijnstreek overigens en voor het gemak schrijf ik Jan Tratnik al met potlood op als dagwinnaar vanuit de vlucht van de dag.

De Toscaans aandoende wijgaarden van de Goriška Brda
Net voor de laatste rustdag gaat het maandag 24 mei los in de Dolomieten met etappe 16. Een landschappelijk adembenemende rit, die ook als de renners hun kruit droog zouden houden het bekijken meer dan waard is. 212 kilometer afzien met nauwelijks een meter vlak.  Met na jarenlange afwezigheid dan eindelijk weer eens de gevreesde Passo Fedaia, gevolgd door de Passo Pordoi, met 2239 meter boven zeeniveau het dak van de Giro en derhalve de Cima Coppi. De koninginnenrit wordt bekroond met de Passo Giau, misschien wel de zwaarste Dolomieten-col met bijna 10 kilometer klimmen aan zo’n 10% gemiddeld. De aankomst ligt na een stevige afdaling in Cortina d’Ampezzo. In betere tijden een finale op het lijf van Nibali geschreven, dit jaar zou ik iemand als Bilbao tippen. 

Il Tappone Dolomitico

De slotweek biedt qua beklimmingen zoals gezegd minder klinkende namen. Wat niet wil zeggen dat er ons geen profielen om van te watertanden voorgeschoteld worden. Etappe 17 heeft op papier zelfs de lastigste slotklim van de hele Giro, met de onuitgegeven, loeizware Sega di Ala. Etappe 20 is een aantrekkelijk uitstapje naar Zwitserland en is de laatste kans voor de klimmers. De route loopt via de Passo San Bernardino en de Splügenpas en is samen met etappe 16 de enige rit die de renners boven de 2000 meter brengt. En aangezien koersen in Zwitseland vaak met slecht weer gepaard gaat, zou de status quo op de voorlaatste dag nog wel eens stevig op proef kunnen worden gesteld. De definitieve uitslag zal worden opgemaakt na een vlakke tijdrit van 30 kilometer, die ons net als vorig jaar brengt naar het hart van Milaan.

Bernal wist in maart de Witte Wegen te bedwingen

Als we naar de kanshebbers kijken, is op papier Egan Bernal voor mij de grote favoriet. Het beperkte aantal tijdritkilometers en het stevige klimwerk is in zijn voordeel en hij heeft met zijn recente derde plaats in de Strade Bianche aangetoond dat hij op de Toscaanse onverharde wegen meer dan uitstekend uit de voeten kan. Alleen is er dan nog die slepende rugblessure die een zware hypotheek legt op de kansen van de enige Colombiaanse Tourwinnaar. Aan de ondersteuning van de manschappen van Ineos zal het niet liggen, die met schaduw-kopmannen Sivakov en Martinez meer dan beslagen ten ijs komen.
 
Als we naar de harde werkelijkheid kijken, is Simon Yates de man in vorm. Overtuigend winnaar van de Ronde van de Alpen (voorheen bekend als de Giro di Trentino) en iemand die in Italië nog een stevige rekening open heeft staan na zijn smadelijke deconfiture in 2018. Sinds zijn zege in de Vuelta dat zelfde jaar heeft onze Simon trouwens weinig meer klaargespeeld op klassementsvlak in een Grote Ronde, dus het wordt wel weer eens tijd om zijn adelbrieven op tafel te leggen. Maar de ploeg van Bike Exchange lijkt goed op orde, dus ik heb er in principe wel vertrouwen in. De enige kanttekening is dat Yates wellicht wat te vroeg in vorm is gekomen en weer het risico loopt om uit te branden in de derde week.

Zien we Yates weer zo vlammen als drie jaar terug?

Na Bernal en Yates komen we bij de kanshebbers van de tweede lijn, wat mij betreft. Als we naar de bookmakers kijken, is die dekselse Evenepoel de volgende gegadigde voor de Trofeo senza fine. Dat zou wat zijn. Niks is onmogelijk en als iemand een grote ronde kan winnen zonder een dag koers is het waarschijnlijk Remco. Maar het lijkt me toch een brug te ver. De Nieuwe Merckx zal zijn pijlen toch eerder op de Olympische Spelen richten en het zal me hogelijk verbazen als hij nu al top-10 rijdt in het eindklassement. Bij Quickstep komen ze in elk geval met een ijzersterke ploeg aan het vertrek, met de onwillige meesterknecht Masnada vers van het podium in Romandië en de Portugese wolf Almeida. João was een van de smaakmakers van het afgelopen najaar, met zijn vijftien dagen in het Roze wist hij menig wielerhart voor zich te winnen. Het gebrek aan tijdritkilometers komt hem deze editie echter niet ten goede en er staan dit jaar toch veel renners aan de start die in principe een stuk beter zijn bergop. Ik verwacht dan ook niet dat hij zijn vierde plek van vorig jaar kan verbeteren.

Wie kan er verder meedingen naar het Roze? Eerlijk gezegd te veel renners om op te noemen. Dat is wat deze Giro zo interessant maakt. Kan Buchmann uit de anonimiteit treden? Komt Landa van zijn tak? Of steekt Bilbao hem dan toch naar de kroon? Kan George Bennett het kopmanschap aan? Grijpt voor Formolo zijn kans? Gooit Soler weer eens zijn eigen glazen in? En dan is er natuurlijk nog de enige oud-winnaar die aan de start staat. De Haai van Messina, met gebroken pols en al. Wordt het knechten voor de etappezeges van Bauke of gaan we dan toch nog een laatste kunstje zien. Ik heb er weinig vertrouwen in. Vincenzo zal vermoedelijk eerder richting Tokio kijken, dan richting Milaan.

 
Hindley kon vorig jaar als enige mee in het geweld van Ineos op de Stelvio
We hebben het ondertussen nog niet eens gehad over de enige vertegenwoordiger van het podium van vorig jaar, die in Turijn aan het vertrek staat. Jai Hindley moet ogenschijnlijk het kopmanschap delen met Bardet bij DSM. En de jonge Australiër lijkt de volgende in een lange rij coureurs te zijn, die niet zo goed overeen schijnt te komen met de licht dictatoriale ploegleiding aldaar. Opvallend, aangezien hij afgelopen oktober vanuit de volgwagen nog alle steun kreeg in zijn onderlinge strijd met Kelderman. Mijn sympathie heeft Jai dus in elk geval niet en ik hoop dat Bardet zich bergop weer eens van zijn beste kant kan laten zien. De straffe etappe naar Montalcino moet hem in elk geval goed liggen, indachtig zijn tweede plek in de bemodderde editie van de Strade Bianche in 2018.
 
De afgelopen Vuelta maakte Hugh Carthy een forse indruk en was zelfs de beste achter de onklopbare Roglič en Carapaz. De goedgebekte Lancashire lad heeft een betere tijdrit in de benen dan veel van zijn naaste belagers. En de veelvuldig steile aankomsten deze Giro zulle ook ook spek voor zijn, gezien zijn glorierijke uitspattingen op Angliru. Het podium lijkt me dus zeker mogelijk. Een andere kandidaat die genoemd moet worden is Alexander Vlasov. Vorig jaar was hij voor velen de geheimtip voor het Roze, na een indrukwekkende rij zeges en dichte ereplaatsen in de voorbereidingskoersen. Het grote ronde-debuut eindigde voor de jonge Rus in een sof, kotsend langs de weg in de tweede etappe. Hij reed vervolgens nog wel een degelijke Vuelta en is ook dit jaar weer redelijk op dreef. Maar de hype van vorig jaar is toch wel aardig weggezakt en dat is voor de gemoedsrust en de kansen van Alexander misschien maar goed ook.
 
Van de vooraf verwachte namen, moet eigenlijk alleen Pinot verstek laten gaan. De aimable Fransoos heeft nog altijd veel last van zijn rugblessure en betaalt zodoende een zware prijs voor het geforceerd uitrijden van de afgelopen Tour. Hij had toen beter voor rust kunnen kiezen, want nu dreigt weeral een seizoen in het water te vallen. Hopelijk komt Thibaut er toch weer bovenop en kunnen we hem wellicht in de Vuelta weer zien schitteren.
 
Peter de Grote zal zeker weer wat willen laten zien
 Al bij al een zeer fraai deelnemersveld en dan heb ik alleen nog maar de voornaamste protagonisten genoemd. Er zitten ook heel wat mooie namen op tweede rij. En zoals we vorig jaar gezien hebben, gebeuren er in de Giro vaak gekke dingen en zijn verrassingen eerder regel dan uitzondering. Aan de aanwezige sprinters zal ik weinig woorden vuilmaken. Caleb Ewan lijkt me de snelste man, met Merlier als opvallende nieuwkomer. Sagan zal zijn zinnen wel gezet hebben op het Cyclaam en ik zie eerlijk gezegd weinig serieuze concurrentie. Ewan gaat dit seizoen ook voor de Tour én de Vuelta en zal dus met zekerheid Milaan niet halen.
 
De bergtrui is over het algemeen volstrekt onvoorspelbaar, maar ik hoop dat iemand als de jonge Ecuadoriaan Jefferson Cepeda van de altijd kleurrijke ploeg Androni-Giocattoli met het Blauw aan de haal gaat. Dat de manschappen van Gianni Savio überhaupt aan het vertrek staan, is trouwens een klein wonder. In eerste instantie waren ze gepasseerd, omdat de ploegleiding te kritisch op de Giro-organisatie was geweest. Maar bij Vini Zabú liepen ze net wat te vaak tegen de doping-lamp, waardoor er ter elfder ure toch toch een plekje voor de geliefde vrijbuitersploeg vrijkwam. Goed nieuws, want ook deze kleinere ploegen weten de Giro vaak extra reliëf te geven. We kunnen dus uitkijken naar drie heerlijke, verrassende weken. Tot binnenkort!

maandag 13 november 2017

Padua, in het voetspoor van Goethe

Gedurende mijn verblijf in Padua las ik een reisverslag van een andere noordeling die ruim tweehonderd jaar geleden Italië aandeed. Goethe was in 1786 vanuit Frankfurt op weg naar Rome. Hij nam de route over de Brennerpas en zijn eerste reisdoel was Venetië. Zo kwam hij dus ook langs Padua, waar hij een dag of twee verbleef.

Padua was eind achttiende eeuw vooral befaamd vanwege de gerenommeerde universiteit. De eeuwenoude academie maakte op Goethe echter een belabberde indruk:
>Das Universitätsgebäude hat mich mit aller seiner Würde erschreckt. Es ist mir lieb, daß ich darin nichts zu lernen hatte.
Er was een aspect van de universiteitsstad dat de geleerde Duitser wel kon bekoren, de botanische tuin:
Der botanische Garten ist desto artiger und munterer. Es können viele Pflanzen auch den Winter im Lande bleiben, wenn sie an Mauern oder nicht weit davon gesetzt sind. Man überbaut alsdann das Ganze zu Ende des Oktobers und heizt die wenigen Monate. Es ist erfreuend und belehrend, unter einer Vegetation umherzugehen, die uns fremd ist.  
Gelukkigerwijs is de botanische tuin zoals Goethe die bezocht, vandaag de dag ook nog te bewonderen. Het is de oudste botanische tuin ter wereld en tevens UNESCO werelderfgoed. De oudst nog levende plant is de zogeheten Goethepalm. Deze, inmiddels tot hoge struik uitgegroeide, Europese dwergpalm is in 1585 geplant en is daarmee even oud als de tuin zelf.


De botanische tuin, met de Goethepalm in een speciaal gebouwde kas
De palm wordt niet expliciet in de Italienische Reise vermeld, maar dankt zijn naam aan de passage die Goethe er in zijn Geschichte meines botanischen Studiums wijdt. De observaties die hij maakte aangaande deze boom, zouden dienen voor zijn latere studie Versuch die Metamorphose der Pflanzen zu erklären (1790), een van zijn meer invloedrijke natuurwetenschappelijke publicaties. Het voert te ver om precieze inhoud en context van dit werk te bespreken (zie hier), dus laat ik mij beperken door te vermelden dat ene Charles Darwin het met aandacht heeft gelezen.

De idee dat alle planten naar een soort archetypische Urpflanze zijn gemodelleerd, speelde al in Italië door het hoofd van Goethe (zie hier voor meer interessante achtergrondinfo). Juist bij het beschouwen van de ongekende floristische verscheidenheid van de tuin in Padua, raakt hij van de gedachte doordrongen dat alle planten wellicht een gemeenschappelijke vorm hebben van waaruit ze zich ontwikkeld hebben:
Hier in dieser neu mir entgegentretenden Mannigfaltigkeit wird jener Gedanke immer lebendiger, daß man sich alle Pflanzengestalten vielleicht aus einer entwickeln könne.
De Goethepalm is een van de pronkstukken van de tuin, die ook zijn oorspronkelijke indeling en architectuur nog heeft behouden. Naast het historische gedeelte van de tuin is er op een kleine, doch respectvolle afstand, ook een grote, moderne kas. Hierin zijn verscheidene tropische biotopen herschapen en wordt de bezoeker op educatieve wijze ingelicht over de ongekende verwoesting die de mens op Aarde zo her en der aanricht.


De tropische kas van binnen
De kas van buiten, met de basiliek van Santa Giustina op de achtergrond

Goethe was natuurlijk van alle markten thuis en in Italië ging zijn aandacht begrijpelijkerwijs vooral uit naar het alomtegenwoordige culturele erfgoed. In de Italienische Reise worden vele kunstwerken van naam uitvoerig door hem becommentarieerd. Zoals elke kritische toerist, heeft ook Goethe een bewuste selectie gemaakt uit het cultuuraanbod. De keuzes die hij maakt reflecteren zijn persoonlijke voorkeuren en de tijdgeest. In de Veneto schrijft hij met verve over het oeuvre van Palladio, een bouwmeester die hem na aan het hart lag en in de achttiende eeuw helemaal in de mode was.

Maar het kwam ook voor dat Goethe qua smaak zijn tijd vooruit was. In Padua bezocht hij onder meer de Eremitani-kerk, met de fresco's van Andrea Mantegna in de Ovetari Kapel. Goethe was uiterst lovend over het werk van de meester uit de vijftiende eeuw:
In der Kirche der Eremitaner habe ich Gemälde von Mantegna gesehen, einem der älteren Maler, vor denen ich erstaunt bin. Was in diesen Bildern für eine scharfe, sichere Gegenwart dasteht!
In de voetnoten van mijn editie vermeldt Herbert von Einem dat deze roem opmerkelijk is en in schril contrast staat tot de hoon die Mantegna in de tijd van Goethe meestal ten deel viel:
Goethes Bemerkungen über Mantegna sind von hohem kunstgeschichtligem Wert. Während sein Führer Volkmann die Fresken noch als "gotisch und sehr maniriert" aburteilt, hat Goethe die eigenwürchsige Kraft Mantegnas und die geschichtlige Bedeutung seiner Kunst klar erkannt.
Helaas kon ik het meesterwerk niet in volle glorie aanschouwen, want juist de Ovetari-kapel is verwoest tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het grootste deel van Padua is oorlogsgeweld bespaard gebleven, maar een Amerikaans bombardement gericht op nabijgelegen Duitse barakken trof op 11 maart 1944 de Eremitani-kerk.

Sinds die tijd is de kerk weer heropgebouwd en heeft men aan de hand van teruggevonden fragmenten het fresco met pijn en moeite weer enigszins gereconstrueerd. Het werk is vooral van belang vanwege de revolutionaire toepassing van perspectief, met name in de scene die het martelaarschap van Sint-Jacob verbeeldt. Doordat de leegtes tussen de fragmenten door een zwart-wit reproductie worden opgevuld, is het meesterschap van Mantegna nog altijd te bewonderen.


Het martelaarschap van Sint-Jacob in de Ovetari Kapel
Zoals ik de vorige keer schreef, waren de fresco's van Giotto in de Scrovegni Kapel voor mij de voornaamste aanleiding om Padua te bezoeken. Goethe laat dit werk opvallend genoeg in geen van zijn geschriften de revue passeren en heeft het dus waarschijnlijk dan ook niet gezien. Von Einem vindt dat, met rede, eeuwig zonde:
Es ist tief bedaurlich, daß Goethe eine ähnlich starke persönliche Begegnung in der Cappella dell' Arena mit Giottos berühmten Fresken versagt geblieben ist.
Waarschijnlijk is deze omissie te wijten aan de relatief geringe statuur die het werk van Giotto in de achttiende eeuw had, hoewel Goethe hem wel degelijk enige malen in zijn geschriften bij name noemt. Dus helemaal vergeten was hij zeker niet. Maar van de roem die Giotto bij leven toekwam, was niet veel meer over.

Voor Goethe was het bezoek aan Padua niet veel meer dan een aangenaam en inspirerend oponthoud op weg naar Venetië. Daar kon hij zich verbazen over de wonderbaarlijke handelsstad gebouwd midden in de Lagune. Goethe had het voorrecht als een van de eerste echte toeristen de laatste ademteugen van de Venetiaanse Republiek vast te leggen. Tien jaar later maakte Napoleon een definitief einde aan La Serenissima. Voor mij was Venetië een brug te ver deze zomer. Wellicht dat ik in het laagseizoen ooit eens een poging waag, maar vooralsnog schrikt het overweldigende massatoerisme mij af.


De route die Goethe tussen 1786 en 1788 door Italië volgde

maandag 30 oktober 2017

Padua, een korte confrontatie met Giotto

Deze zomer bracht mij voor het eerst in lange tijd weer naar Italië. Waar ik in vroeger tijden verscheidene keren Toscane had aangedaan, wachtten nu de uitgestrekte vlaktes van de Veneto. Het eigenlijke doel van mijn reis was het westen van Slovenië (waarover later wellicht meer). Maar aangezien mijn vlucht mij naar de luchthaven van Venetië bracht, besloot ik eerst een paar dagen in het Padua door te brengen.

Venetië vanuit het vliegtuig

Waarom Padua? Een woord: Giotto. In Toscane en Rome heb ik in voorgaande jaren al verscheidene hoofdwerken uit de schilderkunst van de Renaissance mogen bewonderen, maar er was in mijn ogen nog een allergrootste omissie. En dat was de vermaarde Scrovegni Kapel in Padua. En waarom dan niet Venetië, toch ook een van de centra van de Renaissance? Tja, tussen droom en werkelijkheid staan praktische bezwaren. Venetië is in juli een van de plaatsen waar ik nou niet bepaald wil zijn. De globale toerisme-apocalyps in uitvoering. Duur en verschrikkelijk druk.

Padua is daarentegen een relatief slaperige universiteitsstad, waar het in de zomer opvallend rustig is. En gezegend met een grote goed bewaarde Middeleeuwse binnenstad met vele interessante bezienswaardigheden. Waarvan de Scrovegni Kapel dus het onvermijdelijke klapstuk is. De kapel is overigens ook wel bekend als de Arena Kapel, dit omdat hij gesitueerd is naast de ruïnes van een Romeins amfitheater.

De Scrovegni Kapel, met restanten van de Romeinse arena links

De kapel is gebouwd in opdracht van Enrico Scrovegni, een rijke lokale bankier. Hoewel bankier wellicht een te neutrale term is. De ziel van Enricos vader Reginaldo wordt door Dante in de zevende cirkel van de hel geplaatst, als zijnde een berucht woekeraar. Zoonlief vond het blijkbaar nodig de zondes van het familiebedrijf af te kopen met een kapel, grenzend aan het (niet bewaard gebleven) stadspaleis van de Scrovegni's.

Voor de decoratie van de ruim bemeten kapel nam Enrico niet de eerste de beste in dienst. Zoals het een patserige parvenu betaamt, spaarde hij kosten noch moeite en gaf hij de opdracht aan de schilder die op ieders lippen lag en de meest modieuze kunst van zijn tijd produceerde. Giotto had reeds in Assisi en aan het pauselijk hof in Rome gewerkt en was wellicht de eerste kunstenaar sinds de oudheid was die bij leven een landelijke beroemdheid was. Hij beschilderde tussen 1303 en 1305 (samen met zijn assistenten) de muren en gewelven volgens een nauwkeurig uitgedacht schema, met onder meer scènes uit het leven van Jezus en Maria.

Scènes uit het leven van Jezus
Overigens komt ook Giotto in de Goddelijke Komedie (geschreven vrij kort na de voltooiing van de kapel in Padua) voorbij. In een passage in het vagevuur (XI, 91-96) mijmert Dante over de vergankelijkheid van de roem. Waar eerst Giotto's leermeester Cimabue de scepter zwaaide, is deze nu door zijn pupil in naam en faam reeds lang voorbij gestreefd. Faam die wellicht toch niet zo vergankelijk was als Dante dacht, want ruim 700 jaar later geniet Giotto nog altijd een zekere beroemdheid.

Wat was er dan zo belangwekkend aan zijn schilderingen, dat juist Giotto niet vergeten is en het overgrote deel van zijn tijdgenoten wel? Wel nu, Giotto wordt vaak, terecht of niet, als een soort aartsvader van de Renaissance beschouwd. De fresco's in de Scrovegni Kapel zijn het best bewaarde en het meest omvangrijke met zekerheid aan Giotto toegeschreven werk en deze worden vaak als een keerpunt in westerse kunstgeschiedenis gezien. De formalistische byzantijnse stijl, die tot dan toe ook de westerse schilderkunst domineerde, maakt hier plaats voor een meer naturalistische stijl.
[Uiteraard is dit een ietwat vereenvoudigde verklaring en het valt te zeggen dat de trend richting naturalisme al eerder was ingezet en Giotto eerder trendvolger dan trendbreker was.]

De bewening van Christus, waarschijnlijk de beroemdste scène van de cyclus
Binnen de byzantijnse traditie worden scenes uit de bijbel binnen een strikt vaststaand patroon afgebeeld en is er weinig relatief ruimte voor persoonlijke interpretaties van de kunstenaar. Giotto had ogenschijnlijk lak aan deze versteende conventies en presenteerde in de Scrovegni Kapel een hele eigen artistieke weergave van de Bijbelverhalen. Hij streefde naar een zo natuurlijk mogelijk weergave van de verschillende scenes en presenteerde de Bijbelse personages als mensen van vlees en bloed met menselijke emoties. Zijn aanpak was, op zijn zachtst gezegd, invloedrijk en hij kreeg al snel vele navolgers.

De Scrovegni Kapel maakt tegenwoordig onderdeel uit van het gemeentelijke museale ensemble Musei Civici di Padova en toegang is streng gereguleerd. Je moet vooraf bespreken en wordt dan met een kleine groep 15 minuten in de de kapel gelaten. Dat is natuurlijk eigenlijk wat te kort om het grootse Gesamtkunstwerk op je in te laten werken, maar de beheerders beweren dat het noodzakelijk is uit conservatie-oogpunt. De korte ervaring is desalniettemin indrukwekkend en overweldigend, naar mijn bescheiden mening.

In Padua is natuurlijk nog wel een stuk meer te zien. Maar daar zal ik nu niet veel verder over uitweiden. Het is zoals in elke Italiaanse stad ook uitstekend culinair genieten, zeker als je de betere kleine restaurants in de achterafstraatjes van het oude centrum weet te vinden. Padua trekt al eeuwenlang toeristen, al waren het vroeger meestal welgestelde heren die Italië op hun grand tour aandeden. Volgende keer zal ik mijn licht laten schijnen op de ervaringen in Padua van wellicht de bekendste Italiëganger. Dan zal ook blijken dat Giotto in de tijd van Goethe helemaal niet over onvergankelijke roem leek te beschikken. Dante had het dus niet helemaal bij het verkeerde eind.

Het Laatste Oordeel

maandag 6 januari 2014

De leegte, het verval en de pretentie


Kan een film drijven op uiterlijk vertoon alleen? Dat was de vraag die ik mezelf stelde na het zien van de film van het jaar 2013 (volgens NRC dan): La Grande Bellezza van Paolo Sorrentino. Het is een film die gaat over het materieel rijke, maar geestelijk arme, Roomse leven van verveelde jetsetters op leeftijd. Van een verhaal is eigenlijk geen sprake. We volgen slechts de escapades van Jep Gambardella (Toni Servillo), een playboy die in een grijs verleden naam heeft gemaakt als auteur, maar die na zijn glansrijke debuut een eeuwigdurend writers block kent.

De man en het niks

Feitelijk gebeurt er niks noemenswaardigs in de film. De muziek is prachtig en de beelden zijn oogstrelend. Maar verder is er leegte. En dat bijna drie uur lang. Het is niet zo dat er niks vermakelijks gebeurt. Er zijn af en toe lichtelijk amusante scenes en er worden zo nu en dan wat spitsvondige bon mots gebezigd. Maar uiteindelijk is het niks meer dan een optocht van verveelde en verwende oude mensen die niet weten wat ze met hun leven aan moeten. Tja.

Dit alles dus gesitueerd in Rome. De Eeuwige Stad. Al millennia lang in verval, maar nog altijd van een tijdloze schoonheid. Door dit decor bewegen onze helden op leeftijd zich van het ene bacchanaal naar de andere opgecokete polonaise. Het verval van een generatie. Zij die ooit dachten de wereld te kunnen verbeteren met hun schoonheid en hun idealen, hebben hun verlies genomen en trachten met botox de schone schijn op te houden. Waar ze het allemaal van doen is volstrekt onduidelijk. Maar dat doet er eigenlijk niet toe. De creditcard is waarschijnlijk gewillig.

Ik zal ook maar het eind verklappen, omdat ik toch niemand deze film echt kan aanraden. Ik zou gewoon zelf naar Rome gaan en daar de bloemetjes buiten zetten. In plaats van naar een misselijkmakend geriatrisch carnaval op het witte doek te moeten kijken. Maar goed, onze vriend Jep onthult op het eind waarom hij al veertig jaar een leeg leven leidt en nooit meer aan scheppend werk is toegekomen. Hij had eerst getracht een Roman over Niets te schrijven, zoals Flaubert, maar dat lukte niet. Vervolgen was hij op zoek gegaan naar de Grote Schoonheid (als in de titel), maar die zoektocht is dus op niks uitgelopen. Tja.

Als groteske desillusie is de film wellicht geslaagd, maar als film naar mijn mening niet. Uiteraard kan geclaimd worden dat het hier grote Grote Kunst over de schoonheid en het niets betreft, maar volgens mij heeft de keizer in dit geval gewoon geen kleren aan. Ik sta best welwillend tegenover l'art pour l'art, maar dat wil niet zeggen dat een pretentieuze vergulde drol geen drol is. De lof die de film ten deel valt, lijkt mij een gevalletje van holle vaten klinken het hardst. La Grande Bellezza is een film die sterft in schoonheid.

De Gouden Drol 2013 gaat naar La Grande Bellezza!