Posts tonen met het label Nederland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nederland. Alle posts tonen

woensdag 29 november 2017

Tradities in verandering

Het is weer bijna december en in Nederland is het dus weer tijd voor de inmiddels jaarlijkse discussie aangaande het fenomeen Zwarte Piet. Ik heb me in het verleden al een paar keer expliciet over deze kwestie uitgesproken en daar sta ik nog altijd achter. Ik wil me nu vooral richten op een van de belangrijkste argumenten die de voorstanders van Zwarte Piet gebruiken: Zwarte Piet is nu eenmaal traditie. Waarmee geïmpliceerd wordt dat tradities per definitie onveranderlijk zijn. Dit is mijns inziens onjuist.

Ik wil niet ontkennen dat Zwarte Piet een traditie is, maar tradities zijn een stuk minder onveranderlijk dan veel mensen denken. Een goed voorbeeld is Koninginnedag of liever Koningsdag, zoals het sinds 2014 heet. De traditie om de verjaardag van het regerend staatshoofd te vieren is al oud, maar de invulling van de feestdag is in de loop der jaren nogal veranderd. De bierdrinkende menigtes die heden ten dage menig stadscentrum bevolken op 27 april, zijn een relatief recent verschijnsel. Vroeger ging het er in het algemeen wat bedeesder en plechtstatiger aan toe, neem nou het traditionele bloemendefilé uit 1969:



Eén van mijn favoriete klassieke clichés is panta rhei. Heraclitus wist al dat alles vloeit en aan verandering onderhevig is. Ook de dingen die op het eerste gezicht onveranderlijk lijken te zijn. En zo zijn ook tradities constant in flux.

Ik wil niet per se beweren dat alle veranderingen per definitie ten goede zijn. Velen zullen wel hebben gemerkt dat vele (online-) winkeliers tegenwoordig aan Black Friday doen, een uit Amerika overgewaaid fenomeen dat inmiddels ook in Europa traditionele vormen begint aan te nemen. Met Thanksgiving hebben we in de hier niets, maar lekkere kortingen de dag erna vinden blijkbaar wel gretig aftrek. En daarmee zijn we ongevraagd een dag rijker waarop de hoogmis van het consumentisme gevierd dient te worden. Maar dit terzijde.

Aangezien tradities meestal aan ongeschreven regels gebonden zijn, is het vaak onduidelijk wie deze regels voorschrijft. Wie bepaalt dat Zwarte Piet niet meer Zwart mag zijn? De koning, het grootkapitaal, het college van B&W, de staatsomroep, de culturele elite of Jan met de Pet? Ik zou zeggen dat dit idealiter een kwestie van algehele consensus zou moeten zijn. Maar die consensus is er helaas niet en derhalve is deze heikele kwestie voer voor een hoogoplopend nationaal debat geworden.

Voorlopig lijkt dit debat nog lang niet uitgewoed. En wat de uitkomst ook zal zijn, een status quo ante bellum lijkt mij zeer onwaarschijnlijk. De verandering lijkt immers al ingezet en ik durf de voorspelling wel aan dat er geen weg terug is. Of je het nou leuk vindt of niet, ook Sinterklaas zal met zijn tijd mee gaan.

woensdag 8 oktober 2014

Oproep aan de leden van de Staten-Generaal

Het laatste relletje rond ons aller koning WA is voor de meeste onderdanen wellicht niets meer dan een storm in een glas water, maar voor mij maakte het nog maar eens duidelijk wat voor verrot systeem de monarchie toch is. Zeker met de huidige lapzwans als koning, die niet door heeft dat de functie van staatshoofd niet perse gepaard hoeft te gaan met een opzichtige en verkwistende leefstijl. Op zijn moeder was eigenlijk weinig aan te merken en zo was er gedurende de ambtstermijn van Bea ook niet veel munitie voor de strijdvaardige republikein. Wat dat betreft is het huidige opperhoofd van het Koninkrijk dus wellicht een blessing in disguise voor degenen die smachten naar een Republiek.

Hoewel ik zelf nauwelijks belasting betaal in Nederland, meen ik me toch druk te moeten maken over een privé-aankoop van onze vorst.

Persoonlijk vind ik het alleen wat teleurstellend dat er eigenlijk nauwelijks partijen vertegenwoordigd zijn in de Tweede Kamer die een openlijk republikeinse koers varen. Ja, SP, GroenLinks en de PvdA hebben vast wel in hun beginselprogramma staan dat ze eigenlijk liever een Republiek hebben, maar in de praktijk hoor je ze er nooit over. De milde kritiek D66-leider van Alexander Pechtold deze week in de Volkskrant is wellicht symptomatisch. Alleen bij schandaaltjes wordt de trom geroerd. En dan nog met grote voorzichtigheid, alsof het om een heilig huisje gaat. De vraag of we nog wel een met publiek geld gefinancierd koningshuis nodig hebben, wordt stelselmatig ontweken.

Terwijl dat wel een vraag is die door volksvertegenwoordigers gesteld zou moeten worden. Het zal toch niet zo zijn dat 100% van de Nederlanders onvoorwaardelijk voor de monarchie is? De dissidente stemmen moeten ook in het parlement aan het woord komen!

Ik heb me zelf al eerder op deze plaats uitgelaten over waarom ik de monarchie een historische vergissing vind, die zo snel mogelijk republikeins rechtgezet zou moeten worden. De erfopvolging zorgt ervoor dat we in de praktijk niet kunnen verhinderen dat omhooggevallen patjepeeërs als Willem-Alexander tot staatshoofd verheven worden. Hij mag dan een chique vrouw aan de haak hebben geslagen, zelf is hij natuurlijk het niveau van Prins Pils eigenlijk nooit echt ontsteken. Hoewel de propaganda van de NOS ons graag anders doet geloven. Het succes van de persiflages van LuckyTV is volgens mij deels te verklaren door het feit dat de satire pijnlijk dicht bij de realiteit aan schuurt.



De platvloerse voorliefde voor snelle auto's van Willy is natuurlijk niet uit de lucht gegrepen. De betonnen steiger in Griekenland, die uit de staatsruif betaald is, dient immers alleen maar als aanlegplaats voor de gloednieuwe speedboot van de koning. Van mij mag Willem-Alexander alle mogelijke gekke hobby's hebben, maar ik wil hem niet als staatshoofd hebben. Binnen de huidige grondwet heeft het volk het echter niet voor het kiezen. We moeten het doen met wat er binnen het Huis van Oranje uitgepoept wordt. Daar mag wat mij betreft dus wel eens verandering in komen. En aangezien de grondwet alleen door de Staten-Generaal gewijzigd kan worden, zou ik persoonlijk een nadrukkelijker republikeins geluid in ons hoogste wetgevende orgaan zeer op prijs stellen.

dinsdag 26 augustus 2014

De rechtsstaat op Lowlands ten onder

Een solide rechtsstaat wordt niet in een dag gebouwd!
Terwijl de Wereld in brand staat, lijkt de crisis in Nederland stilaan bezworen. Ondanks de impact van de Russische boycot krabbelt de economie langzaam weer op. Onder de nieuwe koning groeit het patriottisme en de hervonden nationale trots culmineert in de viering van twee eeuwen vaderland [sic]. Het kabinet herbront op een landgoed in Twente en komt binnenkort met nieuw beleid om het land op een koers naar de toekomst te zetten. Maar ondertussen kalft de rechtsstaat, haast ongemerkt, steeds verder af.

Een goed staatsbestel rust op drie solide, onafhankelijke pijlers: wetgevende macht, uitvoerende macht en rechterlijke macht. Dat parlement en regering in de hedendaagse realiteit nauw verweven zijn, is reeds lang een punt van zorg voor de staatssrecht-puristen. Maar in de praktijk is de uitvoerende macht zozeer verankerd in het stugge ambtenarenapparaat en wordt de wetgevende macht primair gestuurd door de politieke waan van de dag. Men zou zelfs kunnen stellen dat het kabinet eerder deel uit maakt van de wetgevende dan van de uitvoerende macht. Maar zelfs in dat geval heeft het stabiele uitvoerende bestel genoeg gewicht om de vluchtige politiek in evenwicht te houden. Montesquieu kan op dat vlak vooralsnog rustig slapen.

De derde stabiele factor in het landsbestuur zou de rechterlijke macht moeten zijn. En lang was dat ook een baken van rust in Nederland. Weledelgeleerde rechters spreken recht, gewiekste advocaten verdedigen en gedreven aanklagers klagen aan. Een fraaie Trias Justitia. Niets meer aan doen. Behalve dan dat het allemaal leidt tot een relatieve trage rechtsgang, waarin alle belangen en feiten eerlijk afgewogen dienen te worden. En dat is natuurlijk geen aantrekkelijk beeld in een tijd waarin meer veiligheid hoog op de agenda van het Volk staat.

Dus wordt er een list verzonnen om veiligheid en gerechtigheid in topsnelheid naar een groot festival te brengen. De suffe rechters kunnen in stoffige sociëteiten blijven en de gewiekste advocaten worden expliciet niet uitgenodigd. Aanklacht en oordeel worden gecombineerd en de verdachte moet zichzelf maar zien te verdedigen. Als iemand zo stom is een gebruikshoeveelheid verboden middelen niet goed te verstoppen, kan die meteen afrekenen: boete en strafblad. Er wordt aangeraden van beroep af te zien, want dan kan je meteen pinnen. Ik kan het niet eens een schijnproces noemen, want de schijn van een eerlijk proces wordt niet eens opgehouden.

Gelukkig zijn er enkele gehaaide advocaten die deze misstand hebben opgemerkt en de vuile was buiten hebben gehangen. Maar het ergste is natuurlijk dat de naamsverandering van het Ministerie van Justitie naar het Ministerie van Veiligheid meer dan een cosmetische wijziging is gebleken. Het streven naar gerechtigheid staat klaarblijkelijk niet meer bovenaan het prioriteitenlijstje van de heren Opstelten en Teeven. Veiligheid wordt schijnbaar gemeten in de gemiddelde lengte van het strafblad van de Nederlandse burger: hoe langer, hoe beter. Een ontnuchterende constatering. Ik kan slechts hopen dat er nog mensen in Den Haag zijn, die de rechtsstaat, of wat daar nog van over is, wel serieus nemen.

Partners in crime bij het slopen van onze rechtsstaat.

maandag 10 februari 2014

Schaatsen hoort niet meer thuis op de Olympische Spelen.

Leuk die Olympische Spelen, alleen jammer van dat schaatsen. Nederland raakt langzamerhand in een overweldigende staat van euforie na alweer een een-twee-drie. Ik denk echter dat de prestaties van de mannen en vrouwen in Sotsji wel enigszins in een relativerend perspectief mogen worden geplaatst. Dat van de eerste negen te vergeven medailles er zeven naar lieden van Duitschen bloed gingen, is een teken aan de wand. Langebaanschaatsen is in Nederland wintersport nummer één, maar overal elders is het op zijn best randverschijnsel. Dat het Olympisch schaatstoernooi hier in Zweden niet bepaald de tongen los maakt is nog zeer zacht uitgedrukt. Zelfs vrienden van mij die graag sport kijken weten nauwelijks van het bestaan van de discipline af.

Het Open NK van Sotsji...


Dit alles is uiteraard wel eens anders geweest. In de jaren tachtig vierde Tomas Gustafson triomfen vergelijkbaar met Sven Kramer en hij is nog altijd een bescheiden bekendheid. Toevallig kwam ik hem vorig jaar eens op de racefiets hier in de buurt tegen. Een vriendelijke man. Hij wist te vertellen dat hij vroeger wel bij zijn goede vriend Yep Kramer over de vloer kwam en daar ook wel de jonge Sven meemaakte. Maar zoals gezegd is van langebaanschaatsen als sport hier nog weinig over. Het is zeker wel een populair tijdverdrijf om op de bevroren meren er op de schaats op uit te gaan. Maar dat is dan altijd in de vorm van een soort avontuurlijk tijdverdrijf (waarbij niet zelden zelfs de met verraderlijk ijs bedekte kustwateren per schaats worden ontdekt) dan een competitieve sport. Ik zou ook niet weten of er zich überhaupt nog een 400-meterbaan in Zweden bevindt.

En ik denk dat de casus van Zweden typerend is voor veel landen. Schaatsen stelt buiten Nederland gewoon nul komma nul voor. Dat het nog altijd een Olympische sport is, heeft meer te maken met het feit dat het Internationaal Olympisch Comité een nogal conservatieve organisatie is, dan dat het nou daadwerkelijk een van de meest vooraanstaande wintersporten is. Schaatsen op de Olympische Spelen is vooral een relict uit het verleden.

Ten slotte is er nog de kwestie of de buitengewone overmacht van de Nederlandse schaatsequipe louter te verklaren is door een uitgekiende professionele voorbereiding. De Noor Lunde Pedersen liet weten dat hij zijn hand voor Sven Kramer niet in het vuur wenst te steken en de Noorse krant VG onthulde dat het in Nederland ontbreekt aan een goed doortimmerd systeem om bloeddoping tegen te gaan. Dit terwijl het wielrennen ons heeft geleerd dat bloeddoping waarschijnlijk de meest effectieve vorm van doping is, die de prestaties significant kan verbeteren en zonder een goed bloedpaspoort feitelijk niet op te sporen is.

En laat mijn insteek bij doping nou zijn dat ik vermoed dat waar rook is, vuur is. Mag ik dat zeggen? Ja, dat mag ik zeggen. Zelfs de makke NOS kon vorig jaar in de nasleep van de Armstrong-affaire niet langer ontkennen dat zelfs het ogenschijnlijk onschuldige schaatsen niet langer kon pretenderen roomser dan de Paus te zijn als het om doping ging. Zeker niet, nadat de gepensioneerde schaatsbobo zijn mond voor de camera's voorbij praatte. Zelf zou ik Sven Kramer nog wel het voordeel van de twijfel geven als boegbeeld van een nieuwe, schone, generatie, als ik niet beter wist. En helaas meen ik beter te weten. Er is mij uit betrouwbare bron ter ore gekomen dat Sven Kramer niet op een boterham met pindakaas aan de top is gekomen. Dus voor hem steek ook ik mijn hand niet in het vuur.

Nu valt wellicht nog te zeggen, dat hij nu schoon rijdt en dat rest jeugdzondes betreft. Het effect van bloeddoping houdt echter niet op na het gebruik. Het zorgt ervoor dat je harder kunt trainen en het trainingseffect is navenant groter. Hoe lang dit effect aanhoudt laat zich raden. Als een atleet jarenlang op bloeddoping hard traint, dat onder begeleiding van een arts doet en zijn lichaam niet uitwoont, dan valt te verwachten dat hij of zij ook nadat hij stopt met dopinggebruik nog altijd een sterkere fysiek heeft dan als hij zonder bloeddoping had gesport. Er is hier ook over gepubliceerd, als het relevante artikel vind, zal ik het hier invoegen. Maar los van het fysieke aspect, is iemand die willens en wetens vals speelt gedurende zijn of haar carrière mijns inziens sowieso geen waardig kampioen.

WA en Poetin spreken af: geen onverwachte controles voor Sven en Ireen.

Het wordt wat mij betreft dus tijd om de roze bril af te zetten als het om schaatsen gaat. Het is geen sport die op mondiaal topniveau wordt bedreven en de door de Nederlanders geleverde prestaties geven eerder aanleiding tot gefronste wenkbrauwen dan tot gejuich. De Nederlandse media zou er goed aan doen om de sport wat kritischer en met meer distantie te benaderen. En het IOC zou het langebaanschaatsen een wat minder prominente plek op de winterspelen kunnen geven. De vrijkomende medailles zouden dan, wat mij betreft, mooi vergeven kunnen worden aan de dames en heren veldrijders.

dinsdag 3 december 2013

Exclusief: De plannen van de Linkse Kerk om Sinterklaas definitief te verpesten

Nadat ik al eerder mijn twijfels heb geuit over de wenselijkheid van een zwarte Zwarte Piet, kan ik nu, als gevolmachtigd woordvoerder van de Linkse Kerk, de eerste plannen bekend maken over hoe het Sinterklaasfeest in het vervolg vormgegeven zal worden. Want we kunnen toch moeilijk elk jaar weer dezelfde discussie hebben. Nee, we moeten nu echt paal en perk stellen aan alle potentieel aanstootgevende en anderszins onwenselijke aspecten van het volksfeest. Daarom zal het huidige verderfelijke festijn worden omgevormd tot een educatieve en politiek-correcte traditie in lijn met het cultureel-marxisme.

Sinterklaas zelf is natuurlijk een schandalig figuur die al het slechte in de wereld vertegenwoordigt: kerk, kapitaal, kolonialisme en patriarchaat. Hem schaffen we dus meteen af. Zijn schimmel Amerigo is vermoedelijk van adel (een paard is immers een edel dier) en moet daarom als vertegenwoordiger van de bezittende klasse ook geweerd worden. Waardoor de Pieten overblijven. Uiteraard is de Linkse Kerk een groot voorstander van de massa-immigratie, dus het is niet meer dan logisch dat er elk jaar nieuwe Pieten uit Spanje en de rest van de Wereld worden gehaald en dat ze ook direct een verblijfsvergunning, uitkering, woning en auto van de staat krijgen. Dit alles gaat, zoals gewoonlijk, ten koste van de gewone man in de straat.

Volgend jaar eindelijk met pensioen!

Aangezien de hele Sinterklaas-entourage nu al een paar eeuwen voor 100% uit mannen bestaat, zullen vanaf volgend jaar alle Pieten vrouwen zijn. Over een geschikte geschikte naam voor deze Petronella's woedt binnen de Linkse Kerk nog een hevig debat. Uiteraard zullen de Petronella's geen snoep meer uitdelen en zullen alle zoete lekkernijen van staatswege verboden worden. Ook het schoen zetten zal een andere invulling krijgen. Kinderen zullen aangemoedigd worden om 's avonds voor het slapen gaan één van hun favoriete speeltjes in hun schoen te doen, waarna het door de Petronella's door een wortel vervangen zal worden. Zo zorgen we ervoor dat onze kinderen het duivelse materialisme afzweren en tot inzicht komen dat bezit gelijk staat aan diefstal.

Het hoogtepunt van Petronella-feest is en blijft natuurlijk pakjesavond op 5 december. Er zullen nog steeds gedichten geschreven moeten worden door elke aanwezige. Alleen mogen deze gedichten absoluut niet meer rijmen en moet de inhoud zodanig pretentieus en hermetisch zijn, dat ze volledig onbegrijpelijk zijn voor een ieder die niet minstens acht jaar deconstructivistische taalkunde heeft gestudeerd. Ook mogen er nog steeds surprises worden gefabriceerd, maar er wordt wel de eis gesteld dat elke surprise een conceptueel gesamtkunstwerk is, vergezeld van een postmodern manifest. Uiteraard wordt het platvloerse zingen van liedjes en het ordinaire geven van cadeaus in het vervolg achterwege gelaten.

Zo denkt de Linkse Kerk de ergste uitwassen van deze onverkwikkelijke traditie te kunnen neutraliseren, zodat vanaf volgend jaar niemand zich meer hoeft te storen aan een rijke witte man vergezeld door een stel negerslaven.

Zoals de Linkse Kerk alles wat uit Zweden komt tot voorbeeld neemt, is ook dit artikel gebaseerd op een voorbeeld uit de socialistische heilstaat.

zondag 1 december 2013

200 jaar koninkrijk: een historische vergissing

Eerder presenteerde ik in mijn semi-fictieve vraaggesprek met Wilfried de Jong al enkele voorstellen voor de restauratie van de Republiek Nederland. Die visionaire plannen zijn reeds voor het nageslacht vastgelegd en zal ik hier niet herhalen. Wellicht dat ik het een-en-ander nog eens in een Republikeins Manifest giet. Maar voorlopig wil ik mij concentreren op mijn hopeloze pleidooi om het huidige Koninkrijk af te schaffen. Ik weet dat ik me een roepende in de woestijn kan achten, maar die gedachte brengt mij allerminst tot inkeer. Ik raak er juist steeds sterker van overtuigd dat de rest van het volk door Oranjegezinde propaganda in verzoeking wordt geleid.

De propagandastorm is weeral aangewakkerd door de viering van 200 jaar Koninkrijk der Nederlander. Allerhande stukjes worden opgevoerd om nog maar eens aan het volk duidelijk te maken dat er niks sterker met ons bloed en de Vaderlandse bodem is verweven dan het Huis van Oranje. Ik kon de walgneigingen eigenlijk niet onderdrukken toen ik Huub Stapel op het strand van Scheveningen zag staan. Zijn we nóg niet genoeg geïndoctrineerd?

De geschiedenis herhaalt zich, de eerste keer als tragedie, de tweede keer als farce

De Nederlandse monarchie valt met wat creativiteit te bezien als een van de vele paradoxale uitkomsten van de Franse Revolutie. Napoleon stichtte de monarchie in Nederland met zijn broer als kopstuk. Lodewijk Napoleon stelde echter de belangen van zijn onderdanen boven de belangen van het Franse keizerrijk. Wellicht dat het goede imago van onze eerste eigen koning bijdroeg aan de beslissing om na de Franse Tijd de Oranjes weer in het land halen om een koninklijke dynastie op te zetten. Maar waarschijnlijk was de reactionaire sfeer in Europa rond het Wener Congres meer van belang. De grote Europese mogendheden wilden alles in het werk stellen om de verschrikkelijke vernieuwingen van de Franse Revolutie weg te strijken en de oude orde te herstellen. En een van de meest vooraanstaande verworvenheden van de goede oude tijd was uiteraard de monarchie.

Dit terwijl Nederland natuurlijk bij uitstek een republikeinse traditie had. En er in feite dus geenszins sprake was van een restauratie. Zeker, de Oranjes vervulden een rol van variabele prominentie binnen de Republiek. Maar uiteindelijk was een monarchie iets dat we in de Acte van Verlatinghe in 1581 juist hadden afgezworen. Uiteraard valt het huidige koningshuis te verdedigen. De afgelopen eeuw hebben onze vorstinnen zich verdienstelijk van hun taak gekweten. Maar vaak genoeg kwam ook aan het licht dat een erfelijk staatshoofd in praktijk lastig met een democratisch stelsel te combineren valt.

Ik blijf er bij, dat als je gelooft in de zegeningen van de democratie, dat een parlementaire monarchie dan niet de ideale constructie is. Critici zullen wellicht menen dat de democratie an sich ook niet ideaal is. Maar ik moet toch Churchill gelijk geven: "It has been said that democracy is the worst form of government except all those other forms that have been tried from time to time." Er is de facto geen beter alternatief. Ook valt te verdedigen dat een monarchie goed in te passen is in een democratische staatsvorm. Echter als principieel voorstander van de democratie, meen ik dat ook het staatshoofd democratisch gekozen dient te worden. En niet op basis van familiale banden aan het hoofd van ons land komt. Nepotisme keuren we algemeen af, waarom dan wel een koninklijke dynastie?

Is ons koningshuis meer dan een toneelstuk? Moet de staat het volk voorzien van royaal entertainment? Volksvermaak is typisch een dienst die wel beter door particulieren dan door de overheid verzorgd kan worden. Het is dan dus ook niet de taak van de staat om voor sprookjeshuwelijken en liefdesbaby's te zorgen. En verandering is niet onmogelijk. Onze huidige koning staat niet afwijzend tegenover staatkundige vernieuwing. Hij zal elke wet ondertekenen die democratisch tot stand is gekomen. Een militaire coup hoeven we dus niet te vrezen, we moeten voor de traditionele republikeinse waarden opkomen! Politici moeten durf tonen. Niet slapjes over modern koningschap spreken, maar zich expliciet uitspreken voor de republiek.

De aartsvaders van..
... de Republiek Nederland

Het koninkrijk is wat mij betreft een historische vergissing, die strijdig is met de waarden die vervat waren in onze eerste onafhankelijke Republiek zoals die door Willem van Oranje en Johan van Oldenbarnevelt vormgegeven was. De beste Nederlandse tradities van onafhankelijk burgerschap, meritocratie, patriottisme zijn door de instelling van de monarchie onder het vloerkleed geveegd. Soit, het koninkrijk is niet meer de absolute monarchie die het onder Willem I was, maar dat de continuïteit van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden onderbroken is, vind ik onvergeeflijk. Tijd dus om onze republikeinse kroonjuwelen af te stoffen!

vrijdag 29 november 2013

Wat maakt je tot een goed Vaderlander?

Ik probeer de kritiek maar voor te zijn. De kritiek dat ik, als ingezetene van een vreemde mogendheid, geen recht zou hebben mij kritisch uit te laten over enig onderwerp met betrekking tot ons aller Vaderland. Ik betaal geen belasting in Nederland, vervul geen nuttige rol in de samenleving, met andere woorden ik ben er niemand tot dienst. Wat geeft mij dan het recht mijn landgenoten te bekritiseren? Ik zou dan kortaf kunnen verwijzen naar de grondwet of mijn Nederlandse paspoort, maar ik moet zeggen dat ik het op zich wel een interessante kwestie vind. Laat mij er dus wat meer woorden aan wijden.

Mijn persoonlijke voorbeeld in deze, zoals in zovele zaken, is uiteraard Willem Frederik Hermans. Die jarenlang vanuit zelfverkozen ballingschap in Parijs de Nederlandse samenleving op de korrel nam en daar niet veel vrienden mee maakte. Terugkijkend kan men zeggen dat hij zijn criticasters eigenlijk altijd alle hoeken van de kamer liet zien en dat de kritiek op hem vaak weinig meer was dan kortzichtig kleinburgerlijk gejammer. Iets waar Hermans boven stond, hoewel hij het met verve bestreed.

Hermans met zijn enige bondgenoot?

Het lijkt de eenvoudige optie, als relatieve buitenstaander je gal spuwen. Maar het is uiteindelijk een weinig dankbare positie. Terwijl de overschatte Harry Mulisch zich jaar op jaar in Amsterdam zich door ja-knikkers liet fêteren, ploeterde Hermans in eenzaamheid voort, al vechtend tegen de bierkaai van het wantrouwen. Uiteraard werd hij geprezen als romancier, maar hij werd volgens mij nooit echt op waarde geschat. Veel goeds heeft de Nederlands literatuur in de twintigste eeuw waarschijnlijk niet voortgebracht, maar met Hermans hebben we daadwerkelijk een Gigant van internationale allure. Helaas realiseren weinigen zich dat.

Tot dusver heb ik mij achter grote voorbeelden verscholen en de kernvraag onaangeroerd gelaten: waarom ik van uit het buitenland mijn visie uit. Omdat je pas vanaf een afstand echt ziet wat een schilderij voorstelt. Als je middenin het Korenveld met kraaien staat, zie je een bonte opeenvolging van kleurrijke strepen. Pas als je buiten de voorstelling treedt, ontvouwt de gehele voorstelling zich.Of het een morbide voorstelling is, of dat er juist hoop aan ontleend kan worden, is natuurlijk open voor vele interpretaties. Maar zonder overzicht is er sowieso geen beginnen aan.

"Ik weet bijna zeker dat ik in die doeken datgene heb verwoord wat ik niet in woorden uit kan drukken..."

Toch zullen er mensen blijven zijn, die zeggen dat ik het nest bevuil. Prima, maar een ieder zal het toch met mij eens zijn dat een vogel op een gegeven moment het nest moet verlaten. Ik kan toch moeilijk mijn hele leven lang een hulpeloos kuikentje blijven? Ik kies voor de weg van de meeste weerstand, niet voor de gebaande paden. Vandaar dat ik mezelf ook geestelijk op de weerstand voorbereid en ik de gemakzuchtige kritiek voor probeer te zijn.

Tot slot zou ik tot mijn landgenoten willen zeggen:

Wees blij dat Uw lot mij niet koud laat.
Wees blij dat ik Uw problemen de mijne acht
Wees blij dat ik mijn staatsburgerschap serieus neem.
En neem mij vooral niet al te serieus, in elk geval niet serieuzer dan U Uzelf neemt.

woensdag 27 november 2013

Mag ik dat zeggen? Ja, dat mag ik zeggen.

Ik stelde in mijn vorige beschouwing dat veel mensen elk voorstel om Zwarte Piet minder zwart te maken beschouwen als een directe aanval op de Nederlandse cultuur. Dit onderbuikgevoel is natuurlijk direct opgepikt door de man die steeds de vinger aan de pols van het gesundes Volksempfinden heeft: Geert Wilders en zijn kameraden van de PVV. Toen de discussie dit jaar weer de kop op stak, wist de PVV direct de twijfel aan een pikzwarte Zwarte Piet te duiden als een van de onverkwikkelijke uitkomsten van de oh zo verderfelijke multiculturele samenleving. Dat dit geen toeval is, maar deel uit maakt van een slim politiek spel, zal ik duidelijk proberen te maken in de rest van mijn vertoog.



Dat ik deze parlementariërs hier weer aan het woord laat, vind ik eigenlijk te veel eer. Ze hebben immers genoeg ruimte om hun zegje te doen, maar ik kan ook niet om hun rechtmatige functie van volksvertegenwoordiger heen. Want hoe ik het wend of keer, ze vertegenwoordigen het volk. Dat ze daarbij van populistische middelen gebruik maken, is ze uiteindelijk goed recht: Net zo als het mij goed recht is om uitdrukkelijk te zeggen dat ze mij niet vertegenwoordigen. Niet alleen heb ik niet op hun gestemd, ik kan me ook in het geheel niet vinden in hun manier van politiek bedrijven. Maar houdt dat ook in dat hun politieke tegenstanders hen met fluwelen handschoenen aan moeten pakken, om zo maar geen vuile handen te maken als het om de aanpak van het populisme gaat?

De vraag reist dan ook bij mij of je in de politiek dieven met dieven vangt. Moet populisme met populisme bestreden worden? Moet je je moreel hoger achten dan je tegenstander en je dus ook op die manier gedragen. Is negeren, belerend toespreken of Roomser dan de Paus zijn, de juiste tactiek? Of moet je juist nog smerigere trucs uithalen om je tegenstander zwart te maken. Dat laatste gebeurt vaker dan we denken en is eigenlijk vrijwel altijd contraproductief. Omdat het volk ook niet achterlijk is. De meest veelvoorkomende steek onder water is de welbekende reductio ad hitlerum, die ik ook ter voorbeeld, subtiel of niet, in de eerste alinea heb verwerkt. Door je tegenstander met een moorddadig regime te associëren, doe je eigenlijk vrijwel altijd voorkomen dat je geen echt goede tegenargumenten hebt of dat je je in het debat te veel door emoties laat leiden.

Wilders is geen crimineel en de PVV is geen criminele organisatie, dus vergelijkingen met misdadigers en misdadige organisaties gaan per definitie mank. Wilders mag ik volgens mij echter best racistisch en xenofoob noemen, al was het maar omdat dat gewoon mijn mening is. Het komt er echter op aan, goede en overtuigende argumenten voor zo'n mening te vinden, die niet alleen mij overtuigen, maar ook het potentiële PVV-electoraat, als je de confrontatie echt aan wil gaan. En dat is wat een stuk lastiger is. Het is immers makkelijk voor eigen parochie te preken, in mijn geval de ruimdenkende, hoogopgeleide wereldburger. Wat ik hier in wezen ook doe.

Mijn mede-wereldburger Arnon Grunberg nam onlangs een duidelijk standpunt in, toen hij in de Volkskrant voor eigen parochie preekte: "Overigens is een land waar Zwarte Piet wel en Geert Wilders niet wordt bestreden door en door hypocriet." Iets waar ik het in principe alleen maar mee eens kan zijn, het is alleen de vraag of dat werkelijk de situatie is. De meerderheid van de Nederlandse bevolking steunt immers wel Zwarte Piet maar niet Geert Wilders, wellicht is er ergens dus nog wel hoop.

Populisme op volle toeren

Toch blijft het een interessant koppel, Geert Wilders en Zwarte Piet. De moslimhater en de kindervriend. Op het oog hebben ze niks met elkaar gemeen, maar toch meen ik dat beiden op bepaalde punten racistisch geacht kunnen worden. En van die vreemde samenhang maakt Wilders erg handig gebruik. Mensen die Zwarte Piet afwijzen worden weggezet als handlangers van een anti-Nederlandse complot, gesteund door de VN, EU, Linkse Kerk en andere usual suspects.  De PVV past een hele slimme tactiek toe, die eens te meer bewijst dat Wilders volgens mij op bepaalde punten de meest getalenteerde politicus van Nederland is: de techniek van de politieke toe-eigening. Ze proberen van een algemeen geliefd figuur als Zwarte Piet de vaandeldrager van hun populistische politiek te maken.

En dat is nou net een verschijnsel waar de politieke tegenstanders van Wilders het volk op moeten wijzen en bewust van moeten maken. Dat de argumentatie: wie tegen een zwarte Zwarte Piet is, is tegen de Nederlandse cultuur, helemaal nergens op slaat. Je kunt best tegen een zwarte Zwarte Piet zijn, maar nog steeds een groot voorstander zijn van het Sinterklaasfeest, een enigszins ander vormgegeven Piet incluis. En zelfs al heb je niks met Sinterklaas, dan hoef je nog helemaal niet de Nederlandse cultuur als geheel te ondermijnen.

Politici aan de andere kant van het spectrum zijn echter bang om de confrontatie met Wilders aan te gaan. Omdat ze vrezen dat elke confrontatie bij voorbaat een verloren confrontatie is. Ze hoeven echter helemaal geen stelling tegen Zwarte Piet in te nemen, ze hoeven alleen maar de populistische politieke toe-eigening van Zwarte Piet door de PVV expliciet af te keuren. Ze zijn bang er een politiek punt van te maken, terwijl de PVV door heeft dat het al lang een politiek punt is.

zaterdag 23 november 2013

De dingen bij de naam noemen

Zoals eerder gememoreerd ben ik aangemoedigd om man en paard te noemen in mijn beschouwingen. Ik zal dan bij deze onthullen dat mijn ietwat hermetische artikel over vrijdenken en de natiestaat is geschreven naar aanleiding van het hoogstaande Zwarte Piet-debat. Omdat het artikel in principe op elk denkbaar controversieel onderwerp (prostitutie, euthanasie, doodstraf, noem maar op) van toepassing kan zijn en ik niet wilde dat het artikel door een beroete bril gelezen zou worden, had ik de aanleiding in eerste instantie achterwege gelaten. Nu de ergste rookwolken van het slagveld zijn opgetrokken, is het wellicht tijd de stand van zaken met distantie te overdenken. Met andere woorden, om mij alsnog in een akelig wespennest te storten. Want zo valt het hele debat wellicht wel het best te kwalificeren: akelig.

En dat is misschien wel het punt. Dat het lijkt alsof we niet op een normale manier met elkaar om kunnen gaan en dat we tegelijkertijd als de dood zijn in onze identiteit aangetast te worden door iets aan een traditie aan te moeten passen. Terwijl elke traditie een bepaalde culturele ontwikkeling heeft doorgemaakt en door de loop van de geschiedenis constant aangepast is. Maar die aanpassingen gingen meestal terloops, haast onbewust. Het wordt 'gevaarlijk' gevonden als de aanpassingen bewust gebeuren. Want dan lijkt het alsof achter die kleine aanpassing een gedachte schuil gaat, die uiteindelijk nog veel meer aanpassingen van ons zal eisen. Terwijl dat natuurlijk zeer de vraag is.

Goed, maar om bij de kern van het debat terug te keren. Zwarte Piet. Is een zwarte Zwarte Piet racistisch? Tja. Er zijn mensen die Zwarte Piet racistisch vinden en daar zijn ook wel goede redenen voor, vind ik. Maar moet je de minderheid van de bevolking, en wellicht de buitenlandse publieke opinie, tegemoet komen en een kinderfeest aanpassen, tegen de zin van de meerderheid van de bevolking? Dat is een goede vraag. Laten we eerst maar eens naar Anousha Nzume,
een tegenstander van de zwarte Zwarte Piet, kijken en luisteren.



De vergelijking met Rusland is wellicht wat overtrokken, maar dat moet kunnen. Uiteraard is Nederland geen politiestaat zoals Rusland, maar de tegenstanders van Zwarte Piet worden evengoed weggezet als gekke henkies, die met hun poten van onze cultuur moeten afblijven. En zodra bleek, dat de argumentatie van de voorstanders van Zwarte Piet voornamelijk daar om draaide, kwam voor mij de omslag.

In voorgaande jaren leek het ressentiment tegenover Zwarte Piet hoofdzakelijk afkomstig van Amerikaanse toeristen en expats. En dat ressentiment was begrijpelijk en verklaarbaar uit het veel grotere racistische stigma dat in de VS kleeft aan het concept blackface. In Amerika was het tot aan de Tweede Wereldoorlog niet ongebruikelijk voor entertainers om in blackface (zwart geschminkt met rode lippen) op te treden en in een aanzienlijk deel van zulke shows werden zwarten belachelijk gemaakt. Met de voortschrijdende verwerking van het Amerikaanse slavernijverleden en de opkomst van de burgerrechtenbeweging werd blackface steeds meer gezien als een uitting van cultureel racisme en is tegenwoordig voltrekt taboe.

Is blackface een deel van ons erfgoed waar we tegenwoordig trots op moeten zijn?

Dus tot dusver dacht ik dat de veroordeling van Zwarte Piet simpelweg op een cultureel misverstand berustte. In Nederland is er geen vergelijkbaar taboe op blackface en Zwarte Piet is dus aanvaardbaar. We moeten het alleen goed uitleggen aan de Amerikanen en ons van de culturele verschillen en gevoeligheden bewust zijn. Daar denk ik nu dus iets anders over en dat is niet omdat de tegenstanders met veel betere argumenten zijn gekomen.

In Nederland geeft men vaak hoog op over de geneugten van het recht voor zijn raap zijn. De dingen bij de naam noemen. Buitenstaanders interpreteren dit meestal als botheid en een gebrek aan omgangsvormen. De botheid is denk ik een kwestie van smaak, maar het gebrek aan omgangsvormen klopt denk ik wel, als het om het publieke debat gaat. Aangaande de privésfeer geen kwaad woord over mijn geliefde landgenoten, maar in de openbare arena van het vrije woord maken we er een puinhoop van.

Goed, maar weer terug naar het onderwerp Zwarte Piet. Want de tegenstanders van onze beroete kindervriend kregen deze hete herfst een ongekende bak stront over zich heen. In plaats van met goede argumenten voor het behoud van zijn donkergetinte huidskleuren te komen, beschoten de Zwarte Piet-aficionado's en masse de gezanten van deze ongewenste boodschap (te weten: dat het ook voor deze traditie wellicht tijd was om de stap te zetten naar de moderne tijd). Dat kon toch echt niet. Dit was de nagel aan de doodskist van alles wat ons dierbaar was. Zwarte Piet is zwart doordat hij door schoorstenen klautert en daarmee uit! En zij die ook maar twijfelden aan de enig correcte huidskleur van de Pieterbaas waren on-Nederlands, racisten (?), links, achterlijk, moslims, buitenlanders, nazi's en weet ik wat niet meer. Al met al, geen soepele dialoog.

Vooralsnog blijft het Nederlandse volk massaal voor een zwarte Zwarte Piet.

Uiteraard chargeer ik. De meesten klikten keurig 'vind ik leuk' op de Pietitie en ploeterden vervolgens rustig voort in hun grauwe burgermans(m/v)bestaan. Dat er echter geen constructief debat plaatsvond, was wel duidelijk. En de centrale olifant in de kamer bleef al helemaal buiten schot: alledaags racisme in Nederland.

Want zij die goed hebben geluisterd naar mevrouw Nzume, weten dat het daar eigenlijk om gaat. Het zou uiteindelijk niet uit moeten maken wat voor kleur Zwarte Piet heeft, maar dat het voor sommige mensen momenteel wel aanstootgevend is, heeft er alles mee te maken dat voor velen racisme aan de orde van de dag is. Nu hoor ik mijn lezers direct zeggen: Nederland is niet racistisch en ik al helemaal niet. En daar zit vermoedelijk het probleem. De ontkenningsfase. Er zijn zwarte en witte scholen. Allochtonen zijn vaker werkloos, lager opgeleid, worden in uitgaansgelegenheden geweigerd. Wijken zijn gesegregeerd. En toch houdt iedereen stellig vol dat er geen racisme is in Nederland. Alsof die droom werkelijkheid wordt als we het maar vaak genoeg hardop zeggen. De wens is hier mijns inziens duidelijk de vader van de gedachte.

Wat te doen? Moeten we Zwarte Piet een andere kleur geven? Tja, daar ga ik niet over en zoals gezegd maakt het mij persoonlijk eigenlijk weinig uit. Wat ik veel essentiëler vind, is dat we op een fatsoenlijke manier met minderheden in ons land om moeten gaan en hun grieven serieus moeten nemen. Het is aanlokkelijk om in een wij-zij-retoriek te vervallen, maar uiteindelijk schiet je daar niks mee op. Het heeft geen zin mensen met een andere opvatting te vrezen of te haten. Om met Yoda af te sluiten: "Fear is the path to the dark side. Fear leads to anger, anger leads to hate, hate leads to suffering."

maandag 18 november 2013

Is de renaissance van de sociaaldemocratie aanstaande of doet de laatste sociaaldemocraat het licht uit?

De huidige tijd, waarin het failliet van het kapitalisme eens te meer aan het licht wordt gebracht, zou toch een zegen moeten zijn voor elke rechtgeaarde sociaaldemocraat. Als volleerde Cassandra's zouden ze nu toch en masse van de daken moeten schreeuwen dat het grootkapitaal het, zoals reeds lang tevoren voorspeld, verprutst heeft en dat het tijd is dat het gewone werkvolk orde op zaken stelt. Alleen wat je in de praktijk hoort, is doodse stilte. De corruptie van de macht lijkt de sociaaldemocratie van binnen te hebben uitgehold. Alle levenskracht is weggezogen door liberaal-economische parasieten. Operatie geslaagd, patiënt overleden.

De vraag rest of er nog reanimatie mogelijk is en of dat wenselijk is. Wellicht is het beter met een schone lei te beginnen zonder achtervolgd te blijven worden door de spoken uit het verleden. Maar het lijkt aan de andere kant ook niet zo handig om het wiel voor de tweede keer uit te moeten vinden. Liggen er nog sociaaldemocratische kroonjuwelen in de kast, die het waard zijn om afgestoft te worden? Of kunnen we de boedel, inclusief de langspeelplaten met strijdliederen, de rode banieren en de internationale solidariteit, beter meteen op Marktplaats dumpen?

Das war einmal...
Toen de lucht nog schoon was en de seks vies...

Laten we eerst maar even de huidige stand van zaken opnoteren. De hedendaagse partijen die zich nog sociaaldemocratisch durven te noemen, durven niet langer nog te pleiten voor maatregelen die tot een meer egalitaire maatschappij leiden. Waarom niet? Omdat ze zodanig geïndoctrineerd zijn door quasi-meritocratische eigen-verantwoordelijkheids-quatsch, dat ze zelf niet langer meer geloven in een gelijke spreiding van onderwijs, zorg, welvaart en kansen. Participatiesamenleving mijn achterwerk: als ze echt werk zouden wíllen maken van emancipatie en volksverheffing, dan zouden ze actief beleid moeten propageren dat dat ook daadwerkelijk voorstaat.

Want het punt is gewoon, dat in de dagelijkse praktijk op geen enkel moment blijkt dat sociaaldemocratische politici nog werkelijk geloven in de klassieke, tijdloze sociaaldemocratische idealen. Nu heb ik bewust een 'gedateerd' woord als volksverheffing gebruikt. Velen zullen zeggen dat dat een achterhaald begrip is. Maar willen zij mij dan ook even het bewijs leveren dat er geen onderklasse meer bestaat in de huidige maatschappij? Juist. De ongelijkheid groeit  en groeit en tegelijkertijd groeit de onvrede onder het volk, omdat juist de minst bedeelden zien dat er niks structureels aan hun achtergestelde positie wordt gedaan.

Natuurlijk, er zijn koopkrachtplaatsjes en berekeningen van het centraal planbureau. Maar met dat soort bureaucratisch en technocratisch gewauwel win je geen verkiezingen. Je moet de kiezers aanlokkelijke vergezichten tonen en ze wegen tonen om die vergezichten binnen bereik te brengen.Wat wil je doen om de participatie van de vrouwen op de arbeidsmarkt te vergroten? De bladibla-toeslag met 0,5% verhogen of stel je het volk goedkopere kinderopvang en ruimhartig ouderschapsverlof voor beide ouders in het vooruitzicht, met de kanttekening dat dat betaald wordt door een belastingverhoging. Het gaat om prioriteiten stellen, neem je genoegen met betekenisloze halve maatregelen of ben je bereid offers te vragen voor echt nieuw beleid?

Dit is maar een voorbeeld, maar als je de kiezer belooft dat de overheid wat voor ze kan betekenen, dan moet je ze niet beloven dat dat gratis en voor niks kan. Voor wat hoort wat en voor niets gaat de zon op. Wees realistisch in beloftes, maar durf ook ambitie te hebben.

Zoek de verschillen...
Wat wil ik?




















Zelf zou ik mezelf niet zo gauw als sociaaldemocraat willen classificeren. Zoals wellicht wel bekend is, hou ik niet zo van ideologische categorisatie. Ik heb echter wel sympathie voor het sociaaldemocratische gedachtegoed en ik vind het eigenlijk wel jammer dat het tegenwoordig zo slecht voor het voetlicht wordt gebracht door de daarvoor aangewezen instanties en personen. Maar goed, de tijd zal het leren of er ooit nog wat van terecht komt. Ik sluit niet uit dat er wellicht een nieuw progressief gedachtegoed geformuleerd zal worden, dat de plaats in zal nemen van de versleten frasen en holle strijdkreten. Er gloort voor alsnog in elk geval nog geen hernieuwde sociaaldemocratisch dageraad aan de horizon, terwijl de sterren toch gunstig staan.

zondag 17 november 2013

Is zonder ideologieën de weg vrij voor ongebreideld populisme?

Nadat ik in een vorig artikel het concept ideologie had zwartgemaakt, kreeg ik enige terugkoppeling die de validiteit van mijn stellingen in twijfel trok. Uiteraard zijn mijn schrijfsels slechts de weerslag van gedachte-experimenten, waar verder niet al te veel waarde aan moet worden gehecht. Desondanks neem ik alle serieuze kritiek serieus, zeker als het de aanleiding kan vormen voor weer een gedachte-experiment.

Het centrale punt van mijn tegenstander was, dat het wegvallen van ideologieën de weg vrijmaakt voor nihilistisch populisme en immorele technocratieën. Een ieder die mijn blog goed gelezen heeft zal het met mij eens zijn dat ideologieën vaak een gestructureerde vorm van populisme bevatten, dus dat het wellicht niet ondenkbeeldig is, dat de wil des volks zonder ideologieën op een andere wijze gekanaliseerd wordt. Het klassieke schrikbeeld van volksmenners doemt hierbij al gauw op. Als men tenminste niet in ogenschouw neemt, dat vrijwel alle succesvolle volksmenners een sterk ideologisch gefundeerd programma propageerden.

Is zonder ideologie het hek van de dam? Of is populisme juist ideologisch geïnspireerd?

Evengoed zullen er mensen zijn die claimen dat we momenteel in een postideologische cultuur leven en dat de opkomst van allerlei populistische groeperingen her en der, daar een direct gevolg van is. De opkomst van populisme en zelfs politiek extremisme zal ik niet ontkennen en ik zal ook zeker niet zeggen dat dat geen zorgelijke ontwikkeling is. Ik wil echter wel er op wijzen dat al die groeperingen wel degelijk een ideologie uitdragen. Dat het geen ideologie is die als zodanig herkenbaar was in het twintigste-eeuwse politieke landschap, zorgt wellicht er voor dat commentatoren abusievelijk menen dat deze bewegingen postideologisch zijn.

Een ander kritiekpunt, dat ik van een andere commentator kreeg aangereikt, was dat ik de zaken niet expliciet bij de naam noem. Nou ben ik het met die kritiek uiteraard niet eens, maar wil toch eens te meer duidelijk maken dat ik niet bang ben man en paard te noemen, als ik dat nodig acht. Dat zal ik in dezen doen, door aan te tonen dat Geert Wilders geenszins een postideologisch figuur is, maar dat hij wel degelijk een vastomlijnde ideologie vertegenwoordigt. Het is alleen zo dat die ideologie niet primair in manifesten en programma's is vervat en daarom vermoedelijk minder herkenbaar is, dan de 'vertrouwde' ideologieën.

De ideologie waar Wilders zijn publiek mee tracht te verleiden, is denk het best te omschrijven als een nationalistisch en xenofobisch reactionair-conservatief gedachtegoed. Al zijn uitlatingen suggereren dat het vroeger allemaal beter was en dat het de schuld is van volksvreemde elementen (Islam en/of immigranten) en het verlies aan nationale soevereiniteit (Europese Unie) dat het tegenwoordig minder goed gaat dan vroeger. Dat Wilders de klassiek-populistische techniek gebruikt van het aanwijzen van zondebokken, een concept waar René Grrard in zijn werk La Violence et le Sacré een heel boek over heeft volgeschreven, in casu de islam, de immigratie en de EU, doet niks af aan het feit dat zijn politiek wel degelijk als ideologisch kan worden omschreven.



Het is misschien wel ironisch te noemen dat de meest postideologische partij in de Nederlandse politiek, D66, ook meteen een van de meest prominente antagonisten van Wilders' PVV is. Dit om nog maar eens aan te tonen dat gebrek aan ideologie en gemakzuchtig populisme wat mij betreft niet altijd hand in hand gaan. Goed, D66 is pragmatisch te noemen, maar ik zou ze toch beslist niet als uitgesproken populistisch willen kwalificeren.

Een ander, internationaal meer bekend, voorbeeld van ideologisch geïnspireerd populisme is de invloed van het werk van Ayn Rand op de Tea Party. Deze stroming binnen de Amerikaanse Republikeinse partij dweept te pas en te onpas met Rands magnum opus: Atlas Shrugged. In dat werk pleit Rand voor een zeer vergaand kapitalisme en individualisme en het is met afstand het op één na favoriete boek onder Tea Party-aanhangers. Ik denk dat de Tea Party zonder twijfel zeer populistisch is, maar het valt ook niet te ontkennen dat de Tea Party zeer sterk ideologisch geïnspireerd is en er is wellicht zelfs wel sprake van een specifieke Tea Party-ideologie.

Mijn punt is dus dat minder ideologie niet persé hoeft te leiden tot een algeheel verval van de politiek tot populistisch geraaskal. Dat de politiek wellicht aan het vervallen is tot populistisch geraaskal (als er tenminste sprake is van verval en niet zozeer van een status quo, iets dat mij persoonlijk eigenlijk waarschijnlijker lijkt), is volgens mij niet te wijten aan een verlies van ideologisch elan. Dat er getwist kan worden over het nut van ideologieën in de politiek, zal ik niet ontkennen. Zoals ik eerder al schreef, hebben ideologieën beslist een nut, in de zin dat ze een essentiële stroming in het volk kunnen vangen en theoretiseren. Ook heb ik de kwestie van de technocratie als mogelijke tegenpool voor de ideologisch gestructureerde democratie nog onaangeroerd gelaten, aangezien dat een kwestie is die ik nog moet overpeinzen en waar ik wellicht later op terugkom.