Posts tonen met het label Zomergasten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Zomergasten. Alle posts tonen

dinsdag 19 november 2013

Zomergasten (deel 6, slot)

Wilfiried de Jong: Omgeven door duisternis vangen we de afsluiting van deze avond aan.

Oskar: Je begint al haast een beetje als mij te klinken!

W. Wat wil je ook na bijna drie uur je gezeur te hebben moeten aanhoren. Maar laten we maar zo snel mogelijk naar het eerste fragment gaan, dat eindelijk wat lichtere kost betreft.

O: Ja, humor om te lachen uit de oude doos! Want, als we dan toch een trip down memory lane maken, dan kunnen we het beter goed doen. En dan wel met het beste wat de hybridisatie van Amerikaans en Nederlands theater ooit voort heeft gebracht: Bert en Ernie. Zoals een goede vriend van mij meent dat het in de wereldliteratuur enkel bergafwaarts is gegaan sinds Homeros de Illias componeerde, zo zou ik willen stellen dat het in mijn persoonlijke televisiebeleving nooit iets aan Bert en Ernie heeft kunnen tippen. Het betreft dan uiteraard de tijdloze interpretatie van ons aller pluchen vriendenpaar door Paul Haenen en Wim T. Schippers.

W. Je weet zelfs aan Bert en Ernie een pretentieuze draai te geven!

O. Als er iets een pretentieuze introductie verdient, dan is het wel Bert en Ernie!



W. Tot zover Bert en Ernie. Welk cultureel hoogtepunt wil je ons publiek nu voorschotelen?

O. Tot nu toe is mijn geboorteplaats en Heimat Groningen buiten beschouwing gebleven. Daar moet ter elfder ure natuurlijk nog wel even verandering in gebracht worden. Vandaar een fragment recht uit een van de plekken in Stad die mij hebben gevormd tot wie ik ben: Vera. Het betreft de registratie van een concert dat ik helaas niet in levende lijven heb mogen aanschouwen, maar dankzij de zegeningen van YouiTube kan ik het acht jaar na dato alsnog meebeleven alsof ik zelf vooraan stond.

W. Verwacht je van de kijkers dat ze daadwerkelijk een uur lang snoeiharde metal gaan uitzitten?

O. Ik verwacht niks, ik bied mensen slechts de mogelijkheid. Niks moet, alles mag. Maar ik kan in elk geval het bijna twaalf minuten lange openingsnummer Hearts Alive (1:27 - 13:11) van harte aanraden! En ook de tijdloze klassieker Iron Tusk (47:55 - 50:54) is niet te versmaden in deze onverwoestbare live-performance.

W. Als ik het goed heb hebben de meeste nummers die Mastodon tijdens het bewuste concert speelde betrekking op het boek Moby Dick van Herman Melville.

O. Dat hebben de redacteuren goed voor je uitgezocht, maar dat doet er nu verder niet echt toe. Laten we de muziek gewoon maar over ons heen komen als een allesverpletterend zeemonster.



W. Pfff dat hebben we tenminste achter de rug. Hier zag ik eigenlijk al de hele avond tegenop.

O. Maar geef toe dat het stiekem heel erg goed was.

W. Ok, jij je zin, het had zo af en toe wel wat inderdaad.

O. Dan is het nu volgens mij tijd voor het laatste saaie interview met een pratend hoofd over een hoogdravend onderwerp.

W.  Ja, maar waarom dan toch een neoconservatief als Roger Scruton?

O. In de eerste plaats is hij geen neoconservatief, een categorisatie die sowieso mijn inziens een paradoxale contradictio in terminis is (dat terzijde), maar een onversneden conservatief van de oude stempel. Uiteraard valt er zeker wel wat op hem af te dingen, zo heeft bijvoorbeeld nogal wat imagoschade opgelopen door zijn wat al te nauwe banden met de tabaksindustrie...

W. Behalve dat hij geen neoconservatief is heb je me nog niet kunnen overtuigen van de noodzaak zo'n vreemde eend in de bijt op te nemen.

O. Dat is juist het punt, als ik slechts mensen aan het woord laat bij wie ik vervolgens alleen maar "ja en amen" als commentaar heb, dan is er niks aan. Scruton weet op eloquente wijze een aantal standpunten te verwoorden waar ik het niet mee eens ben.

W. Toch snap ik het niet helemaal. Je geeft hier een uur zendtijd aan iemand met wie je het expliciet niet eens bent. Waarom doe je dat?

O. Om je geest scherp te houden moet je jezelf met een zekere regelmaat blootstellen aan opvattingen die niet de jouwe zijn. Het is met name de moeite als de opvattingen goed beargumenteerd en met overtuiging gepresenteerd worden.

W. Maakt het ook uit of de persoon met de tegengestelde mening sympathiek is?

O. Zeker, dat maakt het eenvoudiger om aandachtig naar hem of haar te luisteren en zorgt er voor dat ik me eerder openstel voor een opvatting die ik anders wellicht direct zou verwerpen.

W. Waar gaat het interview over?

O. Het is een vrij informeel vraaggesprek in een prettige ambiance in Boedapest. De gastheer, die volgens mij bepaald niet vijandig tegenover het conservatieve gedachtegoed staat, ondervraagt Scruton over in hoeverre moraliteit, cultuur en rechten relatief zijn.

W. En Scruton is faliekant tegen relativisme?

O. Ja, wel als het om cultuur en moraal gaat, maar niet als het om rechten gaat. In de zin dat hij vindt dat de aanspraak op universele rechten is doorgeschoten en dat elke samenleving zelf de wetgeving moet bepalen.

W. Hmmm, dat laatste heeft volgens mij nogal wat implicaties als het om de Europese Unie en dergelijke gaat.

O. Precies en daar gaat het hem deels ook om, hoewel hij mijns inziens uiteindelijk niet echt consequent is, aangezien hij niet wil aanvaarden dat de EU ook een samenleving kan vertegenwoordigen met bepaalde normen en waarden. Hij vindt dat de soevereiniteit van de natiestaat onaangetast moet blijven, hoewel hij toegeeft dat de natiestaat niet per definitie de enige denkbare samenlevingsvorm is, maar goede argumenten voor de voortdurende privileges van de natiestaat blijven achterwege.

O. Goed, laten we eerst maar aandachtig naar dit, voor de VPRO, dissidente geluid luisteren.



W. Op welk punt, los van het eerder genoemde aspect van de natiestaat, zie jij een zwakte in zijn verhaal?

O. Scruton steekt van wal tegen de cultuurrelativisten en zijn denken is duidelijke sterk beïnvloed door het conservatieve antiverlichtingsdenken uit de 18e en 19e eeuw. Frank Furedi heeft in zijn boek Where have all te intellectuals gone? voor mij duidelijk gemaakt dat beide stromingen (het moderne cultuurrelativisme en het antiverlichtings-conservatisme) feitelijk sterk verwant zijn.
Een van de vragenstellers lijkt dat door te hebben, zo blijkt uit zijn vraag: Hoe verhoudt het dogma van soevereiniteit in eigen kring zich met oppositie tegenover moreel en cultureel relativisme? Als elke gemeenschap het best zijn eigen regels kan vaststellen, is het dan ook niet gepast om niet te oordelen over de culturen en gebruiken van anderen en dus culturen als gelijkwaardig te beschouwen?
Scruton heeft hier wel een antwoord op, maar daarmee weet hij mij in elk geval niet te overtuigen. En dat is op wel meer punten het geval, hij is zich van de zwakheden in zijn denken bewust, maar zijn lapmiddelen om die zwakheden te verdoezelen vind ik niet echt overtuigend. Maar evengoed zou ik, als ik met hem debatteerde, ook een paar zwakke punten in mijn ideeën (voor zo ver die duidelijk uitgekristalliseerd zijn) hebben, waar hij dan weer zijn pijlen op zou kunnen rechten. Geen enkel mens heeft de waarheid in pacht en het is goed je dat steeds te beseffen.

W. Op welke punten overtuigde hij je wel?

O. Niet zo zeer een specifiek punt, maar mij spreekt vooral aan dat hij op elegante wijze conventional wisdom in Frage stellt. Zijn argumentatie aangaande mensenrechten is bijvoorbeeld interessant. We gaan er over het algemeen van uit dat er universele mensenrechten zijn (Scruton twijfelt volgens mij zelfs daar aan), maar we hebben eigenlijk geen goed beeld van hoe ver de universaliteit van mensenrechten reikt en wat er allemaal onder mensenrechten verstaan kan worden. De verkeerde manier van op critici als Scruton reageren, is de boodschapper aan te vallen, dus zeggen dat Scruton een reactionair is. Dit is volgens mij een volledig contraproductieve manier om met onwelgevallige geluiden om te gaan. Scruton brengt mijns inziens een valide punt aan de orde, waar niet vaak genoeg bij stil wordt gestaan. Alleen denk ik wel, dat ik uiteindelijk een ander standpunt in casu mensenrechten heb dan hij. Maar dat is helemaal niet erg, zolang we maar op een beschaafde manier met elkaar in gesprek blijven. We moeten altijd goed beseffen dat eigenlijk al onze handelingen gestuurd worden door een bepaald stelsel van normen en waarden en het is helemaal niet verkeerd om dat normatief waardestelsel af en toe kritisch onder de loep te nemen. Wellicht is het goed om Scruton nog even te plagen, door de reden om hem in deze avond op te nemen samen te laten vatten door iets wat hij waarschijnlijk bij uitstek als lage cultuur beschouwt, een songtekst van Built to Spill:

some things you can't explain
like why we're all embracing conventional wisdom 

in a world that's just so unconventional

W. Goed, de polemiek van Scruton tegenover het moreel relativisme heeft waarschijnlijk ook een zekere weerslag op je volgende fragment: Paranoid Android van Radiohead, afkomstig van hun inmiddels klassieke album OK Computer. Eerder op de avond zei je dat het album OK Computer voor jou een zelfde status heeft als London Calling van The Clash en Blonde on Blonde van Bob Dylan. Kun je dat nader toelichten?

O. Over de status van kunst valt natuurlijk veel te zeggen. Zeker nadat we Scruton's mening al op ons hebben kunnen laten inwerken. Is er zoiets als een absolute kwaliteit in kunst of is alles relatief en valt er daadwerkelijk niet over smaak te twisten? Voor beide opvattingen valt wat te zeggen en in die zin ben ik waarschijnlijk uiteindelijk een relativist. Maar voor mij persoonlijk zijn de drie genoemde albums alle drie essentieel geweest in de ontwikkeling van mijn muzieksmaak. En als er zoiets is als absolute kwaliteit, dan vermoed ik dat alle drie deze albums er van overlopen.

W. Hoe kijk je aan tussen de verhouding tussen klassieke muziek en popmuziek?

O. In dat opzicht heb ik ook een nogal relativistische kijk op de zaak, in de zin dat ik vind dat er binnen de popmuziek wel degelijk Grote Kunst in geproduceerd is en ik dus geen monopolie aan de klassiek muziek toeken op het gebied van schoonheid en diepere betekenis. Hoewel mijn kennis van de klassieke muziek niet zodanig is dat ik mij aan een kritische vergelijking wil wagen. En ik wil er ook aan toevoegen dat ik van mening ben dat er wel degelijk een absoluut onderscheid valt te maken tussen goede en minder goede popmuziek. Ik meen dat sommige uitingen binnen popmuziek hoge kunst zijn, maar lang niet alles. In heb dus nogal een hybride kijk op het dilemma van absolute kwaliteit van kunst tegenover de relatieve waarde van alles.

W. Goed, dat je een speciale status toekent aan OK Computer is duidelijk, maar waarom Paranoid Android?

O. Het is goed beschouwd toch wel hun magnum opus binnen hun magnum opus, dus ik kon er moeilijk aan voorbij gaan. Ik had er nog aan gedacht om een ander nummer van Radiohead te nemen of zelfs de reggaeversie van Paranoid Android, maar uiteindelijk gaat er toch niks boven het origineel. Zeker als men in ogenschouw neemt dat de bijbehorende videoclip ook nog eens fantastisch is.



W. Wat is, kort gezegd, de thematiek van het album OK Computer?

O. Het was volgens mij niet alleen een album over het leven in de moderne realiteit in al zijn dystopische verschrikking, maar ook over reïncarnatie en wedergeboorte. Volgens mij is het geen toeval dat het eerste nummer Airbag de zinsnede I am born again bevat en dat het laatste nummer The Tourist eindigt met wat lijkt op een naderend ongeluk. Als je het album op repeat luistert, krijg je zo een onophoudelijke cyclus van leven, dood en wedergeboorte. Dat lijkt wellicht mooi, behalve als je vaststelt dat je tijdens je leven gevangen zit in de nachtmerrie-achtige werkelijkheid van de hedendaagse maatschappij zoals die op OK Computer naar voren komt. Wat dat betreft is het interessant dat het thematisch aansluit op het magistrale boek Cloud Atlas van David Mitchell, waarin reïncarnatie ook een bal (hoewel dat volgens de critici eigenlijk niet meer dan een Engelstalige rip-off van de Hōjō no Umi-cyclus van Yukio Mishima schijnt te zijn, maar ach die boeken heb ik nog niet gelezen en op zichzelf vond ik Cloud Atlas fantastisch genoeg om zelfs indachtig enige adaptatie van een ander meesterwerk het nog steeds een groot werk te vinden. Imitatio et aemulatio zoals men vroeger reeds zei.). Maar goed, wat natuurlijk interessant is, is dat ook de futuristische dystopie in Cloud Atlas een belangrijke rol speelt. Hoewel Radiohead de dystopie nadrukkelijker in het heden plaatst, wat het misschien wel wat moeilijker te verteren maakt. Natuurlijk is het zo dat de muziek de aandacht van de tekst afleidt, zodat het wat minder in your face is dan als het sec poëzie of proza zou betreffen. En de muziek weet ook met haar metafysische schoonheid troost te bieden en verzacht zo de pijn die uit de tekst spreekt.

W. Dat is nogal wat. Denk je dus dat David Mitchell bewust de dystopie in de toekomst heeft gesitueerd, om het boek niet al te zwaar op de hand te maken?

O. Dat weet ik niet, maar feit is dat maatschappijkritiek toegankelijker is, als het niet expliciet op de huidige maatschappij van toepassing is. Wat dat betreft is de toch wel bijtende maatschappelijke kritiek vrijwel uniek in de hedendaagse popmuziek en wellicht zelfs wel uniek voor alle kunstuitingen. Ik kan me in elk geval geen ander voorbeeld voor de geest halen van zo een geslaagde en visionaire blik op het hedendaagse lijden.

W. Los van de indringende thematiek van hun werk, kun je toelichten waarom Radiohead volgens jou met OK Computer Grote Kunst heeft geschapen?

O. Dat is lastiger, beschrijven wat kunst met je doet en vooral waarom het iets met je doet, is niet eenvoudig. Ik zou de technische kwaliteiten van de muziek kunnen roemen, maar dat is volgens mij geen criterium. Technisch eenvoudige muziek kan evengoed magistraal zijn. Het heeft wellicht wat van doen met maturiteit, zoals men in Vlaanderen wel placht te zeggen. Het komt op mij over alsof Radiohead niet alleen een thematische, maar ook een muzikale climax wist te bereiken door het radicaal herscheppen en samenvoegen van bestaande genres. Hoe vaker ik naar OK Computer luister, hoe meer ik de gitaarteksturen van shoegaze-band My Blood Valentine er in terughoor. Alleen was My Bloody Valentine zelden zo gefocused en was My Bloody Valentine wellicht meer l'art pour l'art, in de zin van dat hun muziek geen maatschappelijke thematiek trachtte te verbeelden. Ik ben me er van bewust dat ik eigenlijk niet goed kan beargumenteren waarom OK Computer kunstzinnig hoogstaand is, maar dat wil ik eigenlijk ook helemaal niet. De beleving van kunst wordt er immers over het algemeen niet beter op als je te veel tracht uit te leggen, het risico ligt steeds op de loer dat je het kapot analyseert.

W. Dan gaan we maar van de catharsis van Radiohead door naar de climax van Sergio Leone.

O. Ja, de slotscène van misschien wel mijn favoriete film: For a few dollars more.

W. De kijkers die de gehele film nog niet gezien hebben, kunnen zij wellicht beter een andere kant op kijken of naar de wc gaan?

O. Als ze niet willen dat de afloop van de film verklapt wordt, zeker!

W. Waarom juist deze film en niet zijn latere en meer geprezen The good the bad and the ugly of Once upon a time in the west?

O. Omdat dit mijns inziens Sergio Leone in deze film aantoont dat men in de beperking de meester herkent.

W. De andere films zijn te overdadig?

O. Nja, de andere films zijn ook heel erg goed en hebben een zekere epische kwaliteit die hier minder nadrukkelijk is. Maar hier is de balans in tempo, muziek, actie en rustmomenten wat mij betreft perfect. En hoewel The good the bad and the ugly wel de best geregisseerde film ooit is genoemd, is For a few dollars more ook op dat vlak wat mij betreft zeker even goed.

W. Wat moet de kijker van tevoren weten over het verhaal?

O. Eigenlijk niks, denk ik. Kijk en geniet van de cameravoering, de montage, de muziek, de locatie en de gezichten, de gezichten, wat een gezichten!



W. En dan zijn wel al weer aangekomen bij het laatste muziekstuk van de avond. En het is weer hermetische geluidsbrij...

O. Nou, volgens mij is het een swingende klassieker!

W. Tja, wat zal ik nu nog zeggen.

O. Een majestueuze uitvoering van een tijdloze compositie, dat is wat het is! Het stuwende ritme, de euforische melodieën, de vervreemdende zang: een Duits-Japans gesamtkunstwerk dat wellicht hoogstens visueel ietwat gedateerd aan doet.

W. Ogen dicht en luisteren dus...

O. Nee, kijken én luisteren, het vakmanschap en de passie voor de kunst spat van het scherm!




W. Ik moet zeggen, dat viel alles mee. Het was inderdaad genieten van mooie muziek.

O. Dat is fijn om te horen.

W. Dan kunnen we deze uitzending dus toch nog mooi afsluiten.

O. Wat, alleen omdat jij een fragment wel een keer kon verdragen? Pfff, dat is ook wat moois, volgens mij ben ik nog altijd de gast en jij wordt dik betaald om gastheer te spelen. Jij dient je maar voor mij weg te cijferen!

W. *zucht* Laat ik hier verder maar niet op ingaan. Het is tijd voor keuzefilm. We hebben die helemaal aan het begin van de uitzending al ingeleid, maar het is wellicht goed er nog wat over te zeggen.

O. Het is een zwart-wit-film en het is geen romantische komedie, dus alle Volkskrant-magazine-lezende rosé-lurkers kunnen nu de tv uitzetten, voor zover ze niet allang afgehaakt zijn.

W. Goed, Andrei Rublev van Tarkovsky dus, drie uur lang Russisch filmgenot. Dan rest mij niks anders meer dan Oskar voor de interessante avond te danken en u allen een goede nacht te wensen.

O. Graag gedaan. Laten we als slot nog op de republiek drinken.

W&O: Op de republiek!



maandag 28 oktober 2013

Zomergasten (deel 5)

Wilfiried de Jong: Zo daar zijn we weer. Dit deel van de uitzending veel muziek, eigenlijk alleen maar muziek

Oskar: En film, vergeet het visuele aspect niet! Film en muziek tezamen vormen eigenlijk het perfecte Gesamtkunstwerk, als je het mij vraagt. Hoewel er natuurlijk ook wat te zeggen valt voor de opvatting van Schopenhauer dat muziek het beste de metafysische schoonheid kan communiceren en dat door verdere opsmuk de esthetiek slechts verwatert.

W. Je hebt er duidelijk weer zin in.

O. We zitten hier toch nog altijd bij de VPRO, of niet soms?

W. *zucht* We gaan terug in de tijd met Neil Young, een opname uit 1979 afkomstig van de concertfilm Rust never sleeps.

O. Neil Young wordt naar mijn mening te vaak weggezet als een matig zanger, wiens enige muzikale bijdrage van belang zijn technisch eenvoudige, repetitieve en langgerekte gitaarsolo's zouden zijn. Los van zijn klasse als tekstdichter en componist, bewijst hij hier nog maar eens dat hij ook een uitmuntend zanger is. Kijk maar eens op YouTube naar de moeite die het Thom Yorke kost om hetzelfde nummer zuiver te zingen.

W. Wat is belangrijker de technische vaardigheid als muzikant of de kwaliteiten als componist?

O. *zucht* Weer een lekkere vraag zeg... Je moet dit soort dingen holistisch bekijken. Het gaat om het totaalbeeld. Het punt is dat Neil Young aan de in theorie vrij belachelijke tekst van After the Gold Rush zo'n sterk persoonlijke interpretatie meegeeft, dat het een haast mystieke sfeer oproept. Bij mij in elk geval, maar dat is uiteraard zeer persoonlijk

W. Ok, laten we dan maar gaan luisteren, zodat de kijkers hun eigen persoonlijke oordeel kunnen vormen.



W. Na de introspectieve performance van Neil Young gaan we nu door naar de explosieve tijd van de punk.

O. Ja, maar merk wel op dat Neil Young juist tijdens Rust never sleeps een expliciete ode gaf aan de punk in de persoon van Johnny Rotten en dat Neil Young een rol had in de counter culture van de jaren '60, een stroming die te vergelijken met de punk-beweging van eind jaren '70. Het contrast is wellicht dus niet zo groot als het aanvankelijk toeschijnt.

W. Maar is het niet zo dat de punk zich juist afzette tegen rock-dinosaurussen zoals Young?

O. Er was zeker verzet tegen overgeproduceerde en pretentieuze doch inhoudsloze rockmuziek. Het is echter de vraag of Neil Young daar toe gerekend mag worden. Zijn lo-fi album Tonight's the night was bijvoorbeeld zijn tijd ver vooruit en eind-jaren '80 - begin jaren '90 werd Neil Young met name binnen de undergound sterk geherwaardeerd en diende hij als directe inspiratie voor bands als Dinosaur Jr, Sonic Youth en Pavement.

W. Goed, we gaan nu in elk geval kijken en luisteren naar een intens optreden van de Zweedse punkband Ebba Grön.



W. Wat speelden ze hier precies?

O. Ze vertolkten het nummer Staten & kapitalet van de Zweedse progband Blå tåget. In Zweden was de prog-rock sterk verweven met links activisme, dus dat een punkband een prog-nummer covert is in die zin niet zo verrassend. Het nummer gaat over de verwevenheid tussen de staat en het grootkapitaal. Een thema dat in Zweden zeer relevant was en wellicht nog steeds is. Zweden is traditioneel een vrij centralistisch land en de sterke positie van de overheid werd natuurlijk nog eens verstevigd door het decennialange regeringsregime van de sociaaldemocraten. Daarnaast is de industrie traditioneel sterk verweven met het Zweedse establishment; veel van de grootste concerns zijn familiebedrijven, die diep geworteld zijn in de macht. En hoewel de sociaaldemocraten in theorie de arbeiders als basis hadden, spanden ze in praktijk vaak samen met de captains of industry om het land te regeren. En tegen die samenzwering verzet het nummer zich.

W. Hoe kijk jij hier tegen aan?

O. Ik denk dat rol van de overheid kleiner is geworden. Ook in Zweden, waar inmiddels al enige jaren de sociaaldemocraten het regeringspluche moeten missen. Dus ik denk dat context waarbinnen Staten & kapitalet werd geschreven niet helemaal vergelijkbaar is met de situatie heden ten dage. We zijn steeds meer overgeleverd aan de grillen van de markt. Maar toch verwachten de burgers nog altijd vrij veel van de overheid. Ze verwachten dat de overheid de randvoorwaarden voor welvaart creëert, terwijl aan de andere kant er naar minder regels, minder overheidsbemoeienis en meer marktwerking wordt gestreefd. Er wordt een opgeblazen verwachtingspatroon gecreëerd door overheid, pers én burgers over wat de overheid kan doen om de welvaart vergroten. Een verwachtingspatroon dat onmogelijk waargemaakt kan worden en dus wel tot teleurstelling en desillusie moet leiden. Zelf ben ik er niet van overtuigd dat meer marktwerking en meer kapitalisme het antwoord is op de vraag hoe onze samenleving vorm te geven. Zeker zolang bedrijven voornamelijk aandeelhouders willen dienen in plaats van consumenten, burgers en de beschaving als geheel. Wat de rol van de overheid in deze dan wel moet zijn, weet ik niet. Het communisme heeft wel aangetoond dat de staat onmogelijk alles kan plannen en zelfstandig de economie draaiende kan houden. Voor een prikkelende, deels fictieve, kijk op het grootse falen van de Sovjet-economie kan ik het boek Red Plenty van Francis Spufford van harte aanbevelen. In het kapitalisme heb ik niet heel veel vertrouwen, maar ik heb er eerlijk gezegd ook niet heel verstand van, dus ik aarzel om er al te boude uitspraken over te doen. Een gevaarlijke tendens die het kapitalisme volgens mij kenmerkt, is dat roofbouw of mens en milieu wordt goedgepraat met beloftes over economische groei. Terwijl het volgens mij zeer de vraag is of economische groei moreel te rechtvaardigen is als het ten kostte gaat van andere mensen, de Aarde en de toekomst van de mensheid en andere levensvormen op onze planeet.

W. Grote woorden weeral. Grotere woorden dan ik zelf had gevonden bij de toch als nihilistisch bekend staande punkbeweging.

O. Later zullen we met The Clash trouwens nog een goed voorbeeld krijgen van een allesbehalve nihilistische punkband.

W. Goed, maar eerst Sonic Youth.

O. Ja, dit fragment heb ik gekozen omdat, behalve dat het een geweldige uitvoering van een klassiek nummer is, het ook, samen met de volgende clip, iets kan illustreren over repertoire en receptie binnen de populaire muziek. Uiteraard valt te bediscussiëren of Sonic Youth niet eerder tot de avant-garde moet worden gerekend dan tot de popmuziek, maar dat twistpunt wil ik nu even buiten beschouwing laten.

W. Bedoel je dat popmuziek een zelfde soort uitvoeringstraditie begint te krijgen als klassieke muziek en jazz?

O. Ja, ongeveer. Ik denk niet dat de nogal verschillende tradities in de jazz (meer improvisatie) en klassieke muziek (meer strikte, vastomlijnde interpretaties van canonieke werken) direct toepasbaar zijn op de popmuziek. Maar ik denk wel dat ze invloed hebben op hoe er met repertoire wordt omgegaan. Hoewel je Sonic Youth qua composities eerder met jazz dan met klassiek zou associëren, wijkt hun uitvoering van het nummer van hun meesterwerk Daydream Nation nauwelijks af van de originele opname. Er is dus sprake van een vrij strikte conservatieve interpretatie, die waarschijnlijk eerder schatplichtig is aan de staande praktijk binnen de klassieke muziek.

W. Dat is wellicht wat verrassend gezien de reputatie van Sonic Youth als een wild-experimenteel gezelschap. Doet het ook af aan reputatie?

O. Nee wat mij betreft niet, het maakt alleen duidelijk dat ze conservatiever zijn in de uitvoering van hun muziek dan in het componeren er van. Opvallend is ook dat de band zeer gehecht was aan hun oude instrumenten, die ze vaak zelf hadden gecustomized om speciale tonen en klanken voort te kunnen brengen. De band belandde dan ook bijna in een muzikale crisis toen vrijwel al hun instrumenten gestolen werden. Uiteindelijk bleek een nieuw instrumentarium juist een kans om hun geluid te herontdekken.

W. Maar hier weten ze het geluid van het album in elk geval heel dicht te benaderen, ondanks dat het twintig jaar na dato is.


W. And now for something completely different of niet?

O. Nou in elk geval voor mensen die niet bekend zijn met het rijkgeschakeerde oeuvre van de Flaming Lips!

W. Een nogal eigenzinnige interpretatie van I am the Walrus, gevolgd door een eclectische samenwerking met de noiseband Lightning Bolt.

O. Het is alleen wel de vraag in hoeverre deze interpretatie meer of minder bizar is dan het origineel van The Beatles. Uiteindelijk is deze versie wellicht minder iconoclastisch dan het op het eerste gezicht lijkt, aangezien wat mij betreft volledig recht wordt gedaan aan de geest van het nummer, als zoiets al bestaat. In elk geval wat mij betreft dus een zeer waardige toevoeging aan de vaak toch wat matige hedendaagse Beatles-receptie.

W. Ja, want vaak lijkt men in de popmuziek, als het gaat om het hergebruik van tijdloze klassiekers, toch niet veel verder te komen dan coverbands die feesten en partijen afgaan?

O. Dat is in elk geval de grootste gemene deler, ja. Maar onder de interessantere hedendaagse muzikanten zie je toch ook steeds meer de neiging om een eigengereide interpretatie te geven aan verstofte evergreens en zo een receptie-praktijk te scheppen waarmee de popmuziek wellicht eindelijk het maaiveld der middelmaat kan ontstijgen.



O. Het daaropvolgende fragment heb ik met name gekozen, omdat ik geen genoeg kon krijgen van het visueel-muzikale spektakel waarmee de Flaming Lips mij steeds maar weer mee weet te verrassen. Puur genieten dus.

W. Dat is ook wel eens mooi, een fragment waar geen ellenlange filosofische essays aan vastgekleefd zitten...



W. Na het zintuiglijke geweld van The Flaming Lips is het wellicht tijd voor wat gas terug?

O. Helaas, ik ken geen genade. Het ergste moet nog komen. Tien minuten harde stoner-rock!

W. Mijn god, nu zullen de kijkcijfers wel tot een historisch dieptepunt zakken.

O. Het zij zo.



W. Pfff, dat was wat zeg. Wat voor beelden zagen we, is dat de originele videoclip?

O. Om duistere redenen is het zeventien minuten lange Demon Box nooit op singel uitgebracht en is er ook geen videoclip bij gemaakt. Wat we zojuist mochten aanschouwen is het resultaat van nijvere huisvlijt van een psychonaut, een echte fan. Hij of zij heeft het nummer ietwat ingekort en er beelden uit de b-film The Sadist bijgeplakt. Een gouden greep, al zeg ik het zelf. De geniale riff waar het nummer rond is gebouwd is slechts een van de vele geniale riffs die het oeuvre van Motorpsycho rijk is. Hun oeuvre is trouwens nog wel meer dan alleen splijtende riffs, maar helaas is mijn tijd nu te beperkt om daar op in te gaan. Met pijn in het hart moest ik bijvoorbeeld een geniale vertolking van hun indie-klassieker Sinful, Wind-Borne uit 1996 buiten beschouwing laten, alleen al het slagwerk van drummer Håkon Gebhardt is ongeëvenaard en ook voor het vergeten meesterwerk Flick of the Wrist was helaas geen extra tijd beschikbaar.

W. Maar waarom dan wel kiezen voor zo'n compromisloos en rauw nummer?

O. Daarom, omdat ik me juist geen compromissen wil veroorloven.

W. Juist, het is de vraag of je publiek daarmee wilt afstoten of dat je hun juist zeer serieus neemt door hen de onverdunde neerslag van jouw smaak en opvattingen voor te schotelen.

O. Ik ben hier niet om stennis te schoppen of te provoceren en ik ga er vanuit dat de kijkers net als ik volwassenen zijn, met een volwassen instelling ten opzichte van zaken die wellicht op het eerste gezicht weinig aansprekend zijn, maar die bij nadere inspectie toch waardevol kunnen zijn. Waardevoller wellicht dan lichtverteerbare crowd-pleasers.

W. Dan graven weer wat verder terug in de tijd. The Clash speelt hier een nummer over de Spaanse Burgeroorlog en links militant activisme in de jaren '70. Als ik het goed heb.

O. Ja, dat klopt wel ongeveer. The Clash is een band die mij na aan het hard staat. Hun muzikale veelzijdigheid en tekstuele betrokkenheid, zijn zaken die mij erg aanspreken, zeker aangezien het allemaal uitgevoerd is met gepaste no-nonsense punk-instelling. Geen overdadige orkestratie, maar toch een rijk muzikaal geluid. Op het album London Calling bereikten ze wat mij betreft een unieke balans van vorm en functie, van tekst en muziek en van ornament en klare lijn, ongehoord sinds Bob Dylan  Blonde on Blonde uitbracht en daarna wellicht pas weer geëvenaard door Radiohead met Ok Computer.



O. En omdat The Clash toch niet voor niks te boek staat als zijnde the only band that matters, hier nog een paar parels uit hun hoogtijdagen. Het charisma van Joe Strummer barst van het scherm. En ook de kwaliteit van de band als geheel mag niet onvermeld blijven, in tegenstelling tot The Sex Pistols kon The Clash wel fatsoenlijk spelen, met een geweldige drummer, een groovende bassist en een gitarist aan wie we de term Guitar Hero te danken hebben.


 
W. En als passende afsluiting van dit toch soms ietwat vergaande deel van de avond, gaan we nu naar Jupiter en voorbij het oneindige. Met andere woorden: de slotscènes uit het sciencefiction-epos van Stanley Kubrick en Arthur C. Clarke 2001: A Space Odessey, maar dan met een andere soundtrack dan anders.

O. Ja, de beroemde beelden worden dit keer vergezeld door het nummer Echoes van Pink Floyd. Het past er wonderwel bij, naar mijn mening geeft het een extra dimensie aan de toch al rijke film.

W. Er wordt toch wel beweerd dat de synchroniciteit tussen muziek en film geen toeval is?

O. Het is inderdaad een hardnekkig gerucht dat Pink Floyd dit nummer specifiek voor deze scène heeft geschreven, iets wat de band zelf altijd heeft ontkend.

W. Het resultaat is er in ieder geval niet minder om. Hoe zou je de scene willen interpreteren?

O. Daar ga ik me nu niet aan wagen, omdat ik vrees dat ik me daar ongetwijfeld aan zal vertillen. Wellicht is het wel goed te weten wat er in de film aan deze scene vooraf ging. Je ziet een astronaut die met een ruimteschip naar Jupiter is gereisd, omdat een mysterieuze monoliet op de maan een ongekend sterk radiosignaal in de richting va Jupiter zond. Deze monoliet werd op de maan opgegraven, nadat er een magnetische anomalie op die locatie was ontdekt. De monoliet is van een onbekend materiaal en is ogenschijnlijk niet van natuurlijke oorsprong. Als onze astronaut, genaamd David Bowman, na vele omzwerving uiteindelijk eenzaam Jupiter bereikt, treft hij daar eenzelfde monoliet zwevend in de ruimte aan. Hij besluit de monoliet te benaderen, waarna er vreemde vervormingen in werkelijkheid, ruimte en/of tijd optreden. Wellicht heb ik nu al te veel gezegd, aangezien een deel van de achtergrond alleen maar in het begeleidende boek van Arthur C. Clarke terug te vinden is.

W. Dankjewel, het is voor mij in elk geval al iets duidelijker dan de eerste keer dat ik de film zag en je hebt volgens mij niet te veel verklapt. Het doet sowieso niks af aan het audiovisuele spektakel dat ons te wachten staat.

O.Ik leid het fragment graag in met een kort citaat uit het boek 2001: A Space Odessey van Arthur C. Clarke.

W. Mooi, dan wens ik de kijkers alvast een fijne innerlijke reis met het volgende toe en hoop ik u allen na de onderbreking weer bij leven en welzijn terug te zien.

O. Bowman's voice died into silence of utter bewilderment. He was not alarmed; he literally could not describe what he was seeing. 

He had been hanging over a large, flat rectangle, eight hundred feet long and two hundred wide, made of something that looked as solid as rock. But now it seemed to be receding from him; it was exactly like one of those optical illusions, when a three-dimensional object can, by effort of will, appear to turn inside out--its near and far sides suddenly interchanging.

That was happening to this huge, apparently solid structure. Impossibly, incredibly, it was no longer a monolith rearing high above a flat plain. What had seemed to be its roof had dropped away to infinite depths; for one dizzy moment, he seemed to be looking down into a vertical shaft--a rectangular duct which defied the laws of perspective, for its size did not decrease with distance... 

The Eye of Iapetus had blinked, as if to remove an irritating speck of dust. David Bowman had time for just one broken sentence which the waiting men in mission control, nine hundred miles away and eighty minutes in the future, were never to forget:

"The thing's hollow--it goes on forever--and--oh my God!--it's full of stars!"




zondag 15 september 2013

Zomergasten (deel 4)

Wilfried de Jong: De  avond begint te vallen, maar Oskar is nog steeds te gast voor de aftrap van de tweede helft van deze avond. We gaan verder met twee dode kopstukken, Oltmans en Van Gogh. Waarom laat je ze hier aan het woord?

Oskar: Het gaat me niet zozeer om deze ijdeltuiten, als wel om het onderwerp van hun dialoog: de monarchie in Nederland. Van Oltmans kun je veel zeggen, maar een scherpe geest en tong had hij zeker. En hij zegt in het zijn gesprek met Van Gogh nog maar eens waar het op staat als het om het koningshuis gaat. Evengoed kun je van Theo van Gogh zeggen dat hij enorm overschat is als filmmaker, maar interviewen kon hij als de beste.

W. Goed, Theo van Gogh in gesprek met Willem Oltmans, met op de achtergrond Paleis Soestdijk.



W. Je zei dat Oltmans zegt waar op staat. Bedoel je daarmee, dat je het inhoudelijk met hem eens bent?

O. Dat bedoelde ik daar niet mee, maar dat is wel het geval. Ik ben voorstander van de restauratie van de Republiek in Nederland. Dat is geenszins een revolutionair standpunt in mijn ogen. Zoals ik al eerder op de avond zei, zie ik mijzelf ook niet als revolutionair. Het herstel van de Republiek zou toch elke rechtgeaarde conservatief en democraat aan moeten spreken? De Oranjes mogen van mij best hun titels houden, met uitzondering van het koningschap. Ik wil ze ook niet verbannen of voor het gerecht slepen. Het lijken mij fatsoenlijke mensen te zijn. Alleen het concept erfelijk staatshoofd is niet fatsoenlijk.
  • Ik stel voor om Nederland weer uit roepen tot republiek, het erfelijk staatshoofd af te schaffen en om Willem Alexander te degraderen tot Prins van Oranje. WA mag vervolgens met die titel doen wat hij wil. Verlost van de ketenen van het koningsambt. 
  • Verder stel ik voor Paleis Huis ten Bosch open te stellen voor het publiek, binnen zijn immers prachtige schilderingen te zien uit de gouden eeuw. Ook moeten daar de koninklijke kunstcollectie en de kroonjuwelen geëxposeerd worden, allemaal onder de titel: "200 jaar monarchie in Nederland, een historische vergissing." 
  • Het Paleis op de Dam moet worden teruggegeven aan de stad Amsterdam, die er vervolgens naar eigen inzicht een bestemming aan mag geven. 
  • Paleis Noordeinde wordt de officiële residentie van het nieuwe staatshoofd van de Republiek Nederland: de Raadspensionaris. Deze persoon zal door de gezamenlijke vergadering van de Staten Generaal voor een periode van vier jaar worden verkozen en zal alle officiële functies van de koning overnemen. 
  • Om de monarchisten en oranjeklanten tegemoet te  komen wordt de officiële feestdag weer Koninginnedag (klinkt immers een stuk beter dan Koningsdag) en die wordt weer als vanouds gevierd op 30 april.

W. Dat is nogal een beleidsplan dat je hier ontvouwt! Moeten we dit serieus nemen?

O. Uiteraard, het is een serieuzer plan dan wanhopig vasthouden aan de koninklijke poppenkast.

W. Juist, dan gaan we direct maar door naar een ander recalcitrant figuur: Bob Dylan.

O. Ah, heerlijk!

W. We gaan het nummer Ballad of a thin man horen en zien in een nogal gruizige opname uit 1966. Wil je er van tevoren nog wat bij zeggen?

O. Nou ik heb eigenlijk wel zin in wat te drinken.

W. Oké, wat wil je hebben, water, wijn, bier?

O. Als het goed is, heb ik voor ons beiden een Rochefort 8, met bijbehorend glaswerk, klaar laten zetten. Zodat we lekker op niveau kunnen degusteren tijdens deze zalige muziek. Want dat armzalige glaasje pils dat jij samen met Hans Teeuwen dronk, vond ik eerlijk gezegd een aanfluiting voor een programma van dit kaliber. Ik zou zeggen, ga er voor zitten en laat het Belgische bruine goud maar vloeien!

W. Proost!



W. Wat maakt dit nummer zo goed?

O. Het feit dat Dylan de term tax-deductible charity organizations naadloos in de tekst van het lied weet te verwerken is voor mij al genoeg om in katzwijm te vallen. En zijn voordracht en dictie is hier natuurlijk fenomenaal. Hij geeft zich duidelijk helemaal over aan de muziek en de tekst. De tekst gaat over een goed opgeleide man met een vooraanstaande positie in de samenleving die de veranderende cultuur in de jaren '60 niet aanvoelt en begrijpt. Nooit is het concept generatieconflict zo poëtisch en schrijnend verwoord als in dit nummer.

W. En wat zegt dit nummer over jou?

O. Pfff, wat een vraag! Dat ik van de muziek van Bob Dylan houd? Ik weet niet wat dit nummer over mij zegt, ik weet wel waarom ik het zo boeiend vind. Het toont de oprechte frustratie van een jongeman met de gevestigde maatschappij. En dat is een fraai fenomeen dat een terugkerende zekerheid is in de geschiedenis van de mensheid.

W. Ben jij ook een gefrustreerde jongeman?

O. Ik ben denk ik wat stoïcijnser ben, dan Dylan hier was. Ik ben mij er van bewust dat zulke frustraties van alle tijden zijn en daardoor worden de gevoelens van onmacht vanzelf al gerelativeerd. Waarmee ik niet wil zeggen dat zulke frustraties niet belangrijk zijn en heel waardevol kunnen zijn. Zie alleen al wat voor en scheppende artistieke kracht hier bij Dylan los wordt gemaakt juist door zijn frustraties.

W. Was Dylan wél een revolutionair?

O. Dat denk ik zeker en niet alleen op muzikaal gebied. De manier waarop hij de dichterlijke taal van de Beat Poets in zijn nummers wist te verwerken is op zichzelf al genoeg voor een prominente plaats in de geschiedenisboeken. Daarnaast speelde hij op fenomenale manier met de verwachtingen van pers en publiek, door zichzelf keer op keer opnieuw uit te vinden en waardoor hij juist steeds heel erg zichzelf bleef. Eigenlijk is voor mij de verpersoonlijking van artistieke integriteit. Hij deed nooit wat anderen van hem verwachten, maar altijd wat hij zelf nodig vond om te doen.

W. Ook nogal onverwacht en eigenzinnig is het volgende fragment. Waarom een fragment over stadsplanning in Zweden?

O. Allereerst omdat het een vraag van mijn vader beantwoord. Hij vroeg eens toen hij in een Zweedse stad was, of de stad in de oorlog gebombardeerd was. Het stond er immers vol met anonieme betonnen gebouwen, terwijl het toch een stad was met een rijk verleden en een lange geschiedenis. Deze samenvatting van een langere documentaire (die in zijn geheel op YouTube te vinden is), vertelt in het kort hoe de grootheidswaanzin van enkele warenhuisketens er toe leidde dat in vrijwel elke plaats in Zweden in de jaren '60 en '70 de historische stadskern verminkt werd door brutalistische blokken.

W. Helaas was de VPRO niet in staat het fragment te ondertitelen, de kijker is dus op zijn of haar talenknobbel aangewezen



W. Dat is een droevig stemmende geschiedenis.

O. Ja, en soortgelijke missers op stedenbouwkundig gebied zijn natuurlijk over de hele wereld gemaakt, ook in Nederland. En ik heb ook niet de illusie dat de sloopzucht in de naoorlogse periode een eenmalige bevlieging was. Alles van waarde is immers weerloos, zeker tegenover het ego van bestuurders en het kapitaal van investeerders.

W. Nu alweer een onvertaald, dit keer wellicht zelfs onvertaalbaar, fragment. Een gedicht van Yeats, getiteld The Second Coming. Wat moet de kijker hierbij weten?

O: Dat het in 1919 is geschreven door de Ierse dichter William Butler Yeats, in een periode de dat de wereld te maken had met de nasleep van een verwoestende oorlog, epidemieën en revoluties.




W. Waarom heb je voor dit sombere gedicht gekozen, wordt het niet eens tijd de kijkers thuis wat op te vrolijken na alle ellende die je al over ze hebt uitgestort?

O. Dit gedicht kwam eigenlijk vrij willekeurig op mijn pad toen ik mij aan het voorbereiden was op deze uitzending. Het is onheilspellend en biedt wellicht weinig hoop, maar ook het duistere kan heel mooi zijn. Het is immers geen toeval dat meest gerenommeerde werken uit de toneelgeschiedenis eigenlijk allemaal tragedies zijn. Er is iets in het verval, de dood en de peilloze afgrond dat ons aantrekt. Dat is niet het onderwerp van dit gedicht, maar wel deel van de esthetische aantrekkingskracht van het gedicht. En als men geen troost kan vinden in het thema van het gedicht, dan biedt wellicht de schoonheid van de tekst troost.

W. En wellicht dat het volgende fragment de mensen thuis beter en praktischer kan troosten en helpen, dan de toch vrij abstracte en donkere kunst van Yeats?

O. Dat zou kunnen, hoewel Krishnamurti ook woorden gebruikt die wellicht niet direct voor iedereen te begrijpen zijn.

W. Ja, hij komt inderdaad over als een nogal wazige oosterse wijsgeer, of zie ik dat verkeerd?

O. Hij kan best zo overkomen, hoe de boodschap aankomt is immers niet alleen afhankelijk van de afzender, maar ook van de ontvanger. En Krishnamurti heeft, volgens Wikipedia, zelf trouwens aan het einde van zijn leven gezegd dat hij nooit echt goed begrepen is. Maar laten we eerst maar naar hem gaan luisteren. Wellicht dat we hem toch beter kunnen begrijpen, dan hij zelf vermoedde.



W. Dat is een interessante en voor mij nieuwe manier om met problemen om te gaan. Problemen oplossen voordat ze ontstaan. Denk je dat zo'n aanpak in de praktijk ook kan werken?

O. Dat zal voor iedereen anders zijn. Maar het is in elk geval een frisse blik op het fenomeen probleem. Zijn aanpak in deze lijkt me schatplichtig aan de vier inspanningen (sammappadhāna) uit het boeddhisme, met name de inspanning om het opkomen van het kwaad te vermijden. Krishnamurti relateert problemen aan het centrum, wat wellicht te vertalen is als het ego. Ik interpreteer zijn verhaal als een betoog voor onthechting van de wil van het ego en een intensiever bewustzijn. Toegeven aan egoïstische wensen veroorzaakt problemen, bewust leven kan ze voorkomen. Ik denk zelf dat het nogal lastig in de praktijk te brengen is, al was het maar omdat egoïstische impulsen constant op ons afgevuurd in onze materialistische en kapitalistische samenleving en we gewend zijn om daar aan toe te geven. Door minder te willen, krijg je minder problemen. Maar het feit is dat we in een maatschappij leven, waar bepaalde dingen van ons verwacht worden, maar waar we maar moeilijk van los kunnen komen. Je moet je dus volgens mij dus niet alleen los maken van je eigen ego, maar ook van je cultureel-maatschappeliijke ego. Wellicht is de combinatie van die twee dingen hetgeen wat Krishnamurti bedoelt met het centrum.

W. Hoe kom je trouwens bij een theosofisch figuur als Krishnamurti?

O. Dat hij theosofisch is, bestrijd ik ten zeerste. Hij was in zijn jonge jaren weliswaar een beschermeling van enkele vooraanstaande theosofen. Maar zodra zij hem als een soort messiaans figuur begonnen te zien, heeft zij zich van de theosofie gedistantieerd. Krishnamurti verklaarde in 1929 dat de waarheid een land zonder paden was, dat elk mens zijn eigen pad moest kiezen en dat sektes, religies en spirituele organisaties slechts tot verstarring in plaats van tot verlichting leidden.





O: De rest van zijn leven wilde hij geen volgelingen meer hebben en wenste hij ook niet meer tot een bepaalde geloofsgemeenschap, spirituele stroming of filosofische school te behoren. Met de theosofie heb ik zelf ook helemaal niks, het is zelfs een levensbeschouwing en organisatie die nogal wat weerstand bij mij oproept. Via mijn moeder ben ik met Krishnamurti in aanraking gekomen. Zij komt oorspronkelijk uit Overijssel en haar tante had, ik naar ik meen, iets te maken met de familie die een rol had bij de zogeheten Sterkampen in Eerde, waar Krishnamurti in de jaren '20, toen nog als wereldleraar, redevoeringen hield en les gaf. Hij lijkt wel wat vergeten te zijn, wellicht juist omdat aan hem nog altijd een weeïge, theosofische lucht hangt. Maar dat is mijns inziens onterecht, ik zou er voor pleiten om hem enigszins te herwaarderen als onafhankelijk filosoof en spiritueel denker.

W. Waarvan akte en daarmee is onze tijd alweer bijna op voor dit deel van de uitzending. We sluiten af met jazz: John Coltrane.

O. Ook iemand die geïnteresseerd was in het gedachtegoed van Krishnamurti en allerhande andere geestelijke denkers overigens. Helaas is er bijzonder weinig beeldmateriaal van hem te vinden en wordt dit fragment, afkomstig van het legendarische album A love supreme, op het laatst bruusk afgebroken.

W. Graag zien we u snel weer terug bij het vervolg van ons gesprek.



zondag 1 september 2013

Zomergasten (deel 3)


Wilfried de Jong: Welkom terug bij deze speciale uitzending van Zomergasten met Oskar. We beginnen direct met een reis terug in de tijd. Waar en wanneer gaan we naartoe Oskar?

Oskar. We gaan naar India, in het huidige Pakistan in de vierde eeuw voor Christus. Of beter gezegd we volgen Michael Wood in zijn zoektocht het spoor van Alexander de Grote daar te volgen



W. Een fraaie BBC-productie, dat staat buiten kijf. Maar waarom juist over de episode in de geschiedenis?

O. Ik ben al lang gefascineerd door de veldtocht van Alexander de Grote. Eigenlijk sinds ik het boek van Jona Lendering, Alexander de Grote: De ondergang van het Perzische Rijk heb gelezen. Wat mij daarin in trof was niet alleen de buitengewone militaire successen, maar vooral ook de culturele gevolgen die de veroveringen met zich mee brachten. Doordat zijn rijk van Griekenland tot aan India strekte, zorgde Alexander de Grote er in wezen voor dat er een kruisbestuiving tussen oost en west kon plaats vinden. Dit had een aantal zeer interessante gevolgen, zoals bijvoorbeeld de bloei van een Grieks-boeddhistische cultuur in Gandhara, ongeveer het huidige Oost-Afghanistan en Noord-Pakistan. Dit leidde er onder meer toe dat de vroegst bekende Boeddhabeelden op Griekse beeldhouwkunst geïnspireerd zijn Thomas McEvilley heeft in zijn levenswerk The Shape of Ancient Thought deze en andere oost-west-contacten in kaart gebracht.

W. En hem gaan we aan het woord laten in het volgende fragment. Hij ziet er overigens niet zo gezond uit, was hij hier ziek?

O. Dat weet ik niet, maar het feit is dat hij afgelopen maart op 73-jarige is overleden. Helaas zal hij dus niet nog meer mensen persoonlijk aan het denken kunnen zetten, maar op deze manier probeer ik hem postuum alsnog een groter publiek te geven.

W.Dat is een nobel streven.




O. En daarmee hebben we gelijk de verplichte Grote Geest aan het woord gelaten. Wat zou Zomergasten toch zijn zonder fragmenten met uitsluitend pretentieuze pratende hoofden? Zelfs een inhoudsloos iemand als Hans Teeuwen kon het niet laten zich voor te doen als een intellectueel, door in zijn uitzending een opgeblazen windbuil als Christopher Hitchens een podium te geven voor zijn geleuter.

W. Noumoe, moet dat nou, zo'n persoonlijke aanval op een geëerde gast van mij?

O. Ik heb persoonlijk helemaal niks tegen meneer Teeuwen. Ik vermoed zelfs dat het een alleraardigst persoon is, die bovendien kwaliteiten bezit op het gebied van zang, dans en variété, waar ik nog niet eens van kan kan dromen. Maar zijn optreden in Zomergasten was natuurlijk pijnlijk om naar te kijken, hij had werkelijk niks nieuws of interessants te vermelden. Wederom een schrijnend voorbeeld van het verval van onze cultuur.

W. Goed we gaan fietsen. Waarom in Zomergasten?

O. Omdat wielrennen de sport is die als enige alles heeft wat het echte leven ook heeft. Intrige, eerzucht, bedrog, teleurstelling, schoonheid, het zit er allemaal in.

W. Waar gaan we naar kijken?

O De finale van Luik-Bastenaken-Luik van 1997.

W. En waarom juist die wedstrijd?

O. Dit is een nogal persoonlijke keuze. Dit is de eerste wielerkoers, waarvan ik me nog goed kan herinneren dat ik vol spanning voor de televisie zat. En daarbij komt nog dat het Luik-Bastenaken-Luik betreft, de oudste en in mijn ogen mooiste wielerklassieker. Het is vooraf goed te weten dat we een kopgroep van drie hebben, met daarin Jalabert en Zülle (de twee ploegmaats van Once) samen met Bartoli. We pakken de race op als de koplopers aan de laatste klim van de Côte de Ans gaan beginnen en ze achtervolgd worden door een groepje met onder meer klasbakken als Museeuw en Sørensen.

W. Goed, een trip down memory lane dus.

O. En een hele spannende koers!




W. Als je dit fragment ziet met de kennis van nu. Kun je er dan nog steeds van genieten, wetende dat iedereen toen hoogstwaarschijnlijk strak stond van de doping?

O. Jazeker, het blijft een fantastische wedstrijd. Alleen al het ploegenspel! Bartoli zit ogenschijnlijk in een verloren positie, aangezien het feitelijk twee tegen één is. Maar hij weet zijn nadeel om te buigen in een voordeel, door Zülle en Jalabert 50 kilometer lang het vuile werk op te laten knappen en te doen alsof hijzelf al moegestreden is. Het is natuurlijk pokeren, want de achtervolgers zijn nooit ver weg. Maar uiteindelijk weet hij het zelfs voor elkaar te krijgen dat het Jalabert is, die zijn ploegmakker Zülle uit het wiel rijdt. En Bartoli maakt het vervolgens op majestueuze wijze af.

O. Zou je dan willen pleiten voor het legaliseren van doping in de topsport?

W. Nee, dat niet. Maar je moet beseffen dat de sporters in die tijd geen keuze hadden. Er waren middelen beschikbaar die niet toegestaan waren, maar ook niet opspoorbaar. En een van die middelen, epo, had zo'n sterk prestatieverhogende werking, dat je niet professioneel en competitief kon zijn, zonder epo te gebruiken. Het enige wat in die tijd een optie was geweest, was dat de internationale wielerunie, de UCI, professioneel wielrennen had verboden tot er een effectieve opsporingsmethode voor bloeddoping beschikbaar was. Want de UCI keek in die periode gewoon de andere kant op, ze wisten donders goed wat er in het peloton aan de hand was, maar het enige werkzame middel was voor hun erger dan de kwaal.

W. Je standpunt is helder. We gaan nu naar alweer een pratend hoofd, W.F. Hermans. Wellicht kun je hem even introduceren voor de jongere kijkers?

O. Hij behoeft naar mijn bescheiden mening geen introductie. Als de geachte kijkbuiskindertjes niet weten wie Willem Frederik Hermans is, dan zoeken ze het maar op Wikipedia op.

W. Goed, laten we maar gaan kijken wat hij hier te zeggen heeft.




W. Hermans in, naar ik meen, een interview over zijn roman Nooit meer slapen. Een belangrijk schrijver?

O. Ja, zonder hem zou de avond niet compleet zijn.

W. Waarom niet?

O. Hij was een van de weinige echt kritisch geesten die ons kleine land ooit gekend heeft. Hij wist vaak de vinger op de zere plek te leggen. Dat was meestal niet prettig, maar wel noodzakelijk.

 W. In het fragment sprak Hermans over de wetenschap. Hoe kijk jij daar tegen aan?

O. Ik ben het volledig met hem eens. Ik denk dat men over het algemeen veel te veel waarde hecht aan de zogenaamde triomfen van de wetenschap. Je hoort wel eens dat mensen zeggen: "Ik geloof niet in God, ik geloof in de Wetenschap". Mensen die dat zeggen, zijn in mijn ogen niet goed bij mijn hoofd. Want feitelijk zeggen ze: "Ik geloof dat het imperfecte handelen van de mens uiteindelijk een perfecte uitkomst zal hebben." Ze plaatsen de wetenschap op hetzelfde voetstuk als anderen hun religie of spirituele geloof plaatsen. En dat is volgens mij heel erg dom. Want de wetenschappelijke praktijk is feitelijk niets anders dan het opbouwen van een gedachtestelsel, met de intentie het ooit eens af te breken, iets wat binnen een religie niet zou passen. Elke goede wetenschapper is zich er van bewust dat alles wat wij nu, wetenschappelijk gezien, voor waar houden, ooit eens tot onwaarheid zal worden bestempeld. En dan heb ik het nog niet eens gehad over de relativiteit van de zogenaamde wetenschappelijke vooruitgang. Ja, we hebben nu gps-systemen, koelkasten en MRI-scanners, maar heeft dat de mensheid verder gebracht? Dat is een vraag waar ik wel een mening over heb, maar die de wetenschap niet kan beoordelen. Een religie kan daar potentieel wel een antwoord op hebben, want is immers geen wetenschap. Maar of je dat antwoord vervolgens ook gelooft, mag iedereen van mij dan weer zelf weten.

W. Oké, het is weer tijd voor muziek volgens mij.

O. Precies, Motorpsycho, uit Trondheim in Noorwegen.

W. Een persoonlijke favoriet?

O. Dat kun je wel stellen, we krijgen ze volgens mij later nog een keer te horen.

W. Dat klopt, maar we gaan de mannen alleen dit keer ook in actie zien.

O. Inderdaad, dat was ik al bijna vergeten.

W. Waarom heb je voor dit nummer gekozen?

O. Omdat ze in dit fragment volgens mij laten zien wat voor fantastische live band ze wel niet zijn. Het nummer zelf is naar mijn mening niet bepaald hun beste compositie, maar ze weten het op zo'n grandioze manier te spelen, dat het toch heel erg goed is. En daarbij komt bij het zien van deze video altijd de herinnering in mij boven aan een van de beste Motorpsycho-optredens die ik zelf ooit gezien heb. Vredenburg, Utrecht in juni 2004, als ik het wel heb. Op die avond speelden ze ook met een ongekende intensiteit en wisten ze ook het allerbeste in nummers boven te brengen. Veel nummers die nog veel beter zijn dan wat volgt. Maar goed, een fantastische liveband dus, waarvan ik met deze video slechts een glimp kan laten zien.




W. En met dat slotakkoord sluiten we dit deel van de uitzending af. We hopen u spoedig weer bij het vervolg van deze avond terug te zien.


donderdag 29 augustus 2013

Zomergasten (deel 2)

Wilfried de Jong: Welkom terug bij deze speciale uitzending van Zomergasten, met als gast de de bij het grote publiek volledig onbekende Oskar.

Oskar: De stand van het land kan wat mij betreft beter worden afgemeten aan het feit dat we door reclames voor wasmiddelen en tandpasta werden onderbroken, dan aan de inhoud van ons gesprek.

W. Hoezo?

O. Een echte publieke omroep kent geen reclameblokken. En het stelsel met verschillende omroepen op basis geloofsovertuiging, politieke voorkeur en leeftijd is natuurlijk op zijn minst sektarisch en achterhaald. Opdoeken die hap.

W. Effe dimmen zeg! Volgens mij heeft dit niks met je fragmenten te maken.

O. Ik heb drie uur zendtijd in mijn schoot geworpen gekregen en daarmee mag ik doen wat ik wil. Ik ben geenszins een revolutionair, maar het achterlijke Nederlandse omroepstelsel is hoognodig aan een grondige hervorming toe.

W. Goed, waarvan akte. Nu je volgende fragment.

O. Ja, Oliver Stone.

W. Ook radicaal en revolutionair.

O. Mwah, wat mij betreft toch in eerste instantie een versleten babyboomer die z'n schaapjes al lang op het droge heeft.



W. Een enigszins eenzijdige kijk op de geschiedenis, als je het mij vraagt.

O. Zo zou je het kunnen zien. Het is echter wel een visie die niet dagelijks naar voren wordt gebracht en ik daarom juist wel verfrissend vind. Maar wat mij in deze aflevering zo fascineert, is hoe een ogenschijnlijk irrelevante gebeurtenis, als het vertragen van de verkiezing van running-mate voor de democraten in 1944, een beslissende invloed op loop van de geschiedenis kon hebben. Nu werd Truman in plaats van Wallace president van de VS. En het was uiteindelijk Truman die er met zijn militaristische taal feitelijk voor zorgde dat de VS en de Sovjet-Unie in de vicieuze cirkel van de Koude Oorlog werden gezogen.

W. Wordt daarmee de Sovjet-Unie niet al te veel met fluwelen handschoenen aangepakt door Stone.

O. Wellicht, hoewel de misdaden van Stalin bij naam en toenaam worden genoemd. Stalin was op internationaal vlak echter een zeer conservatief man, voor wie de territoriale veiligheid van de Sovjet-Unie boven ideologie ging. Dat hij de controle over Oost-Europa opeiste, had pimair als doel om bufferstaten te creëren die de Sovjet-Unie tegen een militaire inval vanuit het westen te beschermen. En had er dus niet zo zeer mee te maken dat hij het communisme wilde verspreiden. Stalin was uiteindelijk in de eerste plaats een nationalist en pas op de tweede plaats communist en daarbij was hij bepaald geen ideologische scherpslijper. Hierin stond hij lijnrecht tegenover Trotski, die wereldrevolutie predikte en die door Stalin precies om die reden tot persona non grata was verklaard, uit de Sovjet-Unie werd verbannen en tenslotte werd geliquideerd. De wil om het communisme te verspreiden, zou de vijanden van de Sovjet-Unie immers in elkaars armen kunnen drijven en dat wilde Stalin ten koste van alles zien te vermijden.

W. Interessant, maar wat hebben Truman en Wallace hiermee te maken?

O. Wallace zag in dat de VS in de praktijk weinig van de Sovjet-Unie te vrezen had. De Sovjet-Unie had de wil noch de middelen om de VS aan te vallen en was ook op economisch gebied absoluut geen maat voor de VS. Onder Wallace zou de militaire macht van de VS hoogstwaarschijnlijk weer afgebouwd zijn. Dit is natuurlijk allemaal puur hypothetisch,  maar feit is dat de blijvende militarisering van de VS volgens mij een van de grootste vergissingen van de twintigste eeuw is. Een vergissing die uiteindelijk  leidde tot de verschrikkingen van de oorlogen in Vietnam en Irak. En de wereld met de kernwapenwedloop tot op de rand van de afgrond bracht. Niet in de laatste plaats omdat het juist Truman was die als enige persoon in de geschiedenis de beslissing maakte om kernwapens op het slagveld in te zetten. En in aflevering drie van deze serie (Oliver Stone's Untold History of the United States red.) worden enkele sterke argumenten naar voren gebracht voor de stelling dat de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki niet noodzakelijk waren om Japan tot overgave te dwingen.

W. Prima, maar je dwaalt af.

O. Ja, ietwat. Maar mijn punt is dat deze documentaires een frisse blik bieden op de na-oorlogse geschiedenis van de VS.

W. Dat staat als een paal boven water.

O. Fijn dat je het met me eens bent Wilfried.

W. We moeten door. Naar Bach, Breugel en Tarkovsky dit keer.

O. Het wordt wel eentonig hè?  Alweer Tarkocsky. Mijn geheime doel is om zoveel ondragelijk saaie fragmenten te kiezen dat zelfs meest met zichzelf ingenomen cultureel-marxist afhaakt, om vervolgens met mijn daadwerkelijk subversieve boodschap te komen.

W. Maar waarom je subversieve boodschap pas brengen als iedereen is afgehaakt?

O. Zo deed de meester zelf het ook in Stalker, het publiek eerst in slaap sussen en zo de censors om de tuin leiden. En ik ben ook maar een zielige epigoon. Dat geef ik grif toe. Ik volg en imiteer, waar anderen voorgaan en innoveren. Opvallend trouwens dat je niet opmerkte dat een er reeds wat subversiviteit in mijn voorgaande antwoord zat verwerkt.

W. Hoezo, wat bedoel je?

O. Naja, dat laat ik aan de kijkers thuis over. En de twitteraars niet te vergeten. Dat zij ook maar niet onvermeld blijven. Morgen op de site van de NRC, zelfverklaard slijpsteen van de geest, een selectie met de hoogtepunten van deze avond, of liever kritiekloze lijst twitter-braaksel. De pest van de huidige tijd. Onze jeugd gaat er aan ten onder!

W. Ga je nu niet wat ver?

O. Zeker, maar dat moet toch ook? Spektakel wil het het volk zien! Panem et circenses, zoals de Oude Grieken al zeiden. (Ik heb deze gevleugelde woorden voor de zekerheid voor de uitzending nog even gegoogeld, zodat ik het niet verkeerd zou zeggen.) En als het om de jeugd van tegenwoordig gaat, kan ik alleen maar de betreurde Volksschrijver nazeggen: "Dan spreek ik de mensen toe en dan zeg ik hoe het verderf om zich heen grijpt in film, televisie en overal. En hoe de rokken van de dames maar steeds korter worden. En dat is heel goed dat ik dat zeg. Ik bedoel, dat is noodzakelijk. Dat is de voorzienigheid die wil dat zo. En daar is iedereen tevreden mee. Maar daar hoeft niemand zich ook maar iets van aan te trekken."

W. Ruk je het citaat van Reve niet heel erg uit zijn verband?

O. Zeker, ik citeer hem zelfs volledig verkeerd op enkele essentiële punten. Maar enige dichterlijke vrijheid is mijns inziens een groot goed

W. Oké dan, het zei zo. Ik weet wel steeds minder wat ik van je moet denken.

O. Uitstekend, zaai verwarring, oogst succes!

W. Ehhh oké, laten we dan maar naar het volgende fragment kijken.


O. Juist, waarbij het van tevoren voor de kijker belangrijk is te weten dat het een scene aan boord van een ruimteschip betreft. Een ruimteschip in een baan rond de mysterieuze planeet Solaris.


W. Weer Tarkovsky dus. Is dit niet van het goede wat te veel?

O. Als dit tot het goede wordt gerekend, dan kan er nooit te veel van zijn. More is more.

W. Aha, zo kun je er inderdaad ook naar kijken. Maar waarom kies voor een scene met wazige muziek die hoofdzakelijk op een zestiende-eeuws schilderij focust.

O. Dat is juist de kracht! Tarkovsky speelt met de verwachtingen van de kijker. De kijker verwacht een sciencefiction-film vol futurisme en flitsende lasergevechten, maar wat hij krijgt is een introspectieve reflectie op de condition humaine gesitueerd in een rommelig ruimteschip met een salon die meer op zijn plaats lijkt in een herenhuis van de negentiende-eeuwse bourgeoisie. De kijker wordt in verwarring gebracht, op het verkeerde been gezet en daardoor gedwongen goed op te letten. Het ietwat vervreemdende verhaal en de zeer vervreemdende sfeer aan boord van het ruimteschip komt daardoor op een veel intensere manier binnen bij de kijker, dan wanneer hetzelfde verhaal in een conventionele setting was verteld. Het was overigens Tarkovsky's wens om helemaal los te komen van de beknellende conventies van genres. In Solaris zijn nog enkele elementen aanwezig die kenmerkend zijn voor films binnen het genre sciencefiction. Daarom beschouwde hij zelf Solaris als een mislukking en zijn volgende film Stalker juist als een triomf. Omdat hij met Stalker wél een sciencefiction-film maakte die in geen enkel opzicht aan een doorsnee sciencefiction-film doet denken en dus qua vorm volledig dus los was gekomen van het genre.

W. Je had het met betrekking tot Solaris over een verhaal. Is er een verhaal dan? Ik kon er geen touw aan vastknopen.

O. Dat verhaal is er zeker, het is voor meerdere interpretaties vatbaar, maar daarom niet minder fascinerend. Het gaat in principe over hoe de planeet Solaris het leven en de waarnemingen en de herinneringen van de mensen aan boord van het ruimtestation beïnvloed. Een belangrijk thema is hoe de mens in de ruimte, dus los van de Aarde nog mens kan zijn. Is de mens noodzakelijkerwijs aan de Aarde gebonden? Is de mens zonder Aarde geen mens meer? In hoeverre worden waarnemingen en herinneringen beïnvloed door de omgeving waar in je je als mens bevind?

W. Oké, veel metafysische abracadabra, maar geen plot.

O. De thrillseeker met de korte aandachtsspanne is bij Tarkovsky aan het verkeerde adres, zoveel is zeker.

W. Wat ook zeker is, is dat we er even uit moeten voor de boodschappen.

O. Wat een vreselijk bruggetje. Hoewel elk bruggetje eigenlijk per definitie vreselijk is. En aan de walgelijke term boodschappen als eufemisme voor reclame maak ik eigenlijk liever geen woorden vuil.

W. Doe dat dan ook niet.

O. Ik kon me niet inhouden.

woensdag 28 augustus 2013

Zomergasten (deel 1)

[leader]

Oskar: Ik ben Oskar, mislukt wetenschapper, Midden-Oostendeskundige, stofzuigermonteur, vliegvisser en vanavond te gast bij Zomergasten.

[intro]

Wilfried de Jong: Van harte welkom bij deze toch wel zeer speciale uitzending van Zomergasten. Vanavond heb ik iemand te gast die bij het grote publiek volledig onbekend is. De redactie had namelijk wel eens genoeg van al die bekende Nederlanders die eigenlijk helemaal niks te vertellen hebben en alleen maar uit ijdeltuiterij komen opdraven.

Oskar: Nou ik ben anders ook wel redelijk ijdel hoor.

W. Ja, maar bij jou zijn de kijkers nog niet verzadigd.

O: Daar heb je misschien wel een punt, ik kan me inderdaad niet voorstellen dat er iemand werkelijk nog op ruim drie uur Nelleke Noordervliet zit te wachten.

W. Zo is het. Maar vanavond dus jouw ideale tv-avond. Hoe ziet die er uit? Wat kunnen de kijkers verwachten?

O. Nou in elk geval veel films, documentaires en muziek. Ik hoop dat het niet al te zwaar op de hand ligt allemaal, want ik vrees dat ik weinig lichtvoetig vermaak gepland heb.

W. Geeft niks, je zit hier bij de VPRO, daar kan het in principe niet snobistisch en pretentieus genoeg zijn. Maar laten we maar naar je eerste fragment gaan, die direct uit je keuzefilm komt. Waarom heb je daarvoor gekozen?

O. Ik had me als concept een avond voor ogen, die qua opbouw gelijk is aan de albums Rust never sleeps van Neil Young en Demon Box van Motorpsycho. Beide albums die variaties van hetzelfde nummer als inleiding en afsluiting hebben en daarmee een soort muzikale kaft van het album vormen. Ik dacht met dit fragment als inleiding en de keuzefilm als afsluiting, een soort cinematografische omslag van de avond te presenteren.

W. Nou dat is inderdaad meteen goed pretentieus. Ik vermoed dat de avond voor de VPRO-directie al een orgastisch hoogtepunt heeft bereikt. Hopelijk hebben ze nog niet meteen al hun kruit verschoten, want er staat ze nog meer te wachten. Vertel even wat voor film het is.

O. Het is een fragment uit de film Andrei Rublev van de Russische regisseur Andrei Tarkovsky.

W. Ook al zo'n favoriet van de culturele elite.

O. Ja, maar die elite zit in de huidige samenleving zwaar in de verdrukking. Wanneer heb jij voor het laatst een film van Tarkovsky op tv gezien? Ik kan het me niet heugen. Op internet is veel te vinden voor de connaisseur, maar in de mainstream-massamedia regeert de tirannie van de vervlakking.

W. Nou nou nou, zo kan die wel weer. Wat zien we in dit fragment?

O. De film (uit 1966) gaat over de Russische iconenschilder Andrei Rublev. De film is een fictief verhaal rond deze historische figuur, gesitueerd in Rusland ergens in de vijftiende eeuw. In dit fragment heeft Andrei (gespeeld door Anatoly Solonitsyn) een discussie met de oude schilder Theofanes de Griek (Nikolai Sergeyev) over kunst, de zin van het leven en het geloof.

W. De zware thema's worden inderdaad niet geschuwd, maar laten we maar gaan kijken.



W. Om stil van te worden. Ik heb de hele film al gezien en ik kan zeggen: het is een hele zit, maar beslist de moeite waard.

O. Zeker en vast.

W. Het is een film met duidelijk religieuze ondertoon, wat spreekt jou daar in aan?

O. Nou, je moet bedenken dat deze film in de Sovjet-Unie geproduceerd is, in een tijd waarin religie eigenlijk zo veel mogelijk uit het openbare leven verbannen werd. Dat Tarkovsky het toch waagde om zo'n film te maken, waarin zijn persoonlijke kijk op het Christendom, de geschiedenis van Rusland en de Russische samenleving ongecensureerd naar voren komt, vind ik heel bijzonder.

W. Maar wat zegt deze film over jou? Hoe gelovig ben jij op een schaal van één tot tien?

O. Daar ga ik liever niet op in, dat is een te persoonlijke vraag.

W. Maar jij kiest voor dit fragment, dan kun je toch zo'n vraag verwachten?

O. Ja, daar ben ik me van bewust. Maar het gaat mij vooral om de schitterende beelden, de muziek en acteurs.

W. Wil je zeggen, dat de persoonlijke boodschap van Tarkovsky, die je daarnet nog roemde, je volledig koud laat?

O. Nee sorry, dat bedoel ik natuurlijk niet. Ik ben zelf niet christelijk opgevoed, heb wel enkele jaren op een christelijke school gezeten, maar heb zelf dus geen sterke persoonlijke band met het geloof. Ik zie zeker wel een schoonheid in de boodschap van de film. En in zekere zin vind ik deze film, samen met Het evangelie volgens Mattheüs van Pasolini, een van de meest effectieve vormen van cinematografisch zendingswerk die ik heb gezien. En daarnaast draagt de film in mijn ogen in essentie niet zo zeer een fundamenteel Christelijke, als wel een meer algemeen humanistische boodschap uit. Het draait in de film vaak om het individu in zijn eeuwigdurende zoektocht naar zingeving en inspiratie en om de onderwerping van de kwetsbare mens door machtige mogendheden, of dat nou kloosterorders, prinsen, Mongoolse hordes, tsaren of communistische partijleiders zijn. De laatste categorie komt natuurlijk niet letterlijk in de film aan bod, maar de parallel is door de kijker makkelijk te leggen en ik vind het dan ook een wonder dat deze film überhaupt ooit in de Sovjet-Unie in de bioscoop te zien is geweest.

W. Dat is inderdaad wel bijzonder, als je er zo naar kijkt. Maar laten we naar het volgende fragment gaan. Muziek.

O. Ja een clip van Yo La Tengo, een band uit Hoboken, New Jersey, gemaakt bij hun nummer Sugarcube, uit 1997.

W. Wil je er nog wat bij zeggen.

O. Nee, dat kan zo meteen wel. Laat de kijker eerst maar, als een onbeschreven blad, met dit meesterwerk geconfronteerd worden.

W. Oké.



 W. Waarom heb je hiervoor gekozen?

O. Nou een avond Zomergasten samenstellen is toch een beetje zoals je eigen begravenis regisseren. Je kunt zelf de accenten leggen, de muziek kiezen en in zekere zin zelfs de toespraken schrijven. Nou is het publiek voor de buis thuis hopelijk wel in een andere stemming dan mensen in de zaal bij een uitvaart...

W. Ehhm, wellicht niet na het eerste fragment...

O. Soit, touché en senk joe, je hebt een punt. Oké, maar om mijn betoog voort te zetten... Waar was ik ook al weer? Juist, mijn uitvaart. Nou, ik denk niet dat dit nou direct een nummer is dat bij mijn uitvaart ten gehore moet worden gebracht... Eh, ik ben nu nu echt de draad kwijt. Zou je me niet meer zo abrupt in de reden willen vallen Wilfried?

 W. Is goed.

O. Allereerst is dit een fraai lichtvoetig nummer, met een grappige clip. Dat alleen al om de stemming wat op te krikken na het, zoals je stelde, wat zware eerste fragment. Verder is de clip zelf natuurlijk een commentaar op de populaire cultuur, het rocksterrendom en beeldvorming in de media. En dat is natuurlijk bij uitstek een thema voor een programma als Zomergasten.

W. Ik denk dat ik je begin te begrijpen. Is dit muziek waar je veel naar luistert?

O. Het is niet per sé muziek waar ik regelmatig naar luister, het is wel muziek die in mijn weg naar volwassenheid een belangrijke rol heeft gespeeld. Het is trouwens niet mijn favoriete nummer, maar wel een nummer met een krachtige videoclip en ik zit hier immers niet in een radioprogramma, dus het beeldelement moet ik ook in mijn keuze mee laten wegen.

W. Klopt het dat ik in deze clip verwijzingen zie naar fenomenen zoals Spinal Tap?

O. De redactie heeft je weer goed voorbereid Wilfried. Dat is inderdaad het geval. Aan de ene kant zit er in de clip natuurlijk de satirische tongue-in-cheek humor die we kennen uit de klassiek mockumentary Spinal Tap, aan de andere kant is grap ook dat een suffe lofi-indieband als Yo La Tengo natuurlijk het absolute tegengestelde is van een over-the-top glam-metalband als Spinal Tap en met die beide concepten wordt in de clip mijns inziens meesterlijk gespeeld.

W. Prima, we nemen nu even een korte pauze en zijn zo weer bij u terug met het vervolg van Zomergasten.