Posts tonen met het label Sovjet-Unie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Sovjet-Unie. Alle posts tonen

zondag 17 augustus 2014

Rusland en Duitsland, twee handen op één buik?

Als er één land is dat een bijzondere relatie tot Rusland onderhoudt, dan is het wel Duitsland. Als land in het midden van het Europese continent, heeft het altijd zowel naar 'het Westen' als naar 'het Oosten' en meer bepaald Rusland gekeken. De geschiedenis kan rijkelijk getuigenis afleggen over de Duits-Russische relaties. Duitsland en Rusland konden het altijd goed met elkaar vinden totdat Duitse imperialisten en later een vanuit Oostenrijk tot rijkskanselier omhooggeklommen individu het in opeenvolgende wereldoorlogen in hun hoofd haalden om de Russische ruimte te willen veroveren.
Een niet zo willekeurig citaat uit een willekeurig artikel over de recente ontwikkelingen binnen Europa. Terwijl de Angelsaksische mogendheden sinds de val van de de Tsaar en de opkomst van Lenin, nu al bijna een volle eeuw, een vrij moeizame relatie hebben met de het grootste land ter wereld, heeft Duitsland in diezelfde periode (met uitzondering van 1933-1938 en 1941-195) een opvallend betere band met Rusland gecultiveerd.

Zonder Duitse hulp had Lenin dit huis in Zürich nooit kunnen verlaten.

Over de zeer opmerkelijke ontwikkelingen in de diplomatieke en politieke verhoudingen tussen Duitsland en Rusland (of liever de Sovjet-Unie) tussen de beide Wereldoorlogen, heeft de legendarische journalist en historicus Sebastian Haffner een zeer lezenswaardig boek geschreven. Het duivelspact vertelt het verhaal vanaf de Duitse list om Lenin naar Rusland te sturen om de revolutie over te nemen en een wapenstilstand tot stand te brengen, tot aan Operatie Barbarossa.

En hoewel Hitler inderdaad dacht dat hij de Sovjet-Unie in een paar maanden met zijn panzers op de knieën zou kunnen dwingen, zag hij een paar jaar eerder ook geen bezwaar in het sluiten van het beruchte Molotov-Ribbentrop-pact met zijn theoretische aartsvijand Stalin. Dit laatste verdrag is slechts één van de vele saillante diplomatieke episodes in de periode 1917-1941. Het verdrag van Rapallo in 1922, waarbij er midden in de nacht in pyjama's door de Duitse diplomatieke top koortsachtig overleg werd gevoerd om de volgende dag pijlsnel een vredesverdrag met Rusland te ondertekenen en zo de Britse premier Lloyd George buiten spel te zetten en verbijsterd en woedend achter te laten, wordt door Haffner gekenschetst als 'een van de grote gebeurtenissen van de eeuw, een aardschok die het gehele internationale toneel veranderde.'

Het verdrag van Rapallo zette de toon voor ruim tien jaar durende, intensieve Duits-Russische samenwerking. Niet alleen diplomatiek en economisch, maar vooral ook militair. De aan Duitsland in het verdrag van Versailles opgelegde beperkingen met betrekking tot landmacht, vloot en luchtmacht, werd in het diepste geheim ontweken door diep in Rusland, onttrokken aan het oog van de rest van de wereld, wapens te produceren en militairen op te leiden. De Sovjet-Unie profiteerde op zijn beurt van de geavanceerde Duitse techniek en tactieken door de bouw van fabrieken en gezamenlijke oefeningen. Zo lag de kiem voor de legers die elkaar in de jaren '40 op leven en dood bevochten, ironisch genoeg in de nauwe coöperatie van de beide grootmachten.

Een koele vriendschap of een warme rivaliteit?

Beide mogendheden hadden steeds wisselende motieven en bijbedoelingen met de samenwerking, maar constant was de dreiging van een oppermachtig Frans-Anglo-Amerikaans blok de kracht die de potentiële vijanden in elkaar armen dreef. En in dat opzicht is de situatie heden ten dage eigenlijk niet te vergelijken met de politiek-diplomatieke constellatie van het interbellum. Poetins buitenlandpolitiek doet wellicht nog wel wat aan de nationalistische paranoia van Stalin denken, maar Duitsland is tegenwoordig juist diep verankerd in de Noord-Atlantische alliantie. Dat Merkel echter van alle westerse leiders nog het best met het Kremlin over weg kan, zou je (met een lichtelijk teleologische redenering) wel aan de hand van de lange Duits-Russische geschiedenis kunnen verklaren. Rusland voelt zich, al dan niet terecht, duidelijk miskend en gedemoniseerd door het Westen en dan is het goed te weten dat er in elk geval één vooraanstaande westerse natie is, die vertrouwd is als trait-d'union tussen Oost en West te fungeren.

vrijdag 8 november 2013

Ideologie: opium voor het volk?

Het befaamde citaat van Karl Marx "Die Religion ... ist das Opium des Volkes" wordt meestal gemakzuchtig vertaald als dat godsdienst de opium voor het volk zou zijn. Het is waarschijnlijk de ironie van de geschiedenis dat het uiteindelijk juist het gedachtegoed van Marx was dat de opium voor het volk werd in de Sovjet-Unie, de staat die vaak bij uitstek met het Marxisme vereenzelvigd wordt. Daarom is het wellicht interessant te verkennen in hoeverre niet godsdienst, maar juist politieke ideologie de functie van opium voor het volk heeft (gehad) in de moderne samenleving.

Laten we maar beginnen met het eerste voorbeeld verder uit te benen: de Sovje-Unie. Wat begon als een buitengewoon bloedig revolutionair project onder Lenin, verwerd onder Stalin tot een nog bloediger militair-industrieel nationaal-conservatief project. De communistische ideologie werd door zowel Lenin als Stalin gebruikt als een middel om het volk te laten geloven dat alle offers noodzakelijk waren om het door Marx beloofde doel van de communistische heilstaat te verwezenlijken. De Sovjet-Unie was een heilig maatschappelijk project dat koste wat het kost zou moeten slagen.

De weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen.

Dat het onder Stalin volledig uit de klauwen liep op het vlak van "het doel heiligt de middelen", mag inmiddels toch wel algemeen bekend worden geacht. Maar ook onder Lenin werd de botte bijl niet geschuwd voor het verwezenlijken van ideologisch geïnspireerde doelen. Klassenvijandige elementen werden uit de weg geruimd, dissidente geluiden werden niet getolereerd en de communistische ideologie werd met behulp van de geheime dienst en het rode leger nadrukkelijk meer dan slechts een papieren tijger. Interessant is om vast te stellen dat Lenin expliciet de mening van Marx deelde, als het ging om godsdienst als opium voor het volk:

Religion is one of the forms of spiritual oppression which everywhere weighs down heavily upon the masses of the people, over burdened by their perpetual work for others, by want and isolation. Impotence of the exploited classes in their struggle against the exploiters just as inevitably gives rise to the belief in a better life after death as impotence of the savage in his battle with nature gives rise to belief in gods, devils, miracles, and the like. Those who toil and live in want all their lives are taught by religion to be submissive and patient while here on earth, and to take comfort in the hope of a heavenly reward. But those who live by the labour of others are taught by religion to practise charity while on earth, thus offering them a very cheap way of justifying their entire existence as exploiters and selling them at a moderate price tickets to well-being in heaven. Religion is opium for the people. Religion is a sort of spiritual booze, in which the slaves of capital drown their human image, their demand for a life more or less worthy of man.

Het is de vraag natuurlijk in hoeverre Lenin zich er van bewust was dat men in bovengenoemd citaat zonder problemen religion kan vervangen door Marxisme-leninisme, wanneer het zijn beleid in de Sovjet-Unie betrof. Waarschijnlijk was hij verblind door zijn eigen waandenkbeelden, maar wellicht dat het in een moment van reflectie hem ook wel duidelijk werd dat hij feitelijk een nieuwe heilsleer met geweld aan het volk en de wereld wilde opdringen.

De War on Terror van de VS is wellicht een voorbeeld van de bloedige gevolgen van religieus fanatisme en volledig doorgeschoten ideologieën.

Het punt is dat door middel van een ideologie een gesimplificeerd wereldbeeld wordt geschetst met heldere idealen, een duidelijke verdeling in goed en kwaad, een herkenbaar taalgebruik en vaak ook een typische iconografie. Wat mij betreft is niet alleen het communisme op deze manier te duiden, maar ook meer alledaagse ideologieën zoals christendemocratie, sociaaldemocratie, het liberalisme en neoconservatisme. Hoewel het bij wollige ideologieën zoals de christendemocratie vaak minder duidelijk is welke ideale wereld er precies wordt nagestreefd; wat wellicht een verklaring is waarom die stroming duidelijk minder succesvol is als ideologie. De christendemocratie als machtsstructuur gelieerd aan de kerk was zeer succesvol, maar zodra de kerken aan aanzien en invloed verloren, bleek de christendemocratie als ideologie vrij weinig voor te stellen en dus ook weinig mensen te kunnen drogeren met haar aantrekkingskracht.

Wat dat betreft zijn het liberalisme, het neoconservatisme en zelfs de sociaaldemocratie betere voorbeelden, aangezien dat ideologieën zijn die heden ten dage nog wel enig succes hebben als ideologie an sich. Ik denk dat we genoegzaam kunnen vaststellen dat de meeste fervente aanhangers van zulke ideologieën allen vroeg of laat vervallen in een simplistisch hokjesdenken en vervolgens een geïdealiseerd en vereenvoudigd zwart-wit wereldbeeld uitdragen aan hun volgelingen. Wat vervolgens weer de vraag oproept in hoeverre de verdovende werking van de ideologie op de hersenen van het volk een slechte zaak is. Wellicht is het zelfs wel goed dat de wilde gevoelens en wensen van het ontembare gepeupel in gebaande paden wordt geleid door een ideologie? En in zekere zin werkt onze parlementaire democratie niet zonder gecondenseerde ideaalbeelden, gepropagandeerd door politieke partijen. Zelf ben ik van al deze georganiseerde simplificaties niet zo'n fan, zeker als het overgrote deel van de mensen zich niet van enige simplificatie bewust is en in de beloofde sprookjes gelooft. Dan rijst de vraag of er een alternatief denkbaar is voor een politiek stelsel dat gedomineerd wordt door ideologieën. Ik heb hier helaas geen passend antwoord op, maar het lijkt mij goed te beseffen dat het huidige systeem niet ideaal is.

Kort gezegd meen ik te moeten concluderen dat politieke ideologieën, samen met religieus fanatisme en blind geloof in de wetenschap, een zeer aanzienlijke beperking vormen op de vrije ontwikkeling van gedachten en ideeën over de complexe werkelijkheid.

vrijdag 30 augustus 2013

De opgang

Een film die qua onderwerp zeer vergelijkbaar is met Kom en zie, maar qua thematiek en sfeer nogal verschillend is. Dat is Voskhozhdeniye (The Ascent) van Larisa Shepitko uit 1977. Ook deze film gaat over partizanen in Wit-Rusland. Maar deze film is eerder verstild en ingetogen, dan barok en bombastisch. Toch zal ook deze film menig kijker nog lang bijblijven.

De film beschrijft het lot van twee partizanen die met zware keuzes geconfronteerd worden. De mannen, Rybak (Vladimir Gostyukhin) en Sotnikov (Boris Plotnikov) worden gepot door een Duitse patrouille en na een lange vlucht gearresteerd en meegenomen naar een legerkamp. Daar worden ze beide ondervraagd door een agent van de Wit-Russische hulppolitie (Weißruthenische Hilfspolizei), de rechterhand van de Duitsers als het om het opsporen van vijandige elementen ging. Hij stelt beide mannen voor een even simpel als onmogelijk dilemma: je kameraden verraden of sterven. 

Dit geeft eigenlijk al een beetje aan dat deze film het genre van Tweede-Wereldoorlogsfilm weet te overstijgen. De oorlog vormt slechts een achtergrond bij de handelingen van de personages. De film had in principe ook in de Middeleeuwen, de klassieke oudheid of de toekomst gesitueerd kunnen zijn. Uiteraard geeft de setting in de Tweede Wereldoorlog wel een herkenbaar moreel referentiekader aan de kijker en zo dus ook extra diepgang aan de karakters.

Zoals gezegd is het dus in wezen een tijdloos verhaal over verraad en opoffering in een historisch decor. Door dit decor is direct voor de kijker duidelijk dat de Wit-Russische politieagent (meesterlijk gespeeld door Anatoli Solonitsyn, bekend uit de Tarkovsky-producties Andei Rublev, Solaris en Stalker) een in-en-in slecht persoon is, ook al doet hij zich soms vriendelijk voor. Ook is direct duidelijk dat we met de partizanen in principe de goeien voor ons hebben. Dat uiteindelijk de partizanen niet als moreel onkreukbare ridders van de communistische zaak naar voren komen, is wellicht verrassend voor de bevooroordeelde westerling. De film weet de subtiliteiten van de hardvochtige werkelijkheid, die niet zwart-wit was, maar juist door grijs gekenmerkt werd, perfect te verbeelden.

Dat de historische realiteit juist door een fictief, tijdloos drama het best wordt verbeeld, is wellicht niet verrassend. De tragedies van Sofokles en Sheakespeare hebben immers ook vaak een (crypto-)historische basis. En dat zijn bij uitstek werken die eeuwen na dato nog altijd mensen weten te roeren. Wat mij betreft heeft Shepitko een van de zeldzame films gemaakt, die vergelijking de met de grote kunstwerken in de geschiedenis aankan.


Larisa Sheptiko
Behalve het onderwerp, partizanen in Wit-Rusland, is er nog een opvallend verband tussen De Opgang en Kom en zie. De regisseur van de laatste film, Larisa Shepitko. Helaas heeft Shepitko het meesterwerk van haar man nooit mogen aanschouwen, aangezien ze in 1979 op 41-jarige leeftijd bij een auto-ongeluk om het leven kwam.

woensdag 28 augustus 2013

Kom en zie

Na de introductie op de materie in een voorgaand artikel, zal ik in dit artikel nader ingaan op de film Idi i smotri (Come and See) en de context van het fictieve en tegelijk historisch-realistische verhaal dat deze film vertelt over de Tweede Wereldoorlog in Wit-Rusland.

De film is in 1985 uitgebracht in de Sovjet-Unie ter gelegenheid van de viering van 40 jaar overwinning op Nazi-Duitsland. De film is echter allesbehalve triomfalistisch. Bitter en nihilistisch zou de een zeggen, morbide en poëtisch zou een andere interpretatie kunnen zijn. Absurdistisch, realistisch, gruwelijk, confronterend, het zijn allemaal termen die van toepassing zouden kunnen zijn op deze film.

Of de kijker de film positief of negatief beoordeelt, is iets heel persoonlijks. Een ding weet ik echter vrij zeker: het zien van deze film gaat je niet in de koude kleren zitten en zal je wellicht nog lang achtervolgen. Als je snel nare dromen krijgt van films en daar geen prijs op stelt, dan is het eventueel aan te raden deze film te vermijden. Want wat je er ook van vindt, lichtvoetig vermaak is het zeker niet.

Het onderwerp van de film is de strijd tussen Duitse legereenheden en partizanen in Wit-Rusland en de repesailles die de Duitsers op de burgerbevolking uitvoeren. De protagonist is een jongen, ogenschijnlijk nog nauwelijks in de pubertijd, die wordt meegezogen in de wervelwind van de geschiedenis die in zijn omgeving huishoudt. Dat hij er niet zonder kleerscheuren vanaf komt moge duidelijk zijn.

Dat er achter het front partizanen actief waren is wellicht bij meesten wel bekend. Wat minder bekend is, dat dit met name in Wit-Rusland op zo'n grote schaal gebeurde dat de Duitsers er serieus hinder van ondervonden en de Sovjet-propaganda hun daden nauwelijks hoefde te overdrijven. Het landschap van Wit-Rusland, met zijn onherbergzame wouden en moerassen, was dan ook sterk in het voordeel van de partizanen. Die konden met hun terreinkennis en lokale contacten eenvoudig de Duitsers het leven flink zuur maken. Van een Duitse bezettingsmacht was achter de frontlinie nauwelijks sprake en de essentiele verbindingen tussen het front en het achterland, zoals bruggen en spoorwegen, waren dan ook een vrij eenvoudig doelwit.

In de film komen deze acties eigenlijk niet aan bod. Van verheerlijking van de heldendaden van de partizanen is dan ook geen sprake. Hun armzalige bestaan, de constante dreiging van de vijandelijk vuur en de zware interne discipline worden zonder opsmuk in de verf gezet.

Ook de wandaden van de Nazi's worden soms slechts terloops weergegeven. Waarmee ze niet minder indringend worden weergegeven. Integendeel zelfs. Een van de beelden die bij een ieder na het zien van deze film bij zal blijven, is de stapel naakte lijken achter een hut die de naamloze kinderen slechts in een flits zien, als ze in paniek het dorp proberen te ontvlochten.

Verderop in de film wordt het brute geweld juist op bijna barokke manier in beeld gebracht. Hier past wellicht een verwijzing naar het boek dat in mijn voorgaande bericht ook al ter sprake kwam: Bloedlanden van Timothy Snyder. Snyder bepreekt daarin ook de strijd die de Duitsers tegen de partizanen leverde, of liever tegen de burgerbevolking van Wit-Rusland. Want van pogingen de partizanen effectief aan te pakken was in werkelijkheid geen sprake. Er waren achter de linies speciale SS-eenheden actief, in een rol die doet denken aan de Einsatzgruppen die eerder in de oorlog de oprukkende Wehrmacht achterna gingen om Joden uit te moorden. Tegen de tijd dat de partizanenstrijd op zijn hevigst was (en deze film dus gesitueerd moet worden), waren de Joden in Wit-Rusland al vrijwel uitgeroeid of, als ze geluk hadden, gevlucht.

De anti-partizanenacties hadden als doel door vergeldingen de burgers af te schrikken de partizanen van steun te voorzien. In werkelijkheid had de bevolking geen keus, aangezien de partizanen ook niet schuwden geweld te gebruiken als ze trachtten aan eten of andere essentiële goederen te komen. Los van deze realiteit, ging de SS bij elk spoor van verzet over op het uitmoorden van burgers en het afbranden van dorpen. Dit is wat in het tweede deel van de film uitvoerig in beeld wordt gebracht.

Na het zien van deze scenes was mijn gedachte dat sommige details zo bizar waren, dat ze onmogelijk fictief konden zijn. Immers: reality is often stranger than fiction. En Snyder bevestigt mijn vermoedens. Zo is de SS-officier met het halfaapje op de schouder, die de moordpartij goedkeurend aanschouwt, ogenschijnlijk geïnspireerd op de beruchte SS´er Dirlewanger, die tijdens zijn gruweldaden ook een aapje meetorste.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat een van de schrijvers van het scenario van de film, Ales Adamovich, ooggetuige was van de onbeschrijfelijke gruwelijkheden die zich achter het front in Wit-Rusland hebben afgespeeld. Dat Adamovich, samen met regisseur en co-auteur Elem Klimov, er toch in is geslaagd deze onbevattelijke wandaden in beeld en geluid te vatten, is wat mij betreft een historische prestatie van formaat.

dinsdag 27 augustus 2013

De blik uit het Oosten

Het algemene beeld dat mensen in Nederland hebben van de Tweede Wereldoorlog wordt voornamelijk gevormd door de gebeurtenissen in West-Europa tussen mei 1940 en mei 1945. De bezetting, de Jodenvervolging, de bombardementen, Westerbork, D-Day, het verzet, collaboratie, Een Brug te Ver, Auschwitz, Soldaat van Oranje en de bevrijding. Dat dekt qua thematiek wel ongeveer het collectieve geheugen.

Daarnaast is er dan nog de geschiedenis in de Oost. Oost en Zuidoost Azië. Japan, China, Nanjing, Indonesië, Singapore, de Birmaspoorweg, island hopping, Hiroshima, Nagasaki. Voor veel mensen een vergeten bladzijde, voor anderen, om uiteenlopende redenen, een open wond. Hier valt zeker een blog vol over te schrijven, maar daar heb ik helaas de kennis, noch de moed voor.

Het Oostfront in Europa is een essentieel element in de Tweede Wereldoorlog dat, in Nederland in elk geval, wat mij betreft nog te weinig aandacht krijgt. De strijd op leven en dood tussen Nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie. Het slagveld waar de beslissing viel. Miljoenen soldaten aan beide kanten gesneuveld en doodgehongerd. Miljoenen burgers vermoord en uitgehongerd. De plek waar de zwartste bladzijden in de geschiedenis van de mensheid geschreven werden. In een aantal vervolg-artikelen zal ik, aan de hand van films uit de Sovjet-Unie, een aantal woorden aan deze materie wijden.

Timothy Snyder noemde het strijdtoneel in Oost-Europa, in zijn gelijknamige boek uit 2010, de Bloedlanden . Zijn diepgravende en gruwelijke historische beschrijving beslaat de periode van 1930 tot de dood van Stalin in 1953. Snyder geeft de achtergrond weer, tegen welke de films die ik later ga bespreken gezien moet worden. Twee totalitaire regimes, die niet op een mensenleven meer of minder kijken, in directe confrontatie met elkaar.

Het boek van Snyder brengt enkele vergeten hoofdstukken van de Tweede Wereldoorlog aan het licht. Een aantal daarvan hebben specifiek betrekking op de filmbesprekingen in mijn volgende blogposts. Los daarvan is het een boek dat ik, onlangs de afschrikwekkende inhoud, een ieder aan kan raden die geïnteresseerd is in de Tweede Wereldoorlog of beter de duistere kant van de mensheid probeert te begrijpen.

Als het om het Oostfront gaat, is de algemeen ontwikkelde buitenstaander meestal wel van een paar  zaken op de hoogte. Operatie Barbarossa, de Slag bij Stalingrad, de Slag bij Kursk, de Slag om Berlijn. Zeker Stalingrad en Berlijn hebben de laatste jaren flink in de belangstelling gestaan, met name door de boeken van Antony Beevor, films als Der Untergang en het verschijnen van Leven en Lot van Vassily Grossman in het Nederlands.

Het belang van het Oostfront vanuit een  puur militair-historisch perspectief wordt tegenwoordig ook algemeen erkend. De militaire overzichtsgeschiedenissen van Andrew Roberts en wederom Antony Beevor schenken veel aandacht aan het oostelijk strijdperk en stellen beide dat het daar was dat Duitsland de oorlog verloor. Ook in Amerika dringt langzamerhand het besef door dat wellicht de VS de uiteindelijk zege aan de Sovjet-Unie te danken had en niet andersom, zie bijvoorbeeld de recente documentaire-serie Oliver Stone's Untold History of the United States.

Het is derhalve ook niet verwonderlijk dat er ook in Sovjet-Unie nogal wat films over de Tweede Wereldoorlog zijn gemaakt en dat de meeste daarvan de strijd aan het Oostfront als onderwerp hebben. Met onze westerse vooroordelen zouden we wellicht verwachten dat deze films een geïdealiseerd beeld schetsen van de heldhaftige strijd van de gewone arbeiders, boeren, en kameraden tegen de fascistische vijand in de Grote Patriottische Oorlog. Dit clichébeeld gaat wellicht op voor het grootste deel van de films, net zo goed als de meeste Hollywood-producties over de Tweede Wereldoorlog een sterk propagandistisch karakter hebben. Maar de vooringenomenheid mag geen reden zijn om de Sovjet-oorlogsfilm daarom maar helemaal links te laten liggen. Er zitten namelijk wel degelijk parels tussen, waarvan ik enkele voorbeelden nader zal brspreken. Na deze wijdlopige introductie zal ik in een volgende post allereerst de film Idi i Smotri (Come and See) van Elen Klimov uit 1985 behandelen.