Posts tonen met het label ethiek. Alle posts tonen
Posts tonen met het label ethiek. Alle posts tonen

woensdag 10 september 2014

Intermezzo: een nieuwe begin

Ik ben in wezen een moralist. Ik wil goed doen. Dat heb ik onder ogen gezien. Aan mezelf en mijn omgeving stel ik hoge eisen en ik heb ook nog de neiging ongenadig hard te oordelen. Hoewel ik dat harde oordeel niet altijd met anderen deel.

Daarnaast werd me steeds duidelijker dat ik weinig of geen voldoening uit mijn werk als promovendus haalde. En dat dat gemis een van de oorzaken van mijn somberheid was. Mijn dagelijkse bezigheden aan de universiteit drukten als een loden last op mijn schouders en hadden sterke negatieve invloed op mijn stemming. Dus besloot ik met mijn werk te stoppen. Eén grote vraag had ik echter nog niet beantwoord: In wat voor werk zou ik wél de nodige voldoening scheppen?

Ik ben bij mezelf, bij vrienden en bij een therapeut te rade gegaan om een antwoord op die vraag te vinden. Wat vind ik belangrijk? Ik wil nuttig werk verrichten. Hoe zou ik willen leven? Als een ontdekkingsreiziger met een stabiele basis. Wat is het doel? Een moreel goed leven lijden. Wat was de praktijk tot nu toe? Dat ik zoekende ben, zonder dat ik echt weet wat ik zoek.

Nadat ik me realiseerde wat ik miste, ben ik op zoek gegaan naar een manier om het moreel tekort, dat ik voelde en zo zelf ervoer, aan te vullen. Uiteindelijk was de kernzin, die ik samen met mijn therapeut vaststelde, dat ik "de maatschappij niet tot last, maar tot nut wil zijn." Dat is een harde, maar ook praktisch toepasbare zin.

De gewetensvraag bij uitstek: "What would Kant do?



In mijn vorige werk was ik de maatschappij voor mijn gevoel niet netto tot nut. Dat was uiteraard mijn gevoel. Maar wel een gevoel gebaseerd op praktische ervaringen. Als je veel positieve terugkoppelingen krijgt in je werk (bonussen, prettig klantcontact, goede evaluaties, juichende recensies, applaus), dan heb je het idee dat je het goed doet en je niemand tot last bent. Die ervaringen had ik maar mondjesmaat en eigenlijk alleen in het lesgeven (dat slechts een zeer klein deel van mijn takenpakket uitmaakte) en in sociale contacten rond het werk. Het onderzoek wat ik uit moest voeren, was in de praktijk een bron van negatieve ervaringen. En ik kreeg zo het idee dat ik mijn salaris niet verdiende, omdat ik niks significant positiefs produceerde.

Dat wilde ik dus niet meer. De eerste stap die ik nam op de weg tot het eerzaam burgerschap, was me aanmelden als bloeddonor. Het doneren van bloed was voor mij een duidelijk geval van jezelf fysiek inzetten voor het algemeen nut: de volksgezondheid. En de positieve terugkoppeling is ook aanwezig in de vorm van gratis eten en drinken en een symbolisch geschenk na afloop van het aderlaten.

Dit was de eerste stap en ik voelde me er goed bij. Dat gaf mij de moed om op dezelfde weg verder te gaan. Bloed doneer je eens in de drie maanden dat betekent dat je dus ook maar vier keer per jaar een positieve bijdrage levert. Het echte doel was natuurlijk om in de dagelijkse bezigheden een bijdrage aan de samenleving te leveren. Wat is de meest basale wijze om een bijdrage aan de samenleving te leveren? Mensen helpen die hulp nodig hebben. Dus besloot ik aan de slag te gaan in de thuiszorg.

Gelukkig beschikte ik in mijn sociale netwerk over de juiste contacten en kon ik uiteindelijk een tijdelijke voltijdbaan bemachtigen. Dat het een tijdelijke betrekking betreft, komt me eigenlijk wel goed uit. Want misschien is mijn theoretische gedachtegang over praktisch hulp bieden in de praktijk niets meer dan een theorie. Maar dat moeten we nog zien. Hoewel ik over geen enkele werkervaring in de zorgsector beschik, heb ik me de eerste twee meeloopdagen redelijk weten te handhaven. Aan het eind van deze week word ik helemaal in het diepe gegooid en dan zullen we zien of ik me naar boven weet te worstelen.

Een praktische introductie tot Kants 'categorische imperatief'.

In elk geval is het nu al een zeer interessante en leerzame ervaring. Ik heb nu nog geen idee hoe lang ik vol zal houden. Een paar maanden of een paar jaar? De kans is groot dat ik een minder directe manier vind om de mensheid tot nut te zijn, maar die wel nog beter aansluit bij mijn kwaliteiten, opleiding, ervaring en persoonlijkheid. In wezen is het schrijven van een blog in eerste instantie voor mij een oefening om mijn gedachten en emoties te ordenen en te uiten. Maar het is natuurlijk ook mogelijk dat het anderen hulp, steun en inspiratie kan  bieden. Die pretentie heb ik niet, maar dat de mogelijkheid bestaat, geeft me toch een positief gevoel.

Ik wil trouwens met mijn vertoog niet zeggen dat wetenschappelijk of enig ander werk moreel minderwaardig is. Allerminst. Ik zou ook niemand willen aanraden mijn voorbeeld te volgen. Ik heb alleen mijn omstandigheden, afwegingen en redenatie willen schetsen. Waarom ik mezelf niet geschikt acht voor werk in de wetenschap, is wellicht stof voor een ander artikel. Ik heb me eerder al wel eens door mijn negatieve gevoelens laten leiden om een hard oordeel over de wetenschappelijke praktijk te vellen. Wat ik daar schreef zei misschien wel meer over mij dan over de wetenschap.

Als afsluiter een vrolijk deuntje over tuinmeubilair:



zaterdag 9 november 2013

God is dood. Wacht de wetenschap eenzelfde lot?

Zoals Nietzsche God doodverklaarde, zo is het nu wellicht tijd de wetenschap dood te verklaren. De wetenschap wordt voor velen steeds meer als een geloof beleefd, dan als poging tot waarheidsvinding. Zodra de opvatting wetenschap als geloof de overhand gaat krijgen, is de wetenschap wat mij betreft ten dode opgeschreven. Het proces van aftakeling is reeds zichtbaar in de vorm van schimmige figuren als Richard Dawkins. De vraag of Dawkins in de eerste plaats wetenschapper of polemist is, laat ik hier in het midden. Feit is dat hij zich als wetenschapper profileert en zo zal ik hem vooralsnog dus dan ook maar beschouwen.

Dawkins beweert dat een ieder die in God gelooft aan een serieuze persoonlijkheidsstoornis lijdt. Zelf propageert hij de wetenschap als een soort van ersatz-geloof, dat het antwoord kan geven op alle vragen des levens. Zowel zijn gebrek aan respect voor de metafysische opvattingen van anderen als zijn mystificatie van de reikwijdte van het wetenschappelijk kunnen geven mij weinig vertrouwen in zijn rationeel denkvermogen. En als hij met zijn met drogredeneringen doorspekte oeuvre model moet staan voor de hedendaagse wetenschapper, dan raak ik er meer en meer van overtuigd dat de wetenschap in de terminale fase is beland.

Ik zal nog wat nader ingaan op de meest algemene misvatting over wat de wetenschap vermag: de wetenschap als heilsleer. Zowel onder leken als onder ingewijden leeft sterk de opvatting dat de wetenschap ons naar een betere, meer rationele wereld kan leiden; bevrijd van onreine gevoelens en irrationele overtuigingen. Door zo'n geloof in rationele vooruitgang uit te dragen als kern van de wetenschap, wordt de wetenschap juist steeds meer in het domein van de geloofsovertuiging geplaatst en wordt de wetenschap volgens mij juist steeds kwetsbaarder voor irrationeel verval.

Ik zal niet beweren dat een waardevrije wetenschap haalbaar of wenselijk is, verre van zelfs. In de uitoefening van de wetenschap heeft ethiek bijvoorbeeld een belangrijke rol. Het gaat om het doel van de wetenschap en de daaraan gekoppelde zingeving. Natuurwetenschap heeft bijvoorbeeld ten doel om onze kennis over de natuur te vergroten. En het is naar mijn mening intrinsiek zinvol om de natuur beter te begrijpen. De natuurwetenschap moet volgens mij echter niet het creëren van een Brave New World tot doel hebben. Als ik het zo stel, zal vrijwel iedereen het met mij eens zijn. Doch is het koppelen van wetenschappelijke vooruitgang aan (imaginaire) maatschappelijke vooruitgang in de praktijk vanzelfsprekend.

Ik heb altijd gelijk, W.F. Hermans

In een van de eerdere delen van Zomergasten, liet ik Willem Frederik Hermans aan het woord in casu het zingevende vermogen van de wetenschap. Met grote instemming herhaal ik nogmaals zijn woorden:

Men denkt dikwijls dat de wetenschap, de exacte wetenschap, antwoord kan geven op wat wel in de wandeling de zin des levens wordt genoemd. En misschien zijn er ook wel veel mensen die de wetenschap met het oog daarop beoefenen. Maar ik geloof dat dat een illusie is en ook altijd een illusie blijven zal.

Er zullen slechts weinig wetenschappers zijn die toe zullen geven dat ze met hun wetenschappelijk werk feitelijk een poging wagen de zin des levens te achterhalen. Echter als je een groep wetenschappers vraagt: "Waar geloof je in?" Dan acht ik de kans groot een significant aandeel zal antwoorden: "De wetenschap" Terwijl als je diezelfde groep vraagt: "Wat is de wetenschap?" Dat dan niemand zal antwoorden: "Een geloof." Deze incongruentie lijkt onschuldig, maar is wat mij betreft de kroniek van een aangekondigde dood.

woensdag 6 november 2013

De wraak van Gaia of hoe de mensheid naar de ondergang toesnelt

Afgezien van de duistere kanten van onze kapitalistische samenleving met de constante dwang naar meer economische groei en zogenaamde welvaart, zijn veel mensen zich tegenwoordig van een andere grote dreiging bewust: de gevreesde klimaatverandering. Ik ga hier op deze plaats niet ontkennen dat het klimaat verandert. Ik ga echter wel ontkennen dat de klimaatverandering een dreiging is waar we veel aan kunnen doen en dat het het belangrijkste milieuvraagstuk van deze tijd is. Dat is het namelijk niet. Ik ben van mening dat de antropogene ecologische verwoesting van onze planeet een vele malen prangender vraagstuk is, waar beleidstechnisch wellicht nog wat aan te doen is ook. Als het niet al te laat is.

De opwarming van de Aarde zou er uiteindelijk toe kunnen leiden dat al het water op Aarde verdampt en onze planeet even levenloos wordt als Venus.

Goed, maar eerst nog maar even het klimaat behandelen dan. De koolstofdioxideconcentratie is inmiddels al zo hoog dat het klimaat de komende eeuwen op zal warmen, zelfs als we vandaag zouden stoppen met het verbranden van fossiele brandstoffen. En wat voor effect het stijgen van de gemiddelde temperatuur op Aarde precies zal hebben, is niet te zeggen. Mensen die denken dat dat wel te zeggen is, hebben te veel vertrouwen in modellen. Misschien vallen de effecten mee, misschien vallen ze tegen. Alleen door koolstofdioxide op een extreem grote schaal aan de atmosfeer te onttrekken, is de opwarming wellicht te stoppen. Maar momenteel is er geen praktisch toepasbare techniek beschikbaar die dat te werk kan stellen.

THE JELLYFISH ARE TAKING OVER!!!

Mijn vrees voor een ecologische apocalyps is wellicht het best verwoord door de bioloog Lisa-ann Gershwin:  

We are creating a world more like the late Precambrian than the late 1800s—a world where jellyfish ruled the seas and organisms with shells didn’t exist. We are creating a world where we humans may soon be unable to survive, or want to. 

De natuurwetenschappelijk onderlegde lezer zal wellicht wel weten dat in het Cambrium het leven ontstond zoals we dat nu kennen. We lopen dus volgens Gershwin het risico het leven zoals we dat nu kennen onmogelijk te maken en terug te keren naar de rudimentaire ecologie van Precambrium. Het is uiteraard de vraag of dat zo is en waarom dat zo zou zijn. Ik weet uiteraard niet zeker of het zo is en zoals bij alle onheilsprofetieën, zo is ook hier een zeker sensationalisme te bespeuren. Echter ik meen wel dat verlies aan biodiversiteit door menselijk handelen wordt onderschat en dat met name de potentiële effecten van een verminderde biodiversiteit niet terdege onderkend of eigenlijk gewoon genegeerd worden.

Nachtmerrie wordt werkelijkheid: binnenkort is de hele aarde bedekt met monocultuur

Dat de biodiversiteit door menselijk handelen afneemt, is wat mij betreft een vaststaand feit. Zeeën worden leeggevist en bos wordt vervangen door monocultuur. In hoeverre biodiversiteit het waard is te behouden is uiteraard deels ook een moreel vraagstuk. Heeft natuur intrinsieke waarde en is het alleen daarom al van belang het te beschermen? Een goede vraag en ik ben persoonlijk geneigd die vraag bevestigend te beantwoorden. Maar aangezien de meerderheid van de mensheid die zienswijze niet deelt, is het van belang ook met andere argumenten te komen.

Willen we ook de komende generaties van voedsel blijven kunnen voorzien dan is het van groot belang zo min mogelijk biodiversiteit te vernietigen. Deze gedachte lijkt enigszins tegenstrijdig met de praktijk dat ons voedsel steeds mono-specifieker wordt: we eten steeds minder soorten. Maar juist door ons afhankelijk te maken van monoculturen worden we kwetsbaarder voor ziektes en milieu- en klimaatveranderingen. En we moeten ons er van bewust zijn dat de planetaire ecologie een complex systeem is, wat we zo min mogelijk moeten proberen te verstoren. Een bekend ecologisch voorbeeld van verstoring is het wegvallen van zogeheten keystone species, soorten die een essentiële rol vervullen binnen een ecosysteem. Een goed voorbeeld hiervan zijn bijen, die een sleutelrol vervullen bij het bestuiven van planten en gewassen.  Sterven bijen uit, dan kunnen de gevolgen verstrekkend zijn. Het punt is natuurlijk, dat we meestal niet weten wat de sleutelsoorten zijn, totdat ze wegvallen en hele ecosystemen in elkaar donderen.

Aangezien momenteel zoveel habitat verwoest wordt, landbouw intensiever wordt, steden groeien en oceanen leeg raken, zal geleidelijk de biodiversiteit zodanig afnemen dat uiteindelijk het voortbestaan van de Mens op Aarde niet meer te garanderen is. De Mensheid kan proberen andere planeten te koloniseren om zo voort te leven, maar zal op die manier moreel niet meer zijn dan een sprinkhanenplaag. Het ene veld leeg eten om door te trekken naar het volgende. Het einde nadert, de vraag is slechts of ons een genadeschot gegund zal worden.

I’ve stumbled on the side of twelve misty mountains
I’ve walked and I’ve crawled on six crooked highways
I’ve stepped in the middle of seven sad forests
I’ve been out in front of a dozen dead oceans
I’ve been ten thousand miles in the mouth of a graveyard
And it’s a hard, and it’s a hard, it’s a hard, and it’s a hard
And it’s a hard rain’s a-gonna fall

donderdag 24 oktober 2013

Met god aan onze zijde of hoe de natiestaat het vrijdenken belemmert

Vaak denken we in Europa dat de mensen in Amerika een zeer beperkt beeld hebben van hoe de wereld er uit ziet en dat ze enkel zichzelf als de maat der dingen hebben. Dit vooroordeel is met name gevormd door de massamediale achterlijkheid die constant over ons uitgestort wordt en die voor een groot deel afkomstig is van de andere kant van de Atlantische Oceaan. Er zijn uiteraard ook kritische stemmen, zoals bijvoorbeeld Bob Dylan, die het wereldbeeld met de Verenigde Staten als vanzelfsprekend middelpunt aan de kaak stelden.



En dan hoeft het niet eens zo te zijn dat we persé god aan onze zijde achten, als wel dat we impliciet menen de morele waarheid in pacht te hebben. Ik zeg nu bewust 'we', omdat dit een patroon is dat ook in onze samenleving sterk zichtbaar is.

We gaan er al snel van uit dat de consensus-oplossing voor een lastig moreel vraagstuk binnen ons eigen land, de best denkbare consensus is. En daarmee kennen we onszelf als land in wezen een morele superioriteit toe. Wij hebben immers de ideale uitkomst voor een feitelijk moreel probleem.

Dat deze redenering niets meer dan een drogredenering is, werd mij pas duidelijk toen ik langere tijd in het buitenland verbleef.  Maar ik vermoed dat discussies met morele dissidenten dichter bij huis ook behulpzaam kunnen zijn bij het vinden van ethische verlichting. Wat ik in den vreemde doorkreeg, was dat andere oplossingen voor dezelfde morele problemen ook zeer verdedigbaar zijn en in wezen gelijkwaardig zijn aan de vertrouwde oplossing die mij als 'gewoon' of 'normaal' voorstond en dat die morele normaliteit opeens minder vanzelfsprekend leek.

Het feit dat morele vraagstukken binnen een natiestaat vaak niet als dilemma worden voorgesteld, maar als een fait accompli worden afgedaan met de voorgekauwde standaardoplossing, zorgt de facto voor een moreel vacuüm. En binnen een vacuüm kunnen gedachten niet groeien, de denkende mens heeft immers zuurstof nodig.