Posts tonen met het label Pruitt-Igoe. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Pruitt-Igoe. Alle posts tonen

zondag 27 oktober 2013

Het modernisme als utopisch denken

In een vorig artikel schreef ik dat de casus Pruitt-Igoe wellicht geen definitief bewijs levert dat de moderne architectuur an sich schuld had aan het mislukken van het project. Het is evenwel interessant verder te spitten in de theorieën die ten grond slag lagen aan Pruitt-Igoe en die sterk bepalend waren voor de beeldvorming rond de moderne architectuur en stedenbouw. In dit artikel ga ik wat nader in op de ontwikkeling van modernistische architectuur-theorie en hoe de verwoestingen van de Tweede Wereldoorlog in wezen de perfecte voedingsbodem schiepen voor een meer radicale stedenbouw.

Le Corbusier

Het is niet zozeer de modernistische vormentaal, voor het eerst geformuleerd door Adolf Loos in Ornament und Verbrechen, als wel het utopische aspect van het modernisme, dat bijdroeg aan de negatieve weerklank van het modernisme in de oren van sommige critici. Het modernisme streefde naar het herscheppen van de maatschappij zodat het zou passen bij de Nieuwe Tijd. De ware modernist bouwde aan een nieuwe wereld die radicaal anders zou zijn dan de oude, met nieuwe regels, nieuwe gebouwen, nieuwe infrastructuur, voor de nieuwe mens.  Le Corbusier, waarschijnlijk de invloedrijkste theoreticus van alle modernistische denkers, schreef: "De machine, een nieuwe factor in menselijke aangelegenheden, heeft een nieuwe geest doen ontstaan." en "Een groot tijdperk is aangebroken. Er is sprake van een nieuwe geest." Peter Gay merkte in zijn boek Het Modernisme op dat deze vastberaden frasen geenszins een weerspiegeling waren van de realiteit, maar "eerder zijn verlangens uitdrukten dan vaststaande feiten uit de contemporaine samenleving".

Vogelvluchtblik op La Ville Radieuse

Het was dan ook geenszins zo dat de ideeën van Le Corbusier snel ten uitvoer werden gebracht. De meeste van zijn invloedrijke geschriften werden ver voor de Tweede Wereldoorlog gepubliceerd, maar pas na de oorlog werden enkele van zijn hersenspinsels daadwerkelijk in beton gegoten. De meeste van zijn publicaties bevatten namelijk radicaal andere oplossingen voor stedenbouwkundige problemen dan tot dan toe gebruikelijk was. Het project La Ville Radieuse uit 1924 voorzag het toenemende belang van de automobiel door ruimbaan te geven aan de auto en voetgangers van al het snelverkeer te scheiden. Huisvesting was gepland in torenflats, die ook weer ruimtelijk gescheiden werden van industrie en dienstverlening en andere werkgelegenheid. Tot dan toe waren wonen en werken in steden ruimtelijk vrijwel onafscheidelijk, maar Le Corbusier vermoedde dat de almaar toenemende mobiliteit tot een toenemende ontvlechting van functies zou (moeten) leiden.

Le Corbusier's radicale Plan Voisin uit 1925 voor een 'modern' Parijs

Al deze ingrijpende wijzigingen in de staande praktijk zorgden er voor dat de plannen van Le Corbusier op nogal wat weerstand stuiten bij het maatschappelijk establishment. Het is in retrospectief dan ook eigenlijk niet zo verrassend dat de ideeën van Le Corbusier in eerste instantie nog het meest weerklank vonden binnen de voor-oorlogse radicaal-revolutionaire regimes, die streefden naar het herscheppen van de maatschappij aan de hand van een 'moderne' ideologie. Met name in fascistisch Italië wisten architecten zoals Gaetano Ciocca de principes van Le Corbusier praktisch toe te passen. En tussen 1928 en 1932 poogde Le Corbusier tevergeefs Stalin als mecenas aan zich te binden. De schijnbare sfeer van jeugdigheid en inventiviteit rond het eerste vijfjarenplan trof de architect zo zeer, dat hij enige stedenbouwkundige plannen voor Moskou ontwikkelde, uiteindelijk culminerend in zijn revolutionaire ontwerp voor het Paleis van de Sovjets. Dat het communisme in de praktijk soms eerder conservatief dan revolutionair was, werd eens te meer duidelijk toen Le Corbusier's ontwerp in 1932 werd afgewezen, ten faveure van het relatief traditionele neo-klassieke ontwerp van Boris Iofan. Teleurgesteld liet hij de Sovjet Unie achter zich en wist zo als een geluk bij een ongeluk de stalinistische zuiveringen van de jaren '30 te ontlopen. Het is wellicht typend voor het conservatisme van Stalin dat het winnende ontwerp van Iofan, hoewel nooit verwezenlijkt, uiteindelijk model zou staan voor de protserige 'Stalinistische' architectuur die zich na de oorlog samen met het communisme van Centraal- en Oost-Europa meester maakte.

Le Corbusier's ontwerp voor het Paleis van de Sovjets

Gedurende de Tweede Wereldoorlog zag Le Corbusier dat zich eens te meer een kans ontbood om de maatschappij te herscheppen. Hij flirtte met Vichy-regime in Frankrijk en uitte zijn bewondering voor de dadendrang van Hitler in een brief aan zijn moeder:

“Here is the great problem facing the French government. We are in the hands of a conqueror whose attitude could be devastating. If he is sincere in his promises, Hilter could crown his life by an overwhelming creation: the accommodation of Europe. This is a stake that may tempt him, rather than a preference for a fruitless vengeance… Personally I believe the outcome could be favorable. France, barring a criminal transplantation or a German invasion, is a mouthful not to be chewed, and if the problem consists of assigning each nation its role, getting rid of the banks, solving real—realistic—tasks, the prognosis is good. It would mean the end of speeches from the tribunal, the endless meetings of committees, of parliamentary eloquence and sterility. Such a revolution will be made in the direction of order and not without consideration of human conditions” (Weber, Nicholas F. Le Corbusier: A Life. New York: Knopf, 2008. 487). 

Het is uiteraard de vraag hoeveel waarde je moet hechten aan guilt by association. Le Corbusier komt in mijn ogen vooral naar voren als een idealistische en egocentrische opportunist, die steeds optimaal van het historische momentum gebruik trachtte te maken om zijn eigen visioenen van een betere wereld tot werkelijkheid te scheppen. Feit is in elk geval, dat de meeste van zijn ideeën pas gerealiseerd werden in non-totalitaire na-oorlogse democraitiën.

In Chandigarh (Noord-India) kreeg Le Corbusier voor het eerst de kans om zijn theorieën op, de door hem zo gewenste, grote schaal in de praktijk te brengen

Na de Tweede Wereldoorlog had het idee van het creëren van een moderne maatschappij, zonder banden met de verdorven geschiedenis, aan populariteit gewonnen. Een idee waar Le Corbusier, ook om zijn eigen persoonlijke redenen, alleen nog maar sterker in was gaan geloven. De puinhopen moesten opgeruimd worden, een tabula rasa moest gecreëerd worden waarop de nieuwe samenleving naar de nieuwste inzichten gebouwd kon worden. Dit ging in de praktijk veel verder dan enkel wederopbouw in de letterlijke zin. Ook in gebieden die nauwelijks materieel geleden hadden onder het oorlogsgeweld, of die zelfs niet eens bij de oorlog betrokken waren, werden oude stadswijken geruimd om plaats te maken voor hoogbouw en autowegen.

In het licht van deze ontwikkelingen kan de bouw Pruitt-Igoe ook gezien worden. En in ogenschouw nemende dat het deels modernistische stedenbouwkundige ideeën waren die aan het project ten grondslag lagen, is het ook niet heel verwonderlijk dat critici van het modernisme het falen van Pruitt-Igoe extrapoleerden naar het falen van het modernisme als geheel. Of dit een gerechtvaardigde extrapolatie is, laat ik hier in het midden. In hoeverre de utopische aspecten van het modernisme een verklaring kunnen zijn voor  de problemen waar na-oorlogse wijken over de hele wereld mee kampen, is iets waar ik later wellicht nog op terug kom.

vrijdag 13 september 2013

Pruitt-Igoe: het failliet van de moderne architectuur?

De befaamde Amerikaanse wijk met torenflats Pruitt-Igoe wordt vaak gebruikt als schoolvoorbeeld van alles wat er mis is met de moderne architectuur. De flats die begin jaren '50 in Saint Louis werden gebouwd, waren geïnspireerd door de ideeën van modernistische architecten zoals Le Corbusier. Het feit dat de flats snel aftakelden en reeds in de jaren '70 aan de sloophamer ten prooi vielen,  heeft er toe geleid dat de architecten vaak de schuld kregen van alles wat er mis was met het complex.

De postmodernistische architectuurhistoricus Charles Jencks noemde het moment waarop dit icoon van het modernisme werd opgeblazen "The day modern architecture died". Als je met Google Maps of Streetview in de buurt rondkijkt waar ooit Pruitt-Igoe stond, dan zie je nogal wat kale plekken. Niet alleen Pruitt-Igoe is een grote stadse wildernis, ook veel andere terreinen liggen braak. Urban prairie lijkt wel  de voornaamste vorm van landgebruik in de oude wijken van Saint Louis. Het zijn dus niet alleen de moderne gebouwen die gesloopt zijn, ook vrijwel alle 19e en vroeg 20ste eeuwse bebouwing is verdwenen.

In hoeverre problemen als sociale ongelijkheid, achterstallig onderhoud en criminaliteit inherent waren aan het architecturale ontwerp is voer voor discussie. Al in 1991 schreef Kartharine Bristol een artikel waarin ze de schuld van deze sociale catastrofe eerder bij de politici, dan bij de arhcitecten legt:


Een paar jaar terug is er een documentaire gemaakt met een gelijksoortige strekking als de stellingen geformuleerd in dat artikel. Eveneens getiteld the Pruitt-Igoe Myth.



Met het opruimen van de verkrotte stadswijken en het bouwen van moderne flats werd in gepoogd de onderklasse te verheffen uit hun miserabele bestaan. Pruitt-Igoe was een federaal project, de bouw werd met rijksoverheidsgeld gefinancierd. Er was echter geen federaal geld voor onderhoud van dit mega-complex gereserveerd, men verwachtte dat de huren de kosten zouden dekken. Dit was echter bij lange na niet het geval en geen enkele instantie wilde het gat in de begroting dichten. Het complex was vanaf het begin af aan gedoemd te vervallen.

Een ander probleem was dat de demografische en economische verwachtingen niet waar werden gemaakt. Doordat de bevolking van St. kromp in plaats van groeide en werkgelegenheid uit de stad wegtrok, was er feitelijk geen behoefte aan sociale woningbouw op zo'n grote schaal. Leegstand was dus een tweede zwaard van Damokles dat boven de hoogbouw hing.

Daarnaast is er nog de complexe materie van segregatie en sociale uitsluiting. In eerste instantie was gepland dat een deel van de flats voor blanken en een ander deel van zwarten gereserveerd zouden zijn. In 1956 werd het, door een gerechtelijke uitspraak in de staat Missouri, verboden om woningbouw te raciaal te segregeren. Deze uitspraak, samen met de opkomst van suburbia, leidde tot een massale uittocht van blanken uit de oude stadswijken, de zogeheten white flight. Dit leidde er toe dat Pruitt Igoe al snel vrijwel uitsluitend bevolkt werd door de kansarme zwarte onderklassen.

Overheidsbeleid verkleinde de kansen van de bewoners op een fatsoenlijk bestaan nog verder door een groot aantal restrectieve, paternalistische regeltjes. Zo mochten er in huishoudens waar een vrouw een uitkering ontving geen volwassen man wonen. Hierdoor werder veel gezinnen verscheurd en groeiden kinderen op zonder vader. Het fragiele sociale netwerk stond op instorten. En het is dan ook eigenlijk weinig verrassend dat velen een heenkomen zochten in drugs en criminaliteit.

Het bovenstaande wordt in de documentaire en het artikel van Bristol uitvoerig behandelt. Dan rest nog de vraag in hoeverre de casus Pruitt-Igoe toepasbaar is op de moderne architectuur als geheel en waarom juist de moderne architectuur tot zondebok werd gemaakt. Daar kom ik in een volgende post op terug.