Posts tonen met het label documentaire. Alle posts tonen
Posts tonen met het label documentaire. Alle posts tonen

vrijdag 13 september 2013

Pruitt-Igoe: het failliet van de moderne architectuur?

De befaamde Amerikaanse wijk met torenflats Pruitt-Igoe wordt vaak gebruikt als schoolvoorbeeld van alles wat er mis is met de moderne architectuur. De flats die begin jaren '50 in Saint Louis werden gebouwd, waren geïnspireerd door de ideeën van modernistische architecten zoals Le Corbusier. Het feit dat de flats snel aftakelden en reeds in de jaren '70 aan de sloophamer ten prooi vielen,  heeft er toe geleid dat de architecten vaak de schuld kregen van alles wat er mis was met het complex.

De postmodernistische architectuurhistoricus Charles Jencks noemde het moment waarop dit icoon van het modernisme werd opgeblazen "The day modern architecture died". Als je met Google Maps of Streetview in de buurt rondkijkt waar ooit Pruitt-Igoe stond, dan zie je nogal wat kale plekken. Niet alleen Pruitt-Igoe is een grote stadse wildernis, ook veel andere terreinen liggen braak. Urban prairie lijkt wel  de voornaamste vorm van landgebruik in de oude wijken van Saint Louis. Het zijn dus niet alleen de moderne gebouwen die gesloopt zijn, ook vrijwel alle 19e en vroeg 20ste eeuwse bebouwing is verdwenen.

In hoeverre problemen als sociale ongelijkheid, achterstallig onderhoud en criminaliteit inherent waren aan het architecturale ontwerp is voer voor discussie. Al in 1991 schreef Kartharine Bristol een artikel waarin ze de schuld van deze sociale catastrofe eerder bij de politici, dan bij de arhcitecten legt:


Een paar jaar terug is er een documentaire gemaakt met een gelijksoortige strekking als de stellingen geformuleerd in dat artikel. Eveneens getiteld the Pruitt-Igoe Myth.



Met het opruimen van de verkrotte stadswijken en het bouwen van moderne flats werd in gepoogd de onderklasse te verheffen uit hun miserabele bestaan. Pruitt-Igoe was een federaal project, de bouw werd met rijksoverheidsgeld gefinancierd. Er was echter geen federaal geld voor onderhoud van dit mega-complex gereserveerd, men verwachtte dat de huren de kosten zouden dekken. Dit was echter bij lange na niet het geval en geen enkele instantie wilde het gat in de begroting dichten. Het complex was vanaf het begin af aan gedoemd te vervallen.

Een ander probleem was dat de demografische en economische verwachtingen niet waar werden gemaakt. Doordat de bevolking van St. kromp in plaats van groeide en werkgelegenheid uit de stad wegtrok, was er feitelijk geen behoefte aan sociale woningbouw op zo'n grote schaal. Leegstand was dus een tweede zwaard van Damokles dat boven de hoogbouw hing.

Daarnaast is er nog de complexe materie van segregatie en sociale uitsluiting. In eerste instantie was gepland dat een deel van de flats voor blanken en een ander deel van zwarten gereserveerd zouden zijn. In 1956 werd het, door een gerechtelijke uitspraak in de staat Missouri, verboden om woningbouw te raciaal te segregeren. Deze uitspraak, samen met de opkomst van suburbia, leidde tot een massale uittocht van blanken uit de oude stadswijken, de zogeheten white flight. Dit leidde er toe dat Pruitt Igoe al snel vrijwel uitsluitend bevolkt werd door de kansarme zwarte onderklassen.

Overheidsbeleid verkleinde de kansen van de bewoners op een fatsoenlijk bestaan nog verder door een groot aantal restrectieve, paternalistische regeltjes. Zo mochten er in huishoudens waar een vrouw een uitkering ontving geen volwassen man wonen. Hierdoor werder veel gezinnen verscheurd en groeiden kinderen op zonder vader. Het fragiele sociale netwerk stond op instorten. En het is dan ook eigenlijk weinig verrassend dat velen een heenkomen zochten in drugs en criminaliteit.

Het bovenstaande wordt in de documentaire en het artikel van Bristol uitvoerig behandelt. Dan rest nog de vraag in hoeverre de casus Pruitt-Igoe toepasbaar is op de moderne architectuur als geheel en waarom juist de moderne architectuur tot zondebok werd gemaakt. Daar kom ik in een volgende post op terug.